Inloggen

sluiten
Gebruikersnaam
Wachtwoord
wachtwoord vergeten?
onthoud mij
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren

Wachtwoord opvragen

sluiten
Vul hieronder uw e-mailadres of gebruikersnaam in en
wij zenden u een nieuw wachtwoord toe.
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren
Home


Tag cloud

Uitgelicht

Lobbydruk voor medicijn tegen taaislijmziekte was ongekend groot
Regeringspartij VVD en oppositiepartij PvdA willen dat er voortaan meer inzicht is in de
0 reacties | Lees verder
Artsen zijn een groot deel van hun tijd kwijt aan 'onzinnige' administratie
Artsen zijn bijna de helft van hun werktijd kwijt aan administratie, waarvan ze het gros ‘onzinnig’ vinden.
1 reactie | Lees verder
Psycholoogen besteden noodgedwongen een derde van hun tijd aan administratie
Tienduizenden mensen met psychische problemen in Nederland krijgen niet de juiste zorg vanwege administratieve rompslomp waarmee hun hulpverleners te kampen hebben, zo bericht de NOS.
0 reacties | Lees verder
Huisartsen in achterstandswijken overbelast
Huisartsen in achterstandsgebieden trekken aan de bel. Ze zijn structureel overbelast, zeggen ze in een reportage van de NOS, en nieuwe collega's zijn nauwelijks te vinden.
1 reactie | Lees verder
Rouvoet speelt geïrriteerde voorzitter over niet nakomen van afspraken met LHV
Zorgverzekeraars zijn geïrriteerd over uitspraken van LHV en Ineen dat verzekeraars extra budget dat was afgesproken en overeengekomen voor de zorg aan kwetsbare patiënten in hun zak houden
4 reacties | Lees verder
VPHuisartsen: ‘Zorgverzekeraars negeren afspraken over uniformering contracten’
VPHuisartsen heeft van haar leden signalen ontvangen dat er in de nieuwe contracten van enkele zorgverzekeraars, in het algemene deel, bepalingen dan wel onderdelen zijn toegevoegd, die
3 reacties | Lees verder
'GGZ Nederland wil behandelgegevens patiënten toch delen met externe databank
GGZ Nederland roept zorginstellingen op om bepaalde gegevens van behandelingen van patiënten toch te delen met een externe databank, zo bericht de NOS naar aanleiding van een artikel in
0 reacties | Lees verder
Huisarts Zaat in Volkskrant-column: ‘Nut van de griepprik is gering’
“Bijna is het zo ver, de jaarlijkse middag waarop we griepprikken geven”, schrijft huisarts Joost Zaat in zijn wekelijkse column in de Volkskrant.
7 reacties | Lees verder
Hulpverlening door praktijkondersteuner ggz verviervoudigd in vier jaar tijd
Vier keer zoveel mensen met psychische klachten klopten in 2016 aan bij de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ) als in 2012.
0 reacties | Lees verder
Regeerakkoord: Minder geld voor de zorg bij oplopende zorguitgaven
Het zuur voor de zorg zit goed verstopt in het regeerakkoord,
1 reactie | Lees verder
‘Laat de huisarts nu eens gewoon zijn werk doen’
Het experiment van zorgverzekeraar Menzis om huisartsen elk jaar een vaste vergoeding te geven, leidde vorig jaar zowel tot positieve als negatieve reacties.
2 reacties | Lees verder
RSS

