Inloggen

sluiten
Gebruikersnaam
Wachtwoord
wachtwoord vergeten?
onthoud mij
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren

Wachtwoord opvragen

sluiten
Vul hieronder uw e-mailadres of gebruikersnaam in en
wij zenden u een nieuw wachtwoord toe.
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren
Home


Tag cloud

Uitgelicht

Werkgevers en werknemers bereiken principeakkoord over cao Huisartsenzorg
Er is een principeakkoord bereikt voor een nieuwe cao Huisartsenzorg, zo bericht de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) op haar website.
1 reactie | Lees verder
Anton Maes: ‘Snelle oplossing van knelpunten in GGZ is noodzaak’
´Het is erg onrustig in de GGZ. Veel van hun probleempunten zijn ook elders in de zorg herkenbaar.
2 reacties | Lees verder
Uitspraken DSW over forse premieverhoging in 2018 zijn ‘voorbarig’
De premies van de zorgverzekeringen in 2018 staan nog niet vast, zo benadrukken het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland in het
0 reacties | Lees verder
De financiële toekomst van de huisarts
Een paar maanden geleden werd ik gevraagd om deze week voor huisartsen in opleiding in het kader van de Summerschool een presentatie te geven over de financiële toekomst van de huisarts.
9 reacties | Lees verder
Declaratiecontroles door zorgverzekeraars: do's en don'ts
Huisartsen hebben de kans dat declaraties wel eens gecontroleerd zijn door uw zorgverzekeraars.
2 reacties | Lees verder
Directeur NVVE: 'Sommige huisartsen zijn te voorzichtig met euthanasie'
Sommige huisartsen artsen laten patiënten die om euthanasie vragen in de kou staan.
7 reacties | Lees verder
Tariefsverhogingen houden geen rekening met noodzakelijke investeringen huisartspraktijken
De lichte verhogingen van het consulttarief en basisinschrijftarief zoals die aangekondigd zijn in de
3 reacties | Lees verder
Zorgtoeslag direct naar verzekeraar vermindert kans op oplopende schulden
Als het aan de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) ligt, maakt de Belastingdienst de
0 reacties | Lees verder
Zorgkosten in drie Haagse wijken hoogste van Nederland
In de Schilderswijk, de Spoorwijk en het Laakkwartier in Den Haag worden de meeste zorgkosten gemaakt van Nederland.
0 reacties | Lees verder
Dagelijks aspirine levert voor 75-plussers toch meer risico’s op
Mensen van 75 jaar en ouder die na een beroerte of hartaanval dagelijks aspirine slikken, lopen meer
0 reacties | Lees verder
Openbaarmaking uitspraak tuchtrechter heeft ernstige gevolgen voor zorgverlener
Zorgverleners die van een tuchtrechter een berisping of geldboete hebben gekregen, waarbij die
3 reacties | Lees verder
Principeakkoord over nieuwe Cao Huisartsenzorg
Er is een principeakkoord bereikt voor een nieuwe Cao Huisartsenzorg.
0 reacties | Lees verder
‘Het Roer Moet Om’ laat 'onzinnige regelgeving' in kaart brengen
Actiecomité Het Roer Moet Om (HRMO) en de VvAA laten de komende maanden door de denktank ‘(Ont)Regel de Zorg’ in kaart brengen hoeveel tijd zorgverleners kwijt zijn aan administratie en regels.
3 reacties | Lees verder
HuisartsVandaag al 16 jaar belangrijke nieuwsbron voor huisartsen
Deze maand viert HuisartsVandaag dat het 16 jaar geleden het medialandschap betrad met als doel
7 reacties | Lees verder
Verzekeraars willen eerstelijnszorg kunnen inkopen op basis van kwaliteit
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kreeg ook vorig jaar weer veel klachten binnen gekregen van eerstelijnszorgaanbieders over de contractering door zorgverzekeraars, zo bericht de redactie van
1 reactie | Lees verder
Akkoord over 2,5% groei voor de huisartsenzorg
Het budget voor huisartsenzorg mag in 2018 met 2,5% groeien.
4 reacties | Lees verder
DSW-directeur Oomen wil het vrijwillig eigen risico afschaffen
Audio - Als het aan DSW-directeur Chris Oomen ligt, komt er een einde aan het vrijwillig eigen risico in de zorg.
1 reactie | Lees verder
RSS

Laatste nieuws


Tijd voor verandering, de huisarts als ondernemer in het derde compartiment

Tijd voor verandering, de huisarts als ondernemer in het derde compartiment
Opinie Tijd voor verandering, de huisarts als ondernemer in het derde compartiment

08.01.'02

In 1987 publiceert de huisarts J. Rethans samen met zijn begeleider de microbioloog van Boven een artikel in BMJ (1). Dit artikel en latere publicaties brachten een schok teweeg binnen het onderwijs aan huisartsen. Er werd geen verband gevonden tussen competence en performance bij huisartsen. Ik herinner me nog dat we ons op de huisartsopleiding afvroegen wat we daar nu mee moesten. Kennis was toch noodzakelijk? We gingen er altijd van uit dat er een sterke relatie bestond tussen die twee variabelen. Hoe konden huisartsen die slecht scoorden op een kennistoets het beter doen in de praktijk dan collega's die een 10 haalden ? Klaarblijkelijk wordt gedrag in de praktijk door andere variabelen bepaald.

Een van de winsten van het farmacieproject dat we in Zuid-Limburg organiseren is dat een van die andere variabelen: de mogelijkheid tot veranderen van gedrag, midden in de belangstelling is komen te staan. Tot verbazing van apothekers volgen huisartsen en hun assistentes plots het voorgestelde formularium. In Februari 2002 gaan de huisartsen na wie z'n gedrag aanpast, wie niet en waarom niet. De apothekers waren niet verheugd over deze omslag. Jarenlang hadden ze geprobeerd het voorschrijfgedrag te wijzigen en nu gebeurde dat ineens. Geld, het slijk der aarde als wondermiddel! Omkoopbaar, dat waren ze die huisartsen! Toch verklaart geld niet alles. Er is meer aan de hand.

Huisartsen zien als meeropbrengst van dit project: het vormen van een hechte bedrijfsmatig georganiseerde groep waar verbetering van honorering en kwaliteit van handelen gekoppeld worden. Het farmacieproject is het 2e gemeenschappelijke project in de regio. Werkgroepen bereiden een diagnostisch centrum voor. Een facilitair centrum staat hoog op de verlanglijst.

De echte groei in de eerstelijnszorg moet nog komen. Uit getallen van het Ministerie van Financiën blijkt dat men in de V.S. 14 % van het BNP uitgeeft aan gezondheidszorg. In Nederland geven we 8.5 % uit. De heer Wiegel was tijdens zijn bezoek aan Heerlen 28 november j.l. duidelijk. De zorg moet groeien. Maar dan liefst binnen het derde financieringscompartiment.

De eerste 2 compartimenten worden weldra onbetaalbaar wanneer het derde compartiment niet groeit. De druk op collectieve lasten, de zorg om inflatie maar vooral het onbenoemde sociale conflict voortvloeiend uit het overspannen van de premiesolidariteit nopen tot budgetteren al het geroep om vraaggestuurde zorg ten spijt. Daar waar de zorg nu nog 2300 € per ingezetene kost groeit dat bedrag als we minister Borst mogen geloven binnen 5 jaar naar 4600 €. Een groei die in de ramingen van de nota 'Zorg aan bod' in 2040 nog niet gerealiseerd zou zijn.

Huisartsen kunnen onder druk van deze argumenten en het tekort aan collega's dat ontstaat zich niet meer onttrekken aan productomschrijving en de noodzaak te substitueren. Daartoe moeten ze wel in staat worden gesteld. En de kost gaat voor de baet uit! Extra assistentie in de ochtenduren maakt triage en verwijzing naar goedkopere hulpverleners mogelijk.

Op het moment dat huisartsen gehonoreerd worden voor de anw-diensten zal blijken dat die tak van zorgverlening inadequaat georganiseerd is. Van de 84.000 calls die jaarlijks in Heerlen verwerkt worden zijn naar schatting 40.000 calls niet spoedeisend. Deze verrichtingen horen thuis in avond- en weekend spreekuren en moeten gefinancierd worden binnen het derde compartiment. Toegenomen consumentisme, de eis tot 24-uurs medische beschikbaarheid voor kleine problemen, drempelverlaging door het instellen van grootschalige dienststructuren zonder het communiceren van spelregels blazen weldra het ANW budget op. Grote rem op de expansie van de zorg is de starre naleving van regels afgedwongen door de overheid die nog geen raad weet met de vrije markt. Het wordt tijd dat zij haar werkelijke zorgen openlijk deelt: betaalbaarheid van de basisverzekering, premiesolidariteit, de onmogelijkheid om als overheid de grens tussen noodzakelijke en luxe zorg te markeren. Het starten van avondspreekuren welke voor rekening van de consument komen biedt de mogelijkheid om scheiding aan te brengen tussen luxe en noodzakelijke zorg in de ANW-uren nog voordat dienststructuren landelijk als vanzelfsprekende servicestations voor niet-spoedeisende klachten fungeren. Daarmee wordt de financiering van noodzakelijke zorg veilig gesteld en kan expansie van de vrije markt ongehinderd plaatsvinden.

Europa heeft Nederland op de vingers getikt. Eén miljoen WAO-ers is echt te veel. Ook automatisch ziekmelden bij conflicten vormt een voedingsbodem voor nieuwe zorgproducten. In de toekomst is niet alleen de overheid klant bij de huisarts. Bedrijven en verzekeraars die profiteren van macrocontracten kunnen geld genereren om bedrijfsspreekuren te financieren. Huisartsen zullen dan voor het eerst met patiënten, bedrijfsartsen en arbo-artsen samenwerken om onnodige arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Het de-medicaliseren van conflicten is beleid dat eenvoudig regionaal doorgevoerd kan worden. Goede producten vereisen opschaling. Een bedrijfsproject gericht op verzuimbeperking vereist deelname van alle huisartsen in Zuid Limburg. De NMA kan daar nog een stokje voor steken. Zo komen huisartsen toch nog in dienst van een organisatie die bepaalde producten mogelijk maakt.