Laatste nieuws


Verbazing

Verbazing
Opinie Vlijmen 12.11.'01

Geacht bestuur LHV,

Met verbazing en ongeloof zie ik dat er op ws meer dan honderd locaties in Nederland het wiel Centrale Huisartsenpost uitgevonden moet worden zonder duidelijk zicht op de werkelijke kosten en of die kosten wel volledig vergoed zullen worden.
Na bestudering van de AMvB huisartsendienstenstructuur doet de zin:"Deelname in een dienstenstructuur zal vanzelfsprekend consequenties hebben voor het inkomen van de deelnemende huisarts. Huisartsen worden minder belast door de overdracht van hun avond-,nacht en weekenddiensten naar de dienstenstructuur, hetgeen zal leiden tot een aangepaste vergoeding voor deze diensten" mij het ergste vrezen. Waarschijnlijk wordt de vorstelijke beloning die wij nu voor onze ANW diensten krijgen gekort op onze praktijkkosten naast een gedeelte van de kosten voor de CHP. Weer een sigaar uit eigen doos, die al jaren leeg is?
Daarnaast wordt de doelstelling vermindering van de werkbelasting voor de individule huisarts omgekeerd in het tegendeel. Wat te denken van een normale werkdag 10 uur in zijn eigen praktijk met daarna een achterwacht van 6 uur en opvolgend een nachtdienst van 8 uur dit alles in een een etmaal,hoezo frisse dokter? Kom hier eens mee aan bij de arbeidsinspectie!
De werkbelasting tijdens de diensten op de doktersposten zal alleen maar toenemen, zie berichten uit Leiden en Assen, met alle gevolgen vandien.
Door al onze energie te steken in deze ontwikkeling laten we het eigenlijke probleem:de huisarts heeft een verliesgevend bedrijf ,veroorzaakt door een lakse beroepsgroep en LHV maar vooral door een onbetrouwbare overheid, links liggen en worden we weer geruime tijd aan het lijntje gehouden. Dit verliesgevend bedrijf wordt nog verliesgevender als zoals ik vrees een gedeelte van de kosten van de CHP's op de beroepsgroep verhaald worden.
Wordt eens wakker voor het te laat is! Of is het al vijf over twaalf?

Pierre Boumans 28 jaar huisarts

maandag 12 november 2001 0 reacties | Lees verder

Huisartsen: niet doorkwakkelen

Huisartsen: niet doorkwakkelen
VPH-DVH Verontruste Club van 100 wil contracten verbreken met zorgverzekeraars

MEPPEL/STEENWIJK
Als het kabinet op de huidige manier doorkwakkelt met het beleid rond de vergoedingen voor huisartsen worden patiënten de komende jaren in toenemende mate verstoken van adequate medische hulp. Dit voorspelt een landelijke Club van 100 van verontruste huisartsen. Zij hebben zaterdag tijdens een protestbijeenkomst reeds hun ernstige bezorgdheid uitgesproken over het alsmaar toenemende tekort.
Voor de Club van 100 is het onaanvaardbaar dat de zwaksten in de samenleving, van wie de gezondheidstoestand nu al bij anderen achterblijft, de eerste slachtoffers zijn van het door de overheid gevoerde beleid.

De huisartsen zijn weliswaar loyaal aan de Landelijke Vereniging van Huisartsen (LHV), maar vinden dat het bestuur hen niet goed vertegenwoordigt om effectieve oplossingen te vinden voor de huidige problemen. Zij sporen de zorgver
zekeraars aan om extra gelden ter beschikking te stellen. Daarvan kunnen de huisartsen op een fatsoenlijke manier worden gehonoreerd en in staat worden gesteld continue zorg, zeven maal 24 uur, te leveren.

De Steenwijker huisarts J.M.R. Vermeulen is lid van de Club van 100. Hij vreest dat uit het overleg tussen minister Borst, de zorgverzekeraars en het bestuur van de LHV geen pasklare oplossingen komen. ‘Het gros van de collega’s ziet kennelijk niet in, dat de nood echt zo hoog gestegen is.

De Club van 100 wil haar waarschuwing vergezeld laten gaan met het opzeggen van contracten met zorgverzekeraars, als in deze overeenkomsten geen uitzicht wordt geboden op structurele oplossingen. Samen met zorgverzekeraars als Groene Land Achmea moet de grote uitstroom van huisartsen worden tegengegaan. Dat kan onder meer door de honorering te verbeteren.

Volgens de Meppeler huisarts K.L. Lub, die de ideeën van de Club van 100 ten volle ondersteunt, loopt het platteland de komende jaren direct gevaar dat op grote schaal huisartsenpraktijken verdwijnen. Praktijken kunnen financieel niet uit, aldus de woordvoerder van de Meppeler huisartsen. Deze mening wordt gedeeld door de collega’s in Meppel, Steenwijk en de regio.

De huisartsen stellen de overheid en de politiek direct verantwoordelijk voor de kaalslag in de eerstelijnszorg. De afgelopen jaren is geen acht geslagen op de alarmerende geluiden van de LHV over het aankomend tekort aan huisartsen. Pas in de laatste Miljoenennota is de verhoging van het aantal studieplaatsen voor medicijnen aangekondigd. Er was de laatste jaren slechts oog voor bezuinigingen. De vergoedingen voor de praktijkkosten lopen absoluut uit de pas, aldus Lub. Voor dat geld steken jonge huisartsen hun nek niet meer uit om fors te in vesteren in overname van een praktijk.

Bron: Meppelder Courant


vrijdag 9 november 2001 0 reacties | Lees verder

Huisartsen: zeg contracten op

Huisartsen: zeg contracten op
VPH-DVH Het almaar toenemende tekort aan praktiserende huisartsen baart de zogenoemde 'club van 100' nog altijd grote zorgen. De club van 100 doet nu een dringend beroep op alle huisartsen geen contracten met zorgverzekeraars meer te accepteren die geen uitzicht bieden op een structurele oplossing van de problemen. De grote uitstroom van huisartsen en de opdrogende instroom van nieuwe praktijkvestigingen moeten worden aangepakt. Daarbij verwijzen de bezorgde huisartsen vooral naar de slechte regelingen voor avond-, nacht- en weekenddiensten. "Voor een nachtdienst krijgen we nu nog steeds acht gulden per uur", zegt Robert Mol, huisarts in de regio Rotterdam en woordvoerder van de club van 100. "Maar dat bedrag zou minimaal 170 gulden moeten zijn en dan nog is dat niet veel voor een academicus."
Met deze oproep gaat de club van 100 in tegen de adviezen van de Landelijke Huisartsen Vereniging, die nog altijd hoopt op een goed onderhandelingsresultaat met Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS. Maar daar heeft Mol geen vertrouwen meer in. "De LHV werkt niet meer anno 2001. De vereniging is traag, niet besluitvaardig en niet bestand tegen de zakelijkheid van Zorgverzekeraars Nederland en de politiek. Wat we in het bestuur nodig hebben zijn keiharde zakelijke mensen", zegt hij pal voor de verkiezing van een nieuw LHV-bestuur. "De LHV mag niet uit elkaar vallen, maar moet wel veel zakelijker worden en keiharde eisen op tafel leggen tot behoud van de beroepsgroep. Anders dreigen steeds meer jongeren zich niet meer te vestigen, terwijl de oudere huisartsen massaal vervroegd uitstromen."
De jongere generatie huisartsen wacht steeds langer met vestiging. Een deel vindt het wel prima langdurig waar te nemen, zonder de lasten van een eigen praktijk te moeten dragen. Remco Rijntjes heeft zich onlangs samen met zijn vrouw gevestigd in Meppel. Hij schetst een beeld van de jongere generatie huisartsen, onder wie veel vrouwen, die niet meer fulltime wil werken. Loondienst heeft bij een aantal de voorkeur en wanneer vestiging aan de orde is, dan het liefst in een HOED (huisartsen onder één dak) of gezondheidscentrum. "Er zijn veel praktijken die je kunt overnemen, maar dat zijn vaak solopraktijken. Als die bovendien zijn gevestigd in een gebied waar het moeilijk is een HOED tot stand te brengen, dan wordt het lastig. Veel oudere collega's willen of kunnen de investering voor een HOED niet meer opbrengen. Een HOED kost aan investering gemiddeld 1,5 tot 1,8 miljoen gulden, exclusief de grond."
Die grond zou volgens Rijntjes eigenlijk gratis moeten zijn. Zoals in Breukelen waar de gemeente de grond voor een gulden aan een HOED heeft verkocht. Maar Breukelen is nog een uitzondering. Doorgaans krijgen de nieuwe huisartsen weinig steun vanuit de gemeente. Ook de onderhandelingen met zorgverzekeraars zijn vaak een 'crime' volgens Rijntjes. "Ze stellen veel voorwaarden en het is heel moeilijk echte financiële steun van ze te krijgen." De huidige lichting zit precies tussen de oude solistische praktijken en de moderne HOED-praktijken. Vestiging betekent vaak een enorme verandering en modernisering. Rijntjes: "Dat vraagt ontzettend veel energie en om die reden wacht een aantal langer dan gewenst om een eigen praktijk op te zetten." (SvD)