Ervaringen uit het huidige farmacieproject vormen de basis om te veranderen, op weg naar bedrijfsmatiger aanpak van de zorg. De huisarts gaat op zoek naar belanghebbenden, adopteert niet meer ongemerkt de uitgangspunten van de overheid die hem het liefst ziet in het verlengde van collectieve sociale doelstellingen. In ruil daarvoor wordt hij transparanter bij de uitoefening van zijn beroep. Een tekort aan huisartsen kan mits goed aangewend een versnelling van dit proces geven.


Samenvatting
Het farmacieproject is het tweede dat door 125 huisartsen in de regio Heerlen uitgevoerd wordt. Naast een financieel voordeel genereert het de vereisten om bedrijfsmatig te werken. Toekomstige projecten focussen op belangen van werkgevers, de overheid en verzekeraars. Product definitie, substitutie en de wil om te veranderen maken producten als bedrijfsspreekuren, de-medicaliseren van conflicten en avondspreekuren mogelijk. De overheid is op dit moment onvoldoende toegerust om veranderingsprocessen te katalyseren. Wanneer verzekeraars doelgericht investeren onder de vlag “Voor wat hoort wat” gaat de zorg gouden tijden tegemoet.




Br Med J( clin res ed) 187 Mar 28;294 (6575):809-12 Simulated patients in general practice: a different look at the consultation.


Bram de Wit, huisarts te Heerlen
woensdag 9 januari 2002 0 reacties | Lees verder

Apotheker wil van huisarts geld zien

Apotheker wil van huisarts geld zien
Opinie

 

 


27.12.'01 Hans van leeuwen, apotheekhoudend huisarts te Grijpskerk

De kleine kruidenier


Er was eens een kleine kruidenier,wonend in een wijk van een middelgrote stad. Hij voorzag de inwoners in zijn wijk dagelijks van de eerste levensbehoeften. Dit tot volle tevredenheid van zijn medewijkbewoners. In deze plaats waren meer kruideniers en buurtsupers; er waren ook grote supermarkten op verdere afstand van het type Super de Boer en Albert Heyn in deze plaats. Veel wijkbewoners echter vonden het gemakkelijk en minstens zo goedkoop om hun boodschappen te blijven doen bij de kruidenier om de hoek. Goed en goedkoop. En de bewoners van deze stad zagen, dat het goed was. De kruidenier werkte hard van 's morgens vroeg tot 's avonds zes.
De inwoners werkten de hele dag en sommigen waren pas aan het eind van de middag weer thuis. Hoewel de boodschappen in voorkomende gevallen ook voor het werk gehaald konden worden, de kruidenierswinkel was 's morgens reeds vroeg open, klaagden enkele inwoners, dat ze nauwelijks of geen tijd hadden om hun boodschappen te doen. Het stadsbestuur vond dan ook dat alle winkels ook verplicht 's avonds open moesten zijn.
De kleine kruidenier,die 's morgens vroeg begon, was om zes uur 's avonds moe en hij zag het niet zitten om eventueel samen met zijn partner ook nog 's avonds de winkel open te gooien voor die anderhalve kip, die misschien nog zou komen. Als er 's avonds nog iemand achterom kwam voor een vergeten pond suiker,oké. Maar verplicht elke avond open zou voor hem betekenen extra personeel aantrekken. De kosten zouden beduidend hoger zijn dan de opbrengsten.
Gelukkig zat in het stadsbestuur nog een enkele politicus, die behalve nakakelen ook nog denken kon.
Hij wist te bewerkstelligen, dat de avondopeningstijden niet algemeen verplicht gesteld werden.
De grote supermarkten, die al lang vonden dat voor de buurtsuper geen plaats meer was in deze moderne tijd, juichten dit plan toe. Zij hoefden voor die betrekkelijke geringe groep klanten, die nu 's avond bij hun i.p.v. bij de kruidenier de boodschappen kwamen doen geen extra personeel in te zetten. Wel genoten ze extra inkomsten. Voorwaar een aantrekkelijke gang van zaken.
Nu was er onder de supermarkteigenaars één die vond, dat ze voor het 's avonds bedienen van eventuele klanten van de kruidenier toch wel een extravergoeding moesten hebben. Alleen extra inkomsten door meer klandizie was niet genoeg. De eurotekens schitterden reeds in zijn ogen,hij zou zich ontpoppen als een succesvol zakenman. Van de kruideniersklanten extra bijdragen vragen kon niet, dus stelde hij aan diverse instanties voor om een extra inconveniententoeslag te vragen aan de kruideniertjes.
Tot zijn eigen stomme verbazing stemden stadsbestuurders,verzekeraars en andere bobo's hierin toe.
Een enkel kruideniertje, die het gedonder moe was ging ook hierin mee. De Hoge Heren zouden toch wel weten wat goed voor hem is?

Tot zover deze anekdote, die haarscherp aangeeft de huidige gang van zaken m.b.t. de apotheekhoudende huisartsen bij het ingaan van de centrale provinciale dienstenstructuur.
Nadat ik in dit verhaal het woord kruidenier vervangen had door apotheekhoudend huisarts en het woord supermarkt door apotheker liet ik dit verhaal lezen aan een goede kennis, die als redelijk geslaagd mag worden beschouwd in het bedrijfsleven en vroeg zijn mening over de hier voorgestelde oplossing, die gelijkenis vertoont met de oplossing, zoals die in het overleg van 17/12/01 tussen een delegatie van apotheekhoudende huisartsen en het RZG en enkele apothekers van de KNMP wordt voorgesteld.
Ik wil u zijn opmerking niet onthouden :"Zijn die apothekers nou helemaal van de pot gerukt? Meer inkomsten verwerven zonder extra kosten te maken en ook nog anderen belasten met extra bijdragen?"

Hoe zo marktwerking in de gezondheidszorg?


donderdag 27 december 2001 0 reacties | Lees verder

Reactie van de club van 100 op de LV

Reactie van de club van 100 op de LV
VPH-DVH

Reactie Minister Borst op Club van 100

Onderstaande brief is verzonden aan één van de leden van de club van honderd


Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Onderwerp: "Club van Honderd" 19 december 2001

Geachte heer .......,

Naar aanleiding van uw brief van 25 november 2001 met bijlagen, waarin u aangeeft dat ik, blijkens mijn beantwoording van enkele vragen uit het parlement, onvolledig op de hoogte ben van de zogenaamde "Club van Honderd" en de ideeën die bij de aangesloten huisartsen leven, het volgende. In uw brief snijdt u het probleem aan van het dreigend tekort aan zelfstandig werkzame huisartsen, waarvan volgens u de redenen meervoudig zijn, maar de belangrijkste bedreiging de financiële onaantrekkelijkheid vormt van het zelfstandig als huisarts gevestigd zijn. Daarnaast geeft volgens u de onduidelijke maatschappelijke positie en de gewijzigde verantwoordelijkheden ven de zorgverzekeraars een reden tot zorg. Ik wil daar graag op reageren.

Al geruime tijd maak ook ik me zorgen over het tekort aan huisartsen, dat in sommige regio's aanwezig is. Door de vergrijzing van de bevolking en het proces van extramuralisatie is de werkdruk van de huisarts groter geworden. In de afgelopen periode heb ik maatregelen genomen om te voorkomen dat de huisartsen hun beroep niet meer met tevredenheid uitoefenen en het vak verlaten. Hieronder geef ik een concreet overzicht van de door mij genomen maatregelen die betrekking hebben op de werkdruk, de opleiding en het inkomen.

Compensatie AOV premies
De sterk gestegen AOV premies hebben een negatieve invloed op het inkomen van de huisarts. Ik heb daarom zeer recent de beleidsregel van het CTG goedgekeurd om de gestegen premiekosten voor de vrije beroepsbeoefenaren met een onderbouwd norminkomen per 1 juli jongstleden volledig te compenseren.

Grootschalige dienstenstructuur
Met name in verband met de vermindering van de werkdruk acht ik het op korte termijn invoeren van een grootschalige dienstenstructuur van het grootste belang. Signalen wijzen erop dat dit gaat lukken. Dit jaar heb ik f 95 miljoen beschikbaar gesteld voor de realisatie van een grootschalige dienstenstructuur, volgend jaar wordt het bedrag verhoogd tot structureel f 150 miljoen. Om de structurele en rechtstreekse betaling van de dienstenstructuren mogelijk te maken, heb ik een Algemene Maatregel van Bestuur ingevoerd om de dienstenstructuren ais afzonderlijk orgaan van de gezondheidszorg onder de Wet Tarieven Gezondheidszorg te brengen. Over een betere honorering van de ANW diensten zijn recent tussen de LHV en ZN afspraken gemaakt. die mijn instemming hebben.

Verhoging praktijkkosten
Aanvankelijk had ik bij de besluitvorming van het kabinet in het voorjaar f 70 miljoen voor de aanpassing van de praktijkkosten beschikbaar gekregen. Er lag op dat moment nog geen eensluidend onderbouwd standpunt van ZN en LHV gezamenlijk over de mate waarin de praktijkkosten zouden moeten worden aangepast. ZN en LHV bereikten daarna wel een akkoord. Op basis daarvan kon het CTG op 21 mei jl. een beleidsregel voor de praktijkkosten vaststellen waarbij de vergoeding van praktijkkosten in totaal met f 250 miljoen moet worden verhoogd. Ik heb deze beleidsregel van het CTG goedgekeurd, waardoor de verhoging van de praktijkkosten met ingang van 1 juli aanstaande naar het afgesproken niveau is verhoogd.

Meer huisartsen
In 2000 is al geld beschikbaar gesteld om het aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen stapsgewijs te verhogen tot 525 plaatsen. Mede op basis van het advies van het Capaciteitsorgaan heb ik bij het kabinetbesluitvorming in het voorjaar extra middelen gekregen om de opleidingscapaciteit nog verder te verhogen naar 670 plaatsen. Vorig jaar begonnen 360 HAIO's aan de huisartsenopleiding, dit jaar hebben de opleidingsinstituten 420 plaatsen beschikbaar. Ik ben nog in overleg met de opleidingsinstituten over de mogelijkheden om op korte termijn de opleidingscapaciteit verder te vergroten naar het gewenste aantal van 870 plaatsen. Ik ga er vanuit dat met dit aantal jaarlijks op te leiden huisartsen, zij het op termijn, het tekort aan huisartsen kan worden opgelost.

Verhoging salarissen HAIO
Vanaf 1 januari 2001 zijn de salarissen van de HAIO op basis van een funktievergelijkingsonderzoek verhoogd naar het niveau van de VAIO's. Ik hoop met deze maatregel tevens te bewerkstelligen dat zich, mede gelet op de beschikbare extra opleidingspiastsen, voldoende kandidaten voor de huisartsenopleiding zullen aanmelden.

Herijking norminkomens
De norminkomens van individuele beroepsbeoefenaren zijn sinds 1987 niet meer herijkt. In december 2000 heb ik het CTG gevraagd om zo snel mogelijk daarmee te beginnen. Het CTG maar ook de LHV en ZN zijn inmiddels een functievergelijkingsonderzoek gestart. De resultaten van de herijking van de inkomens verwacht ik in de zomer van 2002.

Rekening houden met lokale verschillen
De huidige landelijke tarifering voor de financiering van de huisartsenzorg houdt geen rekening met bijvoorbeeld regionale plaatselijke verschillen in bouwmogelijkheden en prijzen van het onroerend goed. De commissie Tabaksblat adviseert dan ook veel meer ruimte te creëren voor lokale en regionale verschillen. Ik onderschrijf dit en wil dat ook bevorderen dat dit mogelijk wordt. Een eerste stap zet ik bij de
ANW-CTG-regelgeving zodanig in te richten dat bij deze diensten met individuele verschillen rekening ken worden gehouden.

Als tweede step wil ik meer ruimte voor onderhandelingen op regionaal niveau. In mijn standpuntbepaling op het advies van de commissie Tabaksblat is dit nader uitgewerkt. Op dit moment heeft de uitwerking van de maatregelen, zoals neergelegd in de brief "modernisering huisartsenzorg' die op 30 november 2001 namens het Kabinet aan de Tweede Kamer is aangeboden, de hoogste prioriteit. Hierin wordt nadrukkelijk ingegaan op de veranderende rol en verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars, waarbij ik me realiseer dat deze wijziging niet van de ene op de andere dag kan plaatsvinden maar een geleidelijk en stapsgewijs proces is. Betrokken partijen zullen de tijd moeten krijgen om naar deze veranderingen toe te groeien. Overigens is dit een onderwerp van regulier overleg tussen VWS, de Landelijke Huisertsen Vereniging (LHV) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Ook wordt in dit overleg gewerkt aan het verder ontwikkelen en implementeren ven een gezamenlijke visie op de huisartsenzorg van de toekomst, en op het krachtig gezamenlijk aanpakken van de knelpunten, overeenkomstig uw pleidooi. Ons gezamenlijk doel is het huisartsberoep aantrekkelijk te houden, ook voor de nieuwe generatie.

Ik hoop dat ik u met dit schrijven voldoende heb geïnformeerd.

Hoogachtend.

de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers


donderdag 27 december 2001 0 reacties | Lees verder

Reactie Minister Borst op Club van 100

Reactie Minister Borst op Club van 100
VPH-DVH Reactie Minister Borst op Club van 100 Onderstaande brief is verzonden aan één van de leden van de club van honderd Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Onderwerp: "Club van Honderd" 19 december 2001 Geachte heer ......., Naar aanleiding van uw brief van 25 november 2001 met bijlagen, waarin u aangeeft dat ik, blijkens mijn beantwoording van enkele vragen uit het parlement, onvolledig op de hoogte ben van de zogenaamde "Club van Honderd" en de ideeën die bij de aangesloten huisartsen leven, het volgende. In uw brief snijdt u het probleem aan van het dreigend tekort aan zelfstandig werkzame huisartsen, waarvan volgens u de redenen meervoudig zijn, maar de belangrijkste bedreiging de financiële onaantrekkelijkheid vormt van het zelfstandig als huisarts gevestigd zijn. Daarnaast geeft volgens u de onduidelijke maatschappelijke positie en de gewijzigde verantwoordelijkheden ven de zorgverzekeraars een reden tot zorg. Ik wil daar graag op reageren. Al geruime tijd maak ook ik me zorgen over het tekort aan huisartsen, dat in sommige regio's aanwezig is. Door de vergrijzing van de bevolking en het proces van extramuralisatie is de werkdruk van de huisarts groter geworden. In de afgelopen periode heb ik maatregelen genomen om te voorkomen dat de huisartsen hun beroep niet meer met tevredenheid uitoefenen en het vak verlaten. Hieronder geef ik een concreet overzicht van de door mij genomen maatregelen die betrekking hebben op de werkdruk, de opleiding en het inkomen. Compensatie AOV premies De sterk gestegen AOV premies hebben een negatieve invloed op het inkomen van de huisarts. Ik heb daarom zeer recent de beleidsregel van het CTG goedgekeurd om de gestegen premiekosten voor de vrije beroepsbeoefenaren met een onderbouwd norminkomen per 1 juli jongstleden volledig te compenseren. Grootschalige dienstenstructuur Met name in verband met de vermindering van de werkdruk acht ik het op korte termijn invoeren van een grootschalige dienstenstructuur van het grootste belang. Signalen wijzen erop dat dit gaat lukken. Dit jaar heb ik f 95 miljoen beschikbaar gesteld voor de realisatie van een grootschalige dienstenstructuur, volgend jaar wordt het bedrag verhoogd tot structureel f 150 miljoen. Om de structurele en rechtstreekse betaling van de dienstenstructuren mogelijk te maken, heb ik een Algemene Maatregel van Bestuur ingevoerd om de dienstenstructuren ais afzonderlijk orgaan van de gezondheidszorg onder de Wet Tarieven Gezondheidszorg te brengen. Over een betere honorering van de ANW diensten zijn recent tussen de LHV en ZN afspraken gemaakt. die mijn instemming hebben. Verhoging praktijkkosten Aanvankelijk had ik bij de besluitvorming van het kabinet in het voorjaar f 70 miljoen voor de aanpassing van de praktijkkosten beschikbaar gekregen. Er lag op dat moment nog geen eensluidend onderbouwd standpunt van ZN en LHV gezamenlijk over de mate waarin de praktijkkosten zouden moeten worden aangepast. ZN en LHV bereikten daarna wel een akkoord. Op basis daarvan kon het CTG op 21 mei jl. een beleidsregel voor de praktijkkosten vaststellen waarbij de vergoeding van praktijkkosten in totaal met f 250 miljoen moet worden verhoogd. Ik heb deze beleidsregel van het CTG goedgekeurd, waardoor de verhoging van de praktijkkosten met ingang van 1 juli aanstaande naar het afgesproken niveau is verhoogd. Meer huisartsen In 2000 is al geld beschikbaar gesteld om het aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen stapsgewijs te verhogen tot 525 plaatsen. Mede op basis van het advies van het Capaciteitsorgaan heb ik bij het kabinetbesluitvorming in het voorjaar extra middelen gekregen om de opleidingscapaciteit nog verder te verhogen naar 670 plaatsen. Vorig jaar begonnen 360 HAIO's aan de huisartsenopleiding, dit jaar hebben de opleidingsinstituten 420 plaatsen beschikbaar. Ik ben nog in overleg met de opleidingsinstituten over de mogelijkheden om op korte termijn de opleidingscapaciteit verder te vergroten naar het gewenste aantal van 870 plaatsen. Ik ga er vanuit dat met dit aantal jaarlijks op te leiden huisartsen, zij het op termijn, het tekort aan huisartsen kan worden opgelost. Verhoging salarissen HAIO Vanaf 1 januari 2001 zijn de salarissen van de HAIO op basis van een funktievergelijkingsonderzoek verhoogd naar het niveau van de VAIO's. Ik hoop met deze maatregel tevens te bewerkstelligen dat zich, mede gelet op de beschikbare extra opleidingspiastsen, voldoende kandidaten voor de huisartsenopleiding zullen aanmelden. Herijking norminkomens De norminkomens van individuele beroepsbeoefenaren zijn sinds 1987 niet meer herijkt. In december 2000 heb ik het CTG gevraagd om zo snel mogelijk daarmee te beginnen. Het CTG maar ook de LHV en ZN zijn inmiddels een functievergelijkingsonderzoek gestart. De resultaten van de herijking van de inkomens verwacht ik in de zomer van 2002. Rekening houden met lokale verschillen De huidige landelijke tarifering voor de financiering van de huisartsenzorg houdt geen rekening met bijvoorbeeld regionale plaatselijke verschillen in bouwmogelijkheden en prijzen van het onroerend goed. De commissie Tabaksblat adviseert dan ook veel meer ruimte te creëren voor lokale en regionale verschillen. Ik onderschrijf dit en wil dat ook bevorderen dat dit mogelijk wordt. Een eerste stap zet ik bij de ANW-CTG-regelgeving zodanig in te richten dat bij deze diensten met individuele verschillen rekening ken worden gehouden. Als tweede step wil ik meer ruimte voor onderhandelingen op regionaal niveau. In mijn standpuntbepaling op het advies van de commissie Tabaksblat is dit nader uitgewerkt. Op dit moment heeft de uitwerking van de maatregelen, zoals neergelegd in de brief "modernisering huisartsenzorg' die op 30 november 2001 namens het Kabinet aan de Tweede Kamer is aangeboden, de hoogste prioriteit. Hierin wordt nadrukkelijk ingegaan op de veranderende rol en verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars, waarbij ik me realiseer dat deze wijziging niet van de ene op de andere dag kan plaatsvinden maar een geleidelijk en stapsgewijs proces is. Betrokken partijen zullen de tijd moeten krijgen om naar deze veranderingen toe te groeien. Overigens is dit een onderwerp van regulier overleg tussen VWS, de Landelijke Huisertsen Vereniging (LHV) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Ook wordt in dit overleg gewerkt aan het verder ontwikkelen en implementeren ven een gezamenlijke visie op de huisartsenzorg van de toekomst, en op het krachtig gezamenlijk aanpakken van de knelpunten, overeenkomstig uw pleidooi. Ons gezamenlijk doel is het huisartsberoep aantrekkelijk te houden, ook voor de nieuwe generatie. Ik hoop dat ik u met dit schrijven voldoende heb geïnformeerd. Hoogachtend. de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dr. E. Borst-Eilers
donderdag 27 december 2001 0 reacties | Lees verder

Kansen en bedreigingen van de dienstenstructuur

Kansen en bedreigingen van de dienstenstructuur
Opinie Werkzaam zijn in een dienstenstructuur ontlokt de huisartsen vele reacties. Positieve en negatieve, en hoewel het algemene gevoel toch is, dat de dienstenstructuur een belangrijke verbetering van de werkbelasting kan betekenen in de ANW, wordt er tegelijkertijd met zorgen naar de nabije toekomst gekeken.
Stijging van werkdruk door vermindering van het aantal huisartsen ligt op de loer, aansprakelijkheid voor het "in de lucht houden" is een beklemmende gedachte, een goede honorering ontbreekt.

Ik probeer denkend vanuit de belangen van de spelers enige duidelijkheid te geven, en doe een voorstel voor maatregelen om de positie van de huisartsen in de HDS te beschermen en verbeteren.

Werkdruk, werkreductie en het vinden van oplossingen daarvoor binnen de huisartsen dienstenstructuur(HDS).

Hoe liggen de belangen?

Verzekeraars willen contracten voor avond- nacht- weekenddiensten (ANW), en doen dat middels een contract met de instelling, en een contract met de individueel gecontracteerde huisartsen. Doel: garanderen van de geldstroom uit de Algemene Kas, en nakomen van de verplichting uit de polissen: ze hebben huisartsenzorg voor 24 uur per dag verkocht aan de polisnemers.

Polisnemers/zorgvragers willen zo veel mogelijk faciliteiten ("waar voor hun geld") , en streven toenemend naar zorg rond de klok, maakt niet uit of het ernstig is of niet. De verzekeraars willen dit niet verbieden, maar naar de huisartsen toe alleen spoedeisende zorg inkopen. Hun contract is de polis.

Huisartsen willen spoedeisende zorg leveren, maar alleen onder acceptabele werkdruk en acceptabele vergoedingen. Daartoe sluiten zij een contract met de verzekeraar, waarin 24-uurs zorg wordt toegezegd, en vervolgens een contract met de HDS, waarin ze hun gezamenlijke verplichting vastleggen, in ruil voor minder diensten.

Als verzekeraars geen ANW kunnen contracteren, komen ze vroeger of later in de problemen: de polissen leiden tot schadeclaims, de Algemene Kas betaalt niet uit, als er geen contract is (nu even uitgesteld door de maatregel van het CZ lees ook contracteren huisartsen CVZ).
Zo bekeken is de HDS vooral voor de verzekeraar van vitaal belang, zeker als er gaten in de huisartsendekking valt.

Als de huisartsen geen ANW bij een HDS contracteren, staan ze er zelf voor, er komt een terugval naar oude tijden. Daarmee komen ze wat betreft de zorg niet in de problemen, wel wat betreft de aangegane verplichtingen naar de HDS.

Polisnemers/patiënten komen bij geen enkele vorm van zorg in de problemen, zo lang ze een huisarts hebben. Het belang van de patiënten- en consumenten platforms ligt dan ook vooral in het continueren van zorg, ook al hebben patiënten geen huisarts.

Hoe breng je nu het juiste evenwicht tot stand?

Niet door te roepen, dat je geen HDS gaat ondersteunen, je wordt niet geloofd.

Oplossingen zie ik op meerdere fronten, waar de huisartsen sturend vermogen kunnen inzetten:

a: naar de polisnemers/patiënten toe: strenge spoed-criteria openbaar maken, om hun als polisnemers druk te laten uitoefenen op de verzekeraar tot verbetering van de service tijdens de diensten. Inperken van diensten is slecht binnen de verrichtingenstructuur, zowel voor de huisartsen bij een verrichtingentarief, als voor de HDS, als ze daaruit wordt bekostigd. Zorg dus, dat je financieel niet verantwoordelijk wordt gehouden voor een tekort. Ik kan me voorstellen, dat verzekeraars meer service willen, en daartoe een plus-pakket ontwikkelen.

b. naar de verzekeraar toe: buiten de spoed-criteria kan zorg in avonduren worden ingekocht, de ANW-belasting in uren wordt gemaximeerd op 200 per jaar per huisarts, mits goed betaald. Standaard uurprijs (voor de huisarts): FL 300,-. Alternatief: de ANW uitbreiden met verpleegkundigen en basisartsen, te vergoeden uit het instellingstarief. Daar hun belang is, om de diensten uit te breiden, willen ze mogelijk samen met de huisartsen een nieuwe tarief-aanvraag bij het CTG neerleggen, waarin de extra kosten zijn opgenomen. Huisartsen zijn dan voor de moeilijke gevallen, voor de eindverantwoordelijkheid, en de kwaliteitsondersteuning. De HDS kent een reservebedrag voor de waarneempool, in geval van ziekte. Hiermee vervalt de achterwacht systematiek.

c. Naar elkaar toe: de kosten laten oplopen door niet met gesloten beurzen voor elkaar waar te nemen. Aangezien ze elkaar dan kosten betalen, en inkomen terug ontvangen, vallen deze bedragen in verschillende categorieën, die een aparte berekeningssystematiek kennen bij het CTG. Oplopende kosten gaan leiden tot een oplopende kostenvergoeding, niemand kan beweren, dat het inhuren van een collega overbodig is.

d. Tussen HDS en verzekeraar bestaat een gemeenschappelijk belang van continueren, wat alleen kan worden opgelost, door het interne belang (leden willen maximering van hun werkdruk) te koppelen aan een hogere vergoeding. De verzekeraar wil de continuïteit in stand houden, desnoods ten koste van een hogere vergoeding, mits daar een tarief voor bestaat.

e. Tussen huisarts en patiënt bestaat het gemeenschappelijke belang van conflictvermijding (toch wijd verbreid onder de huisartsen?)

f. Tussen huisarts en verzekeraar bestaat een gemeenschappelijk belang van zorg leveren onder condities, waar de verzekeraar geen schade van ondervindt: streven naar een reguliere hoge honorering, die de continuïteit garandeert. De verzekeraar wil meewerken, als hij schade ondervindt betreffende zijn kosten en aantal polissen. De huisarts wil meewerken, als hij beter wordt gehonoreerd en de werkdruk kan maximeren.


Wat moet er in deze visie gebeuren, alles overziend:

1. Huisartsen nemen een besluit over de maximering van hun werkdruk in de ANW.

2. de HDS neemt een besluit over het inkopen van extra ondersteuning, en vraagt dit aan samen met de verzekeraar . Tevens spreken ze af, dat de HDS (= niet de honorering van de huisarts) af moet van de verrichtingenstructuur, daar dat immers de zorgvraag aanzwengelt. Hiermee wordt de continuïteit op den duur op het spel gezet, waarmee dan op termijn het verzekeraarbelang niet is gediend.

3. Huisartsen stellen vast, wat onder echte spoed valt, maken dat duidelijk bekend, en wijken er niet van af. Hierbij horen adviezen over zelfzorg bij minor problems, de huisapotheek, en uitspraken over andere grenzen van ons vak, waaronder het meest irritatie vaak is: we hebben geen vervoer. ze spreken met de verzekeraar af, dat onder goede betaling en maximering van de werkbelasting de zorg wordt gegarandeerd.



Martinus Fennema, huisarts te Hoogezand-Sappemeer


maandag 24 december 2001 0 reacties | Lees verder

Toekomst Huisartsenzorg in geding

Toekomst Huisartsenzorg in geding
Opinie De Dierense Huisartsen Groep spant op 7 januari 2002 in Arnhem een kort geding aan tegen zorgverzekeraar Amicon. De huisartsen en de zorgverzekeraar Amicon hebben een conflict over het te sluiten contract. Een gevolg daarvan is dat zorgverzekeraar Amicon al ruim 5 maanden weigert de Dierense huisartsen te betalen, terwijl deze wel de normale patiëntenzorg verlenen en de ziekenfondspatiënten ook gewoon hun premie betalen. De Dierense Huisartsen Groep wil van de rechter een uitspraak over de betaling door zorgverzekeraar Amicon.

Achtergrond van dit conflict is het contract, dat zorgverzekeraar Amicon de Dierense huisartsen aangeboden heeft.
De huisartsen in Dieren menen, dat er in dit contract onvoldoende zekerheid is over het behoud van kwalitatief goede huisartsenzorg in Dieren en omstreken.
De Dierense huisartsen willen de inhoud van dit contract met Amicon bespreken.
Het oude contract was op 1 juli 2001 afgelopen, waardoor er nu een "contractloze periode" is.
De artsen blijven ook tijdens deze periode hun patiënten gewoon behandelen in afwachting van een nieuw contract.

Door allerlei wettelijke regels kunnen deze huisartsen echter niet op de gebruikelijke manier worden betaald. Zorgverzekeraar Amicon is een van de ziekenfondsen, die weigert de huisartsen op een andere manier te betalen. Gevolg is dat de Dierense huisartsen de ziekenfondspatiënten van zorgverzekeraar Amicon volgens Amicon gratis moeten behandelen. Dat is een voor de huisartsen onaanvaardbare situatie en daarom hebben ze dus nu de rechter ingeschakeld.

Dit conflict tussen de Dierense huisartsen en zorgverzekeraar Amicon moet gezien worden als onderdeel van de bekende problemen in de huisartsenzorg in Nederland.
Een goed contract is van groot belang om het hoofd te kunnen bieden aan de hoge werkdruk de stijgende praktijkkosten, het afnemend inkomen, het (dreigend) huisartsentekort en de volstrekt onvoldoende betaling voor de avond-, nacht- en weekenddiensten .
De landelijke huisartsenproblematiek heeft dus duidelijk zijn weerslag op de individuele huisartsen, in dit geval de huisartsen in Dieren.


woensdag 19 december 2001 0 reacties | Lees verder

Gezonde spil wil gezonde praktijkvoering

Gezonde spil wil gezonde praktijkvoering
Opinie Toelichting: Dierense huisartsen versus Amicon in kort geding

19.12.'01

Wat is de directe achtergrond van het kort geding?

Voor de goede orde, voor ons is contractloos geen doel, maar juist een middel om tot goede contracten te komen. We willen een contract, maar alleen een waarmee we uit de voeten kunnen. Zo hebben we met onze grootste verzekeraar ,de ANOZ, wel een contract. Zij waren wel bereid dit jaar om extra werk van de hagro te honoreren. Het enig wat wij willen zijn aanvullende besprekingen en onderhandelingen om uit te leggen dat in het voorgelegde contract niet de basisvoorwaarden zijn ingevuld om tot gezonde praktijkvoering te komen. Voor ons is het vanzelfsprekend dat wij in deze onderhandelingsperiode voor verricht werk betaald worden. Wij hoeven toch niet voor niets te werken? En zeker niet als de patiënt wel de volle premie betaalt. Ook is voor ons vanzelfsprekend dat de honorering van het abonnement niet geaccepteerd wordt. Wij zeggen in Dieren niet, het contract is fout, maar het geld wat erbij hoort is goed!

Als Tabaksblat spreekt over een gezonde spil ,dan zeggen wij, dat dat alleen kan als de praktijkvoering gezond is. En over wat dat inhoudt ,willen wij, onderbouwd met rapporten en event. jaarverslagen, graag uitleggen aan en bespreken met Amicon.

Wat is voor Dieren de aanleiding geweest om contractloos te gaan?

Als we terugkijken naar de laatste jaren dan zien we dat de zorgvraag duidelijk is veranderd. Dat is vaak genoeg aan de orde geweest. Het spreekt voor zich dat het zorgaanbod van de huisarts dan ook moet veranderen. De huisarts moet mee in de ontwikkelingen . Moderne huisartsenzorg vraagt een ander soort praktijkvoering en een ander soort huisarts. Let wel, je bent als huisarts zelf verantwoordelijk voor je praktijkvoering en voor je eigen daden. We zijn vakinhoudelijk, tuchtrechtelijk, klachtrechtelijk en civielrechtelijk zelf aansprakelijk voor het werk. Als je nu ziet, leest, rekent, merkt en voelt dat het niet goed zit, neem je verantwoordelijkheid dan ook en probeer in overleg met de verzekeraar het contract aan te passen. Wij vinden dit een must, want wij nemen onszelf en onze patiëntenzorg uiterst serieus. Een gezonde praktijkhouder heeft kenmerken van deskundigheid, openheid, fitheid en een goed gevoel voor samenwerking. Een gezonde praktijkvoering kenmerkt zich door moderne huisvesting en inventaris , adequate automatisering en voldoende hulppersoneel. De voorwaarden worden je niet aangedragen, daar moet je over onderhandelen. Een gezonde spil tekent pas als de contractvoorwaarden ons de mogelijkheid geven de praktijk gezond te laten functioneren.
En zover zijn we in Dieren met 21 van de 22 verzekeraars nog niet.

Maar wat willen jullie in Dieren nu precies?

De genoemde veranderde zorgvraag betekent met name meer en complexer. Hier moet het zorgaanbod met een andere praktijkvoering op worden aangepast. Als de verzekeraar zegt dat er een omslag plaats moet vinden van zorgaanbod naar zorgvraag, dan is onze reactie dat wij als huisartsen dat al doen, eigenlijk vanaf de oprichting van het vak. Wij moeten echter ook in staat worden gesteld het aanbod aan te passen. We gaan voor met name:
- de beginselen van het rapport van Tabaksblat
- managementondersteuning op hagro niveau, o.a voor contractering en implementatie
- start praktijkondersteuning zonder belemmeringen
- geprotocolleerde taakdelegatie naar assistente onder supervisie van huisarts
- met ondersteuning streven naar fysiek acceptabele werktijden
- uitbreiding van samenwerking binnen de hagro in een nieuwe juridische structuur
- innovatie richting een Dierens HOED
Dit alles heeft geen ander doel dan het continueren van adequate huisartsenzorg in Dieren. Natuurlijk geldt dit voor meerdere, zo niet alle huisartsen. Deze punten zullen dus ook op centraal en op districtsnivo aan de orde komen.
Het verschil alleen is dat wij als groep niet akkoord zijn met de voorstellen van verzekeraars, o.a Amicon, in juli 2001 en dus contractloos zijn verder gegaan. De contacten met Amicon zijn nog gaande. Met het kort geding wordt hopelijk de financiering geregeld. De inhoud van het contract zal aan de onderhandelingstafel rond moeten komen.

Kunnen jullie nog een concreet voorbeeld geven van wat anders moet?

De dienstenproblematiek staat al jaren hoog op de agenda. De minister betaalt wel de infrastructuur van de opgerichte huisartsenposten. Echter aan een honorarium is niet gedacht. Een huisarts in een oude dienststructuur verdient F 8,60 bruto per uur. Op een huisartsenpost is dit F 15,20 bruto per uur. Kortom een fraai voorbeeld van hoe het niet moet. We willen in Dieren de ANW diensten wel doen, maar we moeten er wel toe in staat worden gesteld, oa met een marktconform honorarium wat past bij een academicus die op incourante tijden hoogverantwoordelijk werk verricht.

De LHV adviseerde in juli te contracteren, maar jullie doen dat niet…..

Met een advies van de LHV kun je twee dingen doen: het opvolgen en het niet opvolgen. Er is een mededingingsrecht en in dit mededingingstijdperk worden we ook geacht niet allemaal hetzelfde te doen. En wij kunnen heel goed onderbouwen waarom we niet tekenen. Daar hebben we goede inhoudelijke motieven voor. De hagro Dieren heeft een meer dan gemiddelde deelname aan besturen en commissies. We zitten de laatste jaren in besturen van RHV, DHV, DCB, DVH , hebben deelgenomen aan de klankbordgroepen Deloitte & Touche, WOF, Hay en zijn vertegenwoordigd in "Tijd voor Actie"
en in de LHV ledenvergadering. Kortom, we kunnen in Dieren de kwetsbaarheid van de huisarts in woord, getal en maat benoemen en zijn tevens in staat met onderbouwde voorstellen problemen aan te pakken.

Spelen er ook nog andere argumenten omtrent jullie contractloosheid?

Natuurlijk speelt op de achtergrond ook mee het gegeven of een huisarts in vrijheid een contract mag of moet tekenen. Hebben we een mate van contrac-teervrijheid of is er een contracteerplicht? Er bestaat toch een vrijheid van overeenkomst. Zit de oplossing kortom niet in het burgerlijk wetboek?
Ook speelt mee het huidige ondernemersrisico en de vraag in hoeverre de partijen, verzekeraar en huisarts, bereid zijn dit risico te delen. Of hoeft een zorgverzekeraar niet gekregen geld niet uit te geven, maar een huisarts wel?
Er is dus ook een "gelijkheid van partijen" ,wat wil zeggen dat als er geen contracteerplicht is voor de verzekeraar, dit om dezelfde reden voor de huisarts ook niet geldt.
Dit zijn allemaal vragen die wij ook stellen, zeker als wij denken goede redenen te hebben (nog) niet te tekenen. De uitkomst kan zo maar zijn dat de verzekeraar een andere huisarts regelt, dat de patiënt een andere verzekeraar kiest, dat de patiënt als particulier wordt gezien. Met de vrijheid van artsenkeuze heeft de patiënt ook het recht juist een contractloze huisarts te kiezen.

Komt het nog goed tussen de Dierense huisartsen en Amicon?

Wij hebben ons tot nu toe zeer constructief opgesteld. Als ook de Amicon hetzelfde doel heeft , namelijk continuering van moderne en eigentijdse huisartsenzorg , dan kan dat een goede afloop zeker versnellen.
Het probleem alleen is dat de zorgverzekeraars, en zeker niet alleen Amicon, zich steeds verschuilen , achter het BKZ, achter het niet hebben van een betaaltitel, achter het CVZ, achter de ziekenfondswet, achter de WTG en het CTG en zelfs achter de minister. Echter een partij die de pretentie heeft regisseur te willen zijn van de zorg moet zich in moeilijke tijden juist niet verschuilen, maar zich laten zien in de frontlinie met visie en durf.
Met onze kennis binnen de hagro kunnen we goed laten zien wat het probleem is
en wat er dus nodig is. Wij voelen ons een gelijkwaardige onderhandelingspartner en houden goede hoop er met constructieve onderhandelingen uit te komen. Dat blijft altijd de intentie.

Hoe reageren de patienten?

Onze patiënten worden tijdens het spreekuurbezoek geïnformeerd met een standaardbrief en een korte mondelinge toelichting. Bijna bij iedereen is er begrip. De patiënten lezen ook de kranten en ze zijn verder bij ons rondom de stakingsdagen in mei uitgebreid geïnformeerd over de huisartsenproblematiek.
Wij hebben onze patiënten verteld dat wij onze hulp onveranderd blijven leveren, maar dat de voorwaarden zoals die in het contract staan, niet acceptabel zijn. Verder wordt medegedeeld dat voorlopig de verzekeraar de nota krijgt.
Van de verzekeraar zou het zeer zorgvuldig zijn geweest als men hun verzekerden had ingelicht dat men niet in staat is geweest huisartsenzorg te contracteren. Of dit is gebeurd weten wij niet. De patiënten reageerden bijna altijd onwetend over de contractloosheid.

Het laatste nieuws is dat CVZ en CTG aangeven bij contractloosheid het abonnementhonorarium door te betalen…..

Dat mag dan wel zo zijn, maar het gaat ons als "uitvoerders van het werk" toch echt om de inhoud van het contract. Dus voor ons is het wezenlijker dat we met de verzekeraar tot een inhoudelijke overeenkomst kunnen komen. Ofwel kunnen wij met een nieuw contract verantwoord blijven werken? Als er geen overeenkomst is, dan is er een probleem. En als er meer huisartsen er zo over denken, dan is het probleem groter. Wij kunnen dit onze patiënten wel uitleggen. In de WGBO staat dat de arts voor zijn diensten betaald dient te krijgen. Zal dan de betaling (rechtstreeks) van de patiënt moeten komen?
Mocht men dan toch het abonnement blijven betalen, contract of niet, dan is de uitbetaling toch echt onverschuldigd. Voor ons is het abonnementsgeld bij geen contract min of meer besmet geld.
Bij contractering staat onze autonomie en onze professionaliteit voorop. Daar valt niet mee te sjoemelen.

Wat zijn de kansen bij het kort geding?

Als je een procedure aanspant kun je winnen en verliezen, dat is duidelijk.
Echter wij hebben wel een goed gevoel omdat het geding allereerst gaat over betalen van verricht werk op verzoek van de verzekerden van Amicon.
Wij hoeven toch niet gratis te werken in een periode van onderhandeling?
Daarnaast willen we praten over de inhoud van het contract en dat is toch ook niet verboden. Nee toch?

Dierense Huisartsen Groep.


woensdag 19 december 2001 0 reacties | Lees verder

Variant 8

Variant 8
Opinie Geachte Collegae,

20 december nadert in ras tempo, en wat willen we als RHV-Midden-Kennemerland dat de ledenvergadering besluit over de contracten? Iedereen heeft de ledenbrief ontvangen en begrepen dat het DB (dagelijks bestuur) variant 7 voorstaat.

Ik wil op het laatste nippertje nog even een discussie aanzwengelen met als doel dat een ieder van de 43 collegae een duidelijke stem uitbrengt. Daarbij wil ik ook een variant 8 toevoegen.

Ten eerste enige opmerkingen betreffende de bestaande varianten.

Variant 6: helaas heeft de LHV (lees het DB) het begrip contractgarantie van Rim Posthumus niet goed begrepen. Contractgarantie betekent niet contractloos gaan maar met een goede intentie doorwerken op dezelfde manier als normaal inclusief ANW en met doorbetaling van het abonnementstarief door de ZV’s.

Dit laatste is door het CvZ (College van Zorgverzekeringen) toegezegd dat dit zonder contract ook zal gebeuren bij normale inspanning van de huisarts.

Hierbij verdwijnen een aantal nadelen die de LHV heeft opgesomd in bijlage 2:

- De wens tot contracteren met terugwerkende kracht………

Er wordt gewoon doorbetaald door ZV’s mbv abonnementstarief, zie boven. Voor de particuliere verzekeraars verandert al helemaal niets. Er is geen sprake van enig administratief werk.

- Mogelijk is er formeel geen sprake van de juridische………..

Ook met de HAP is een intentiegarantie, als het contract in de komende maanden goed is, is er geen enkel probleem. Is het contract niet goed, dan is er überhaupt een staking van ANW (zie ook variant 7 die de instemming van de LHV heeft) en dus ook geen bestaansrecht meer voor een HAP.

- Vooralsnog voor onbepaalde tijd…………

Nauwelijks een nadeel te noemen, inmiddels de huisartsen bieden aan zonder contract een aantal maanden gewoon hun werk te doen zoals altijd met het doel na die maanden een fatsoenlijk contract te krijgen met adequate honorering van ANW.

- De laatste twee nadelen zijn er niet omdat wij met contractgarantie verder werken en dus niet contractloos gaan (= weigeren iets te tekenen, iedereen als particulier zien, en geen abonnementsbetaling accepteren).

Variant 7 (afgeleid van het plan Habets zoals dat tijdens de informatiebijeenkomst op 27/11 in Maarssen is besproken) wordt door het DB toch weer wat ontkracht oa door er aan te koppelen dat we moeten tekenen voor 6 maanden. Ten eerste onverstandig omdat dat juist in mijn ogen de druk vermindert. Het geeft bovendien veel administratieve rompslomp zoals in de ledenbrief uitgebreid wordt aangegeven. Daarnaast geven we dan een belangrijk drukpunt weg, namelijk het tijdstip. Vorig jaar is gebleken dat 1 juli een slecht moment is om een eventuele staking uit te roepen. Daarbij zijn dit jaar de verkiezingen. Het vaststellen van een peildatum van 1 april of 1 mei voor het staken van ANW, indien er geen goed contract voorligt, is politiek veel daadkrachtiger.

Enkele commentaren op de ledenbrief wederom:

- De ANW-dienstenorganisaties worden waar nog mogelijk………

In Midden-Kennemerland is geen contract met de HAP getekend en kan dus ook niet worden opgezegd.

- De zorgverzekeraar moet instemmen…………

Hoe zo de ZV moet instemmen? Wij verlenen de zorg voor een adequaat honorarium, de ZV is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van zorg. De ledenbrief noemt nota bene zelf als voordeel, "Het besluit tot opschorting markeert ook het falen van de inspanningen van zorgverzekeraars". Overigens is het opvallend dat de LHV “ongehonoreerde zorg” bij variant 7 als voordeel ziet en bij variant 6 als nadeel (?).

Concluderend zou ik een variant 8 willen voorstellen:

Geen contract tekenen, per 1/1/02 gewoon ons werk doen inclusief ANW op de HAP, duidelijk alle partijen informeren dat per 1 april of 1 mei de ANW worden gestaakt bij geen goed contract.

Hierbij tekenen wij aan dat de huisartsen er vanuit gaan dat wij graag ons werk blijven doen zoals tot nu toe gebruikelijk – inclusief ANW- maar dan wel met een adequate honorering.

Ons doel met variant 8 is om de partijen ervan te overtuigen dat het zo niet meer gaat en dat wij een goed contract willen. Als de overheid en ZV’s daarin ons niet tegemoet willen komen dan bestaat het risico van het verdwijnen van de ANW uit ons pakket zoals de LHV omschrijft in de laatste 2 punten van de ledenbrief. Ik vrees dan voor de teloorgang van ons vak, wat toch niet de bedoeling mag zijn.

Ik zou graag van een ieder voor aanstaande donderdag een mening/uitspraak/stem willen horen voor een van de varianten, zodat Rob Sleutelberg en ik beslagen ten ijs kunnen komen in Utrecht.

Met vriendelijke groet

Hans Ruiter, Heemskerk

(brief voor de RHV Midden-Kennemerland, echter algemeen toepasbaar voor de rest van het land)



zondag 16 december 2001 0 reacties | Lees verder

Stand van zaken

Stand van zaken
Opinie Afgevaardigden, collega's,

stand van zaken op een aantal punten.

1. Borst heeft aangegeven geen ruimte te hebben, niet voor:
- ANW-honorering
- perifere praktijkkostenvergoeding
- aanpassing inkomen
- etc.
Tevens nog steeds volstrekte onduidelijkheid AOV-premie. Wordt wrsch. fikse tegenvaller.

2. ZN en perifere ZV's praten wel, geven goede intentie's aan totdat.... er boter bij de vis moet komen.
Dan geven ze nadrukkelijk niet thuis.
Gaan ons per 1-1-2002 contracten aanbieden zonder enige concrete verbetering tov 1-7-2001.

3. CvZ, CTG leveren hun aandeel. ZF-abonnementen mogen gewoon betaald worden zonder contract.
Doel: angel eruit bij contractloos. Maar ook: Geen financieël risico voor HA's bij "simpel" contractloos!!
Valt mi onder categorie:"Waar bedreigingen zijn zijn ook kansen".

4. LHV heeft begin dit jaar aangegeven veel waarde te hechten aan de perifere praktijkkostenvergoeding en zwaar in te zetten op ANW-honorering.
Huidige DB begint aan laatste maand, zal niet (gauw) dreigen met opstappen e.d. mocht er serieus tegenwerk komen.
Toch adviseert dit DB per 1-1-2002 contracten te ondertekenen ondanks 2 en 3. Van de zotte! Niets behaald en ZV's "belonen" met contractering!!
Nieuwe DB(-leden) denken/kijken nu ongetwijfeld mee bij huidige DB. Want die moeten door met besluit LV.

Dan komt 20 dec. Een rits van varianten, risico m.i. bijv: LHV-optie:22%, Posth.:15%, Habets:10% etc. met als conclusie dat LHV-optie (IO tekenen) grootste aandeel heeft.
We (afgevaardigden) moeten m.i. inzetten op als eerste de keuze: Wel ondertekenen (LHV-optie) of niet tekenen.
Daarvoor moet m.i. nu een meerderheid te vinden zijn voor niet tekenen.
Daarna kunnen we (snel) overgaan tot invullen van deze keuze.

Zo komen we bij onszelf (afgevaardigden) uit. Zorg dat je voor 20 dec. weet of je RHV vóór of tegen ondertekenen is.
Met al het laatste nieuws zou die keuze niet moeilijk moeten zijn. Nieuw DB krijgt goede start door keuze van:

5. DHV's en RHV's. Al van meerdere rhv's berichten hierover gelezen.
Bij ons (RHV Arnhem eo, 170 HA's):
unaniem tegen tekenen contract per 1-1-2002 (ook bij positief advies LHV). DHV (Groot Gelre, 660 HA's):
bestuur geeft advies niet te tekenen.

Ik denk echt dat we op 20 december snel duidelijkheid moeten hebben over verwerpen LHV-optie.
Gebeurt dat dan kunnen we constructief door met invullen verdere pad.
Gebeurt dat niet dan zullen hele RHV'en en DHV'en een andere weg dan landelijk gaan bewandelen.
Heeft misschien wel z'n charme maar niet de voorkeur.

Laten we per e-mail of voor de vergadering hierover één lijn proberen te bereiken.
Ben overigens wel benieuwd naar motivatie om toch te ondertekenen. Laat dus ook horen!

Henk Herberts

zondag 16 december 2001 0 reacties | Lees verder

De danspasjes van de heer Wiegel zijn soms heel kleine pasjes

De danspasjes van de heer Wiegel zijn soms heel kleine pasjes
Overheid

Begroting VWS


Behandeling wetsvoorstel Vaststelling begroting Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2002
4 december 2001

foto:M. Sablerolle – Gouda





................................................................................................
Alleen fragmenten m.b.t. de huisartsenzorg zijn weergegeven, niet de gehele behandeling
................................................................................................

Mevrouw Kant (SP):
Deze problemen zijn mij bekend. Ik ben altijd tegen de NMa in de gezondheidszorg geweest en al helemaal bij huisartsenzorg. Vindt de heer Buijs dit ook en moeten wij er dus gewoon mee kappen?

De heer Buijs (CDA):
Het liefst wil ik er mee kappen, maar ik wil ook alle pro's en contra's zien. Ik erken dat er ergens een mededingingsautoriteit moet zijn, maar ik vroeg de ministerervoor te zorgen dat NMa en LHV eerst de problemen inventariseerden. Daarna zou ik later bezien welke ingreep nodig is. Nu is dat ''later'' aan de orde en wat mij betreft moeten wij de huisarts ook huisarts laten zijn. Dokters moeten mensen helpen. Zij moeten niet bezig zijn met onderhandelingen en het invullen van contracten. Ook de districtshuisartsenvereniging mag niet meer onderhandelen namens de huisartsen. Ik vind het een onwerkbare situatie en vandaar mijn noodkreet aan het adres van de minister: kan het niet een onsje minder voor wat betreft de NMa?

Mevrouw Kant (SP):
Kan het niet een onsje minder? Je wilt controleren of niet. Dan moet je zeggen dat de NMa niets te zoeken heeft bij die huisartsentarieven.

De heer Buijs (CDA):
In principe kan ik de gedachtelijn van mevrouw Kant volgen. Het klinkt zo gemakkelijk wat ze zegt, maar ik wil niet de Mededingingswet overboord zetten. Ik wil alleen faciliteren en bijvoorbeeld de vraag stellen of het om competitie gaat tussen huisartsen en zorg in huisartsengroepen ten opzichte van ziekenhuiszorg. Het gekke is dat wij ziekenhuizen afbreken - competitie is dus al bijna onmogelijk - en huisartsen opzadelen met individuele competitie. Dat is een waanzinnige situatie en ik ben dat helemaal met mevrouw Kant eens.

De heer Oudkerk (PvdA):
Mijn voorstel is om de beroemde poortwachtersfunctie van de huisarts te spreiden. Zeker 12% van de patienten die ik zie, heeft klachten aan het bewegingsapparaat. Ik denk dat zij beter eerst door een fysiotherapeut gezien kunnen worden. Ik denk dat geneesmiddelengebruik, suiker, bloeddruk, ogen en oren van chronische patienten, zowel kwalitatief als kwantitatief, beter kunnen worden gezien door de in de meeste praktijken al aanwezige praktijkverpleegkundige. Ik denk dat mensen met psychische problemen veel beter eerst naar een maatschappelijk werker of eerstelijns-psycholoog kunnen gaan. Als huisartsen samenwerken met specialisten in de huisartsenpraktijk, zoals in Maastricht en bij andere experimenten, denk ik dat wij het probleem kunnen versmallen door de poortwachter te verbreden. Dat vergt iets van de huisartsen als beroepsgroep, maar ook iets van de minister. Hoe denkt zij faciliteiten te bieden aan dat soort initiatieven in het land? Het is waar dat dit het beste kan in 4 gezondheidscentra, zoals zij in een nota zegt, maar het is stap twee om dit in het beleid tot uitvoering te brengen. Daarom wil ik een garantie van de minister dat beginnende gezondheidscentra waar geintegreerde zorg wordt aangeboden, niet het loodje leggen, omdat de kredietverlening door de banken op de tocht staat. De recente toezeggingen van de minister hierover zijn onvoldoende.

Mevrouw Hermann (GroenLinks):
Ik heb een passage over huisartsen, de spil van de gezondheidszorg die dol dreigen te draaien. Wij hebben echter zeer recent een brief van de minister ontvangen over het rapport-Tabaksblad en haar aanbevelingen terzake. Deze passage sla ik daarom grotelijks over. Gezien de geruime tijd die met de uitvoering van zo'n plan gemoeid zal zijn, is er toch een punt waarvoor ik aandacht vraag, want het is daarin onvoldoende besproken. Ik spreek dan over de zorg voor patienten die geen huisarts meer hebben, omdat hun huisarts de praktijk heeft neergelegd, de praktijk vacant is of niet kan worden ingevuld. Formeel hoort de zorgverzekeraar die regionaal marktleider is hier het voortouw te nemen, omdat de zorgverzekeraar leveringsplicht heeft voor huisartsenzorg, een voorziening conform de Ziekenfondswet. Die zorgverzekeraar ervaart dit echter lang niet altijd als een bindende opdracht. Is de minister bereid het er op de kortst mogelijke termijn toe te leiden dat de zorgverzekeraar die opdracht wel als zodanig accepteert, ook al brengt dit kosten met zich mee die normaal niet bij de vergoeding van de huisartsenzorg horen?

Mevrouw Van Blerck-Woerdman (VVD):
Wij vinden de voorgestelde maatregel van de minister voor de tandartstarieven heel goed. Op deze manier wordt eindelijk een probleem opgelost, waarvoor hulde.
Ik ga ervan uit dat de verhoging van de honorering voor avond-, nacht- en weekenddiensten van huisartsen wordt geregeld. De verzekeraars hebben daarvoor geld klaarliggen, dus de vraag is wat daaraan ontbreekt.
Ik neem alvast een voorschot op het debat over het rapport van Tabaksblatt over de toekomst van de huisartsen. Ik neem aan dat huisartsen straks niet alleen nog maar in een grotere structuur werken. Wij moeten niet op basis van het conjuncturele gegeven dat wij nu te weinig huisartsen krijgen, alles in grotere verbanden doen, omdat dat prettig zou zijn voor iedereen. Over tien jaar zijn er wellicht meer huisartsen, die dan maar moeten hopen dat zij in een centrum van andere huisartsen en andere beroepsbeoefenaren worden opgenomen. Ik hoop dat er ook ruimte blijft voor de huisarts als solist. Het is goed dat de minister een maatregel heeft genomen voor het vrijlaten van het GVS voor de hardlopers. Het heeft lang geduurd, maar net als bij de tandartsen is het toch gekomen, zodat er prijsconcurrentie kan plaatsvinden. Wat er overblijft, kan ten goede komen aan patientenzorg en premie. De registratie van homeopathische middelen moet per 1 januari 2002 een feit zijn. De minister heeft juridisch volkomen gelijk, maar toch wil ik vragen om een iets langere overgangsperiode, zodat alle mensen die zoveel plezier hebben van die middelen, er iets langer gebruik van kunnen maken. Ik geef geen ander waardeoordeel dan dit.
Deze week kom ik met een aantal collega's met een initiatiefwet over de apotheekhoudende huisarts.

Mevrouw Kant (SP):
De erfenis van het falende beleid van deze minister op het terrein van de huisartsen werpt zijn schaduw ook al vooruit. De Landelijke Huisartsenvereniging schat dat in het jaar 2006 2 miljoen tot 3 miljoen Nederlanders geen huisartsen meer zullen hebben. Vooral de sociaal zwakkeren zullen daarvan de dupe zijn.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):
Terwijl de minister geen gelegenheid voorbij laat gaat om te roepen dat geld het probleem niet meer is in de zorg, luiden de huisartsen letterlijk de noodklok en eist het complete veld van ziekenhuizen, specialisten, verzekeraars en de HBO-raad in een brandbrief dat dat geld dan ook wordt ingezet, te weten voor het stimuleringsfonds voor de opleidingen.

Behandeling wetsvoorstel Vaststelling begroting Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2002 5 december 2001

Minister Borst-Eilers:
Wat ik ook vind, is dat zorgverzekeraars hun sturende rol wel wat traag oppakken. Anders gezegd: de danspasjes van de heer Wiegel zijn soms heel kleine pasjes.
Op de vraag of ik er vertrouwen in heb dat de zorgverzekeraars dat kunnen, zeg ik volmondig ja. Ik baseer dit op de vele goede voorbeelden die ik ook bij de zorgverzekeraars zie en waaruit ik concludeer dat het dus wel kan. Ik wijs op het voorbeeld van de zorgbemiddeling waarbij men echt initiatiefrijk is. Een ander voorbeeld vormen de verzekeraars die afspraken met huisartsen weten te maken over voorschrijfgedrag, die daar geld mee vrijspelen en daar een soort bonus voor de huisartsen mee genereren, waarover de heer Oudkerk het gisteren had. Ik wijs ook op het financieren van transmurale zorgprojecten waar sommige verzekeraars heel soepel, heel constructief en heel initiatiefrijk in zijn. Wat ook belangrijk is, is dat steeds meer zorgverzekeraars gezondheidscentra faciliteren en financieren. Als men alle advertenties in het tijdschrift De huisarts naloopt, zal men zien dat veel huisartsen worden gevraagd en dat er heel vaak bij staat: de zorgverzekeraar organiseert de avond- en -weekenddiensten, helpt u met de problemen bij de praktijkkosten of financiert het gezondheidscentrum waarin u kunt gaan werken. Ik blijf dus optimistisch. Maar wij moeten blijven stimuleren om het tempo erin te houden. Het moet een wervelende dans worden die de heer Wiegel ons gaat laten zien!
Ik kom tot de nota Vraag aanbod. Ik kom te spreken over de huisartsen. De heer Buijs stelde dat de nieuwe opzet voor de praktijkkosten conform de voorstellen van de commissie-Tabaksblat flexibilisering vergt van de WTG-regels. Hij vraagt waarom daar zo lang op moet worden gewacht. Ik verwijs naar mijn brief van 30 november over de modernisering huisartsenzorg. Per 1 januari gaan er een paar dingen gebeuren. In de eerste plaats gaan de zorgverzekeraars zorgen voor een verbetering van het honorarium voor de avond-, nacht- en weekenddiensten. Ik heb daarover overeenstemming bereikt. Daarnaast zullen onder regie van mijn ministerie de LHV, de NHG en Zorgverzekeraars Nederland dat standpunt van het kabinet zo snel mogelijk gaan omwerken tot een plan van aanpak. Ik wil dat in het voorjaar gereed hebben. De huisartsen weten waar zij op dat punt aan toe zijn. Ten slotte heb ik de verzekeraars toegestaan om met ingang van 1 januari een lokale kostencomponent toe te passen. Het betreft de praktijkonkosten. Het gaat om uitwerking van het systeem van Tabaksblat: scheiding van inkomen en praktijkkosten. Het is niet een, twee, drie geregeld.
Per 1 januari wil ik een paar stappen zetten. De heer Oudkerk heeft een boeiend betoog gehouden over de zorginhoudelijke modernisering van de eerste lijn. Hij had het over gezondheidscentra, de goede samenwerking. Mensen kunnen regelrecht naar de maatschappelijk werker of naar de fysiotherapeut. Als er een goede verpleegkundige in de praktijk zit die de triage doet, wordt de huisarts veel bespaard. Ik deel het enthousiasme van de heer Oudkerk over deze vorm van samenwerking, maar ik zeg tegen mevrouw Van Blerck dat het geen blauwdruk is voor de eerste lijn. De huisarts solist mag wat mij betreft blijven bestaan. Tevens vroeg de heer Buijs hoe de zorgkloof tussen zorgvraag en zorgaanbod in de huisartsenzorg kan worden opgelost. In de eerste plaats door uitbreiding van de opleidingscapaciteit.
In de tweede plaats door de maatregelen die in de brief van 30 november staan. Een nieuwe taakverdeling is belangrijk. Verder avond-, nacht- en weekenddiensten waardoor de overbelasting teruggebracht wordt. Een oudere huisarts kan ervoor kiezen om helemaal niet meer mee te doen aan die avond-, nacht- en weekenddiensten. Dit zijn allemaal maatregelen die naar wij hopen, leiden tot het behoud van meer huisartsen. Het sleutelbegrip daarbij is ''lokale differentiatie-mogelijkheid'', waarbij de zorgverzekeraar de vrijheid heeft dat begrip toe te passen.
De huisarts moet natuurlijk zoveel mogelijk doen wat des huisarts is. De districtshuisartsenverenigingen gaan zich meer bezighouden met het de huisartsen uit handen nemen van allerlei administratieve problemen, net zoals de verloskundige districtsplatforms dit voor de verloskundigen doen en wat heel goed bevalt.
De heer Buijs sprak over de Nma en zei: er dreigen grote problemen te ontstaan. Sommige huisartsen zouden het alleen al daarom voor gezien houden, in de zin van: de boze NMa komt eraan en dus stop ik maar. Dat lijkt mij echt overdreven. Waarom het gaat, is dat de vanzelfsprekendheid van de eenheidsworst van contracten wordt doorbroken. Huisartsen die iets extra doen, moeten zich kunnen onderscheiden en moeten een ander contract kunnen afsluiten met de verzekeraar. Het staat ze vrij, de onderhandelingen daarover uit te besteden, als degene aan wie zij die uitbesteden maar geen verkapte collectieve onderhandelaar is, waardoor het allemaal opnieuw eenheidsworst wordt. In oktober 1999 heeft de Nma voor het eerst aangegeven hoe zij tegen deze huisartsenproblematiek aankijkt. Tot 1 januari a.s. geldt een overgangstermijn om een eind te maken aan de collectieve, alles dichtschroeiende onderhandelingen, maar ik blijf de situatie nauwlettend volgen. Zowel voor de LHV als voor de NMa is dit een nieuwe tak van sport. Geen van beide is erop uit de ander het leven onmogelijk te maken. Misschien is hier en daar een beetje massage nodig om het allemaal goed te laten lopen. De taak van de NMa is duidelijk en op zichzelf heeft het bestuur van de LHV daar ook alle begrip voor.

De heer Buijs (CDA):
Ik heb begrepen dat de minister heeft gezegd: ik wil samen met de LHV nagaan op welke manier wij deze complexe zaak kunnen oplossen. Het is niet allemaal niks. Dat van de Nma grijpt diep in. Daarbij komen nog de grote tekorten, de nieuwe honoreringsstructuur en de perikelen inzake de bereikbaar van de ziekenhuizen.
Kortom, het transformatieproces van de huisartsgeneeskunde is in volle gang. Ik denk dat de stuurman of de kapitein samen met de bemanning, waarbij ik denk aan de huisartsen, moet proberen dat goed af te ronden. Ik heb brieven en signalen
gehad waaruit blijkt dat men het zat is. Wij hebben nu al tachtig plaatsen zonder huisarts. Ik roep de minister op om datgene wat zij nu zegt, waar te maken.

Minister Borst-Eilers:
Voorzitter. Ik heb gezegd dat ik het in de gaten zal houden. Ik wijs erop dat het twee volwassen partijen zijn die het er met elkaar over eens moeten worden. Overigens zijn wij de komende tijd vrij intensief met de LHV bezig op het gebied van de uitwerking van Tabaksblat. In die gesprekken kan men alle problemen, ook met de NMa, naar voren brengen.

De heer Buijs (CDA):
De minister wijst op Tabaksblat, maar ik probeer aan te geven dat allerlei processen door elkaar lopen. Ik wijs op de herstructurering van de honorering, de bereikbaarheid in de
avond, nacht en weekeinden en de NMa. Ik vraag de minister samen met de beroepsorganisatie daar een soort taskforce op te zetten om tot een oplossing te komen.

Minister Borst-Eilers:

Wij gaan aan de gang met de modernisering van de huisartsenzorg en in dat kader mag u spreken over een taskforce.
De gesprekken tussen LHV en Nma zijn duidelijk geweest. Het gaat om twee volwassen partijen met een duidelijke taak. Als de LHV zegt dat zij met de NMa ergens tegenaan loopt, weet zij mij heus wel te vinden en kan ik proberen de zaken glad te strijken. De NMa heeft overigens een wettelijke taak die glashelder is.

Mevrouw Hermann (GroenLinks):
De vakante praktijken vormen dagelijks een direct probleem voor degenen die daarmee te maken krijgen. De zorgverzekeraar schrijft hen in als ''NONI'', niet op naam ingeschreven. Dat doet mij denken aan ''Nemo'', het oude verhaal van Odysseus: ik heet Nemo, niemand; ik ben er niet meer. De zorgverzekeraar heeft zorgplicht, maar er zijn zorgverzekeraars die dit niet als zodanig opvatten. Bent u bereid om nog eens duidelijk aan te geven dat het de zorgverzekeraar is die moet zeggen hoe mensen aan een nieuwe huisarts of aan een vervanger kunnen
komen?

Minister Borst-Eilers:
Ik ben graag bereid om de zorgverzekeraars daar nog een keer op te wijzen. Ook hier kunnen overigens goede voorbeelden worden gegeven, waaronder de situatie in Den Haag, laatst beschreven in Medisch Contact. Daar doen drie huisartsen de praktijken van vijf huisartsen, met financiële en praktische steun van de zorgverzekeraar.


zaterdag 15 december 2001 0 reacties | Lees verder

Word nu lid van HuisartsVandaag en profiteer van extra voordelen!

Altijd toegang tot het laatste nieuws
Reageer en communiceer met andere huisartsen
Dag- en dienstwaarnemingen, vacante praktijken en vacatures
Links naar gratis geaccrediteerde nascholingen
Dagelijks uitgebreide nieuwsbrieven

[Klik hier om u aan te melden]

Advertentie



Categorieën

Laatste reacties

Publieke Poll

Met welke stelling ben je het eens, mijn opinie over de NHG accreditatie is:
Moet worden afgeschaft, te veel werk te weinig opbrengst
Moet in sterk afgeslankte vorm gehandhaafd blijven
Moet in de huidige vorm elk jaar plaatsvinden
Moet in de huidige vorm minder vaak plaatsvinden
Geplaatst: 13-03-2017 Bekijk alle

HuisartsVandaag +Plus

gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd

Word lid en kom in contact met collega's
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen

Word lid en kom in contact met collega's