Bron: Nieuwsbrief Zorgvisie
vrijdag 9 november 2001 0 reacties | Lees verder

Ministerraad stemt in met modernisering huisartsenzorg

Ministerraad stemt in met modernisering huisartsenzorg
Overheid De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van minister Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de huisartsenzorg te moderniseren. Het voorstel is gebaseerd op het advies van de commissie-Tabaksblat. Kern van het voorstel is dat de huisarts de spil van onze gezondheidszorg moet blijven. Huisartsen bieden laagdrempelige zorg en zij handelen negentig procent van de gezondheidsklachten af. De huidige huisartsenzorg kent echter diverse knelpunten. Jonge huisartsen willen vaak parttime werken, wat in een solopraktijk niet mogelijk is. Patiënten worden steeds veeleisender, waardoor de werkdruk groot is, ook tijdens de avond- en weekenddiensten. Huisartsen doen veel werkzaamheden die net zo goed of beter door een verpleegkundige of administratief medewerker gedaan kunnen worden. Tenslotte is de financiering van de huisartsenzorg niet helder, omdat inkomens en onkosten door elkaar lopen. Het voorstel van het kabinet omvat onder andere de volgende punten: - Bij de avond-, nacht- en weekenddiensten kunnen huisartsen samenwerken. Voor 200.000 à 300.000 patiënten kan één huisartsenpost functioneren, waar altijd een huisarts beschikbaar is, ondersteund door assistenten. Op veel plaatsen in Nederland werkt dit al. Hiervoor is 150 miljoen gulden per jaar beschikbaar. Het aantal diensturen per huisarts loopt hierdoor sterk terug. - Praktijkkosten en gezondheidscentra worden gestimuleerd. In een gezondheidscentrum werken naast artsen ook verpleegkundigen, fysiotherapeuten en maatschappelijk werkers. De verpleegkundigen doen zelfstandig het controlespreekuur voor chronisch zieken. Huisartsen kunnen zich beperken tot hun eigenlijke taak. - Praktijkkosten en inkomen worden gescheiden. Bij het inkomen zal, naast een bedrag voor de beschikbaarheid van de huisarts, gewerkt gaan worden met kostendekkende tarieven. De voorstellen zullen nader worden uitgewerkt in samenwerking tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de huisartsen en de zorgverzekeraar. -------------------------------------------------------------------------------- Kamerstuk Modernisering huisartsenzorg De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG CZ/EZ/2238162 Op 29 juni jl. zond ik u mijn standpunt in hoofdlijnen op het advies van de Commissie Tabaksblat (Commissie ‘Toekomstige financieringsstructuur huisartsenzorg’). Daarin heb ik u toegezegd een uitwerking hiervan te geven na afronding van het overleg met partijen en nader beraad in het kabinet. Met deze brief doe ik die toezegging gestand. Het is van groot maatschappelijk belang de cruciale rol van de huisarts en de huisartsenzorg als spil in ons systeem van gezondheidszorg te handhaven en waar mogelijk te versterken. De commissie heeft dit belang onderkend en ik ben het daar van harte mee eens. Kernthema’s in haar advies en ook in mijn voorgaande brief waren dan ook: de urgentie van het vraagstuk, het (toenemend) tekort aan huisartsen; de noodzaak van een andere organisatie van deze zorg; een passende regeling voor de avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW-diensten); verheldering van verantwoordelijkheden en de noodzaak van een efficiënter en transparant financieringssysteem. Dit laatste vereist ook in de ogen van de commissie een scheiding van inkomen en praktijkkosten met de mogelijkheid van lokale differentiatie. Belangrijk daarbij is het opnieuw omschrijven van het takenpakket van de huisarts. Op deze punten zal hieronder nader worden ingegaan. Maatschappelijke urgentie Op verschillende plaatsen in ons land zijn de kwaliteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg in het geding. Op lokaal niveau moeten passende antwoorden worden gevonden op de veranderende vraag naar zorg, de toegenomen mondigheid, maar ook de bewerkelijkheid van patiënten. Anderzijds moeten het vak zelf en de organisatie van de beroepsuitoefening meer flexibiliteit bieden, waardoor het voor beroepsbeoefenaren aantrekkelijk blijft. Het is bij uitstek een overheidsverantwoordelijkheid de kwaliteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg te blijven waarborgen. De modernisering van de huisartsenzorg en de daarbij in acht te nemen verdeling van verantwoordelijkheden vormen onderdeel van het beleid, zoals het kabinet dat heeft uiteen gezet in de beleidsbrief Modernisering curatieve zorg fase 2 (T.K. 23 619, nr. 18). Het advies van de Commissie Tabaksblat is hiermee in lijn en benadrukt de urgentie van deze modernisering. De maatregelen die de commissie voorstelt, hebben dan ook vooral als doel: de cruciale rol die de huisarts in de gezondheidszorg heeft, ook voor de toekomst, veilig te stellen door organisatorische en inhoudelijke vernieuwingen. De ervaringen van de afgelopen jaren hebben immers geleerd, dat gewenste ontwikkelingen worden afgeremd door de huidige wijze van financiering van deze zorg. De Commissie Tabaksblat heeft dat overtuigend geïllustreerd. De afgelopen maanden is overleg gevoerd met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie (NPCF), de Landelijke Vereniging van Gezondheidscentra (LVG) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Tekort aan huisartsen Op dit moment is er sprake van een tekort aan huisartsen. Al diverse keren heb ik met de Kamer over dit capaciteitsprobleem gesproken. Dat tekort heeft twee kanten. In de eerste plaats gaat het om absolute tekorten. Het antwoord hierop is: meer huisartsen opleiden en toetredingsbelemmeringen wegnemen. Daaraan wordt op dit moment volop gewerkt. Ik verwijs daarvoor naar mijn Plan van aanpak uitbreiding capaciteit zorgverleners, dat ik op 12 november jl. naar de Kamer heb gestuurd (brief IBE-BO-2232427) en mijn brief over het opruimen van toetredingsbelemmeringen (brief d.d. 16 oktober jl. TK, 24036, nr.230). In de tweede plaats heeft de Commissie Tabaksblat er terecht op gewezen dat er sprake is van een (gedeeltelijke) “mismatch” tussen behoefte en aanbod aan huisartsenzorg, onder erkenning van het feit dat extra huisartsen nodig zijn als “buffer” bij frictieproblemen. Jongere huisartsen en artsen in opleiding hebben nauwelijks belangstelling voor een solistische praktijk, zoals deze tot voor kort nog vrij algemeen gebruikelijk was. Op dit moment staan dergelijke praktijken leeg, terwijl bijna zeshonderd huisartsen zich niet hebben gevestigd. In een aantal gebieden dreigt dan ook de situatie te ontstaan, dat patiënten geen nieuwe huisarts meer kunnen vinden zodra de eigen huisarts de praktijk opgeeft. Een aantal praktijkzoekende huisartsen vindt de aangeboden locatie en de aanwezige faciliteiten kennelijk niet of niet voldoende aantrekkelijk. Daarmee is de toegankelijkheid van de zorg in direct gevaar, een probleem dat zich vooral in de grote steden manifesteert en actie vereist. Daar komt nog bij dat circa een derde deel van de huisartsen op dit moment 50 jaar of ouder is. Een toenemend aantal van hen overweegt de praktijk vervroegd neer te leggen, onder andere vanwege de werkdruk. Als zij daadwerkelijk daartoe overgaan, kan het tekort in de toekomst nog groter worden. De huisarts handelt 90% van de gezondheidsklachten zelfstandig af. In situaties waarin patiënten geen beroep meer kunnen doen op de huisarts, zullen zij zich tot het ziekenhuis wenden. Dat is hiervoor niet toegerust. Ziekenhuishulp is bovendien aanzienlijk duurder dan huisartsenhulp. Het delen van verantwoordelijkheid, de wens om samen te werken met andere eerstelijns zorgverleners en de wens te kunnen werken in deeltijd (vooral bij het snel toenemend aantal vrouwelijke artsen) zijn alleen mogelijk in samenwerkingsverbanden. De ontwikkeling in die richting gaat snel; op dit moment is al meer dan de helft van de huisartsen daarin werkzaam. Als het vak beoefend kan worden onder omstandigheden die aan de eisen van de beroepsbeoefenaren tegemoet komen, zal de belangstelling voor de huisartsenopleiding ongetwijfeld toenemen. Het stimuleren en faciliteren van deze ontwikkeling is dan ook een belangrijke doelstelling voor de eerstelijns gezondheidszorg. Noodzaak van nieuwe structuren Nieuwe structuren binnen de huisartsenpraktijk zijn bovendien noodzakelijk vanwege veranderingen in de zorg en het zorgaanbod zelf. Bijvoorbeeld voor de groeiende groep (oudere) patiënten met chronische aandoeningen als reuma of diabetes bieden groepspraktijken, in de vorm van een HOED (huisartsen onder een dak) en gezondheidscentra veel meer mogelijkheden voor adequate behandeling. Delen van de zorg voor chronische patiënten kunnen immers worden verricht door andere eerstelijns zorgverleners dan verpleegkundigen of fysiotherapeuten. Hetzelfde geldt voor de behandeling van patiënten afkomstig uit andere culturen. Groepspraktijken en gezondheidscentra zijn ook het antwoord op het huidige gebrek aan belangstelling voor (solistische) praktijken in met name achterstandswijken in de steden of in dunbevolkte gebieden. Ze bieden wellicht ook een oplossing voor de toenemende agressie in de praktijk. Ik hecht dus zeer aan samenwerking, zij het dat deze in overeenstemming moet zijn met de mededingingsregelgeving. Samenwerking betekent niet alleen meer mogelijkheden tot differentiatie, maar kan ook leiden tot efficiency-winst. De grootschalige dienstenstructuren voor de avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW-diensten), die op dit moment in snel tempo van de grond komen, zijn daarvan een voorbeeld. Grote groepen patiënten (100.000 en meer) zijn daardoor verzekerd van goede en efficiënte hulpverlening. De deelnemende huisartsen worden hierdoor grotendeels ontlast van een (te) inspannende taak, die de solistische huisarts naast zijn of haar gewone dagelijkse werk moet uitvoeren. Ook voor de oudere huisartsen kunnen deze nieuwe dienstenstructuren een verlichting van de werkdruk betekenen, waardoor zij het beroep langer kunnen blijven uitoefenen. In de praktijk zijn de dienstenstructuren zeer succesvol, zowel patiënten als huisartsen zijn tevreden. Overigens blijven er situaties bestaan waarin de solistische praktijkuitoefening de meest aangewezen vorm is. Een flexibel zorgaanbod op lokaal niveau is alleen mogelijk als verzekeraars en eerstelijns zorgverleners daartoe niet alleen de nodige ruimte, maar ook de nodige middelen in handen krijgen. Op dit moment komen op veel plaatsen in het land eerstelijns samenwerkingsverbanden tot stand. De samenstelling ervan is vaak divers. Vaak zijn zij monodisciplinair van aard, maar regelmatig ook multidisciplinair. Bij de totstandkoming daarvan vervult de huisarts vaak een sleutelrol. Deze ontwikkelingen moeten ook materieel mogelijk worden gemaakt. Bij het opzetten van groepspraktijken voor eerstelijnsgezondheidszorg is bijvoorbeeld een goede huisvesting noodzakelijk. Voor veel huisartsen blijkt het heel moeilijk te zijn een geschikte locatie of financiering daarvoor te vinden. Voorts is facilitaire ondersteuning noodzakelijk. De adviezen van de Commissie Tabaksblat grijpen juist aan op dergelijke praktische punten. De commissie geeft hiervoor de volgende “oplossingsrichtingen”: 1) De totstandkoming van een goede infrastructuur is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgaanbieders en verzekeraars, veelal in samenwerking met de betreffende gemeente. Het vinden van een goede locatie en het bieden van voorfinanciering bijvoorbeeld, zijn zaken die het beste door hen uitgevoerd kunnen worden en die ook hun belangen raken. Verzekeraars moeten immers garanderen dat de door hen verzekerde zorg ook daadwerkelijk beschikbaar is. 2) Zorgaanbieders en verzekeraars dienen de ruimte te hebben om groepspraktijken facilitair toe te rusten en te ondersteunen, zodat de huisarts zich kan concentreren op haar of zijn kerntaak, de directe patiëntenzorg. De praktische ondersteuning (automatisering, administratie, management, inkoop, huisvesting, werkgeverschap etc.) kan bij anderen worden ondergebracht. 3) Het bieden van helderheid over de producten die de huisarts levert. Deze aanbeveling van de commissie sluit goed aan bij de producttyperingen, zoals die thans voor de bekostiging en organisatie van ziekenhuizen worden uitgewerkt. Gezien de groeiende samenwerking tussen eerste- en tweedelijn ligt deze aansluiting ook voor de hand. Het inkomen van de huisarts zelf kan worden berekend via een uurtarief, analoog met de berekening van het inkomen van medisch specialisten zoals deze thans wordt voorbereid. Dat betekent ook een meer bevredigende oplossing voor een reëel inkomen voor de huisarts: men krijgt loon naar werken. Bij een omslag naar vraagsturing is deze wijze van bekostiging de grondslag voor heldere onderhandelingen tussen verzekeraars en huisartsen. De aanbevelingen van de commissie Tabaksblat passen goed in het lange termijn perspectief van het kabinet op de gezondheidszorg. De commissie Tabaksblat heeft zich vooral gericht op oplossingsrichtingen in een nieuw zorgstelsel, met een verplichte basisverzekering voor iedereen en met een regierol voor zorginkopende concurrerende verzekeraars. Verzekeraars onderhandelen op lokaal niveau met zorgaanbieders en bevorderen daarmee integraal de doelmatigheid in de zorgverlening. In de verdere vormgeving van de modernisering van de curatieve zorg, kan de uitwerking daarvan plaats vinden. Gelet echter op een aantal knelpunten in de huisartsenzorg is het noodzakelijk dat nu reeds en aantal stappen worden gezet. Daarom zal onderstaand worden ingegaan op oplossingsrichtingen voor de bestaande knelpunten. Omslag in de huisartsenzorg Ik constateer dat inmiddels een ingrijpende omslag in de huisartsenzorg gaande is. Dat maakt veel nieuwe energie los. Ook voor traditioneel werkende huisartsen die wellicht moeite met de snelle veranderingen hebben, zijn er mogelijkheden de lasten van het vak aanzienlijk te verlichten, bijvoorbeeld via de structuur voor de reeds genoemde ANW-diensten. Deze dienstenstructuur, en het succes daarvan binnen betrekkelijk korte tijd, kan mijns inziens een nieuw kristallisatiepunt betekenen. Van daaruit kan gezocht worden naar verdere vernieuwing. Zo kan de producttypering voor huisartsen heel goed starten bij de dienstenstructuur. Daar wordt immers een aantal duidelijk omschreven producten geboden: een telefonische dienst die doorlopend ruim bezet is door ter zake kundige doktersassistenten en verpleegkundigen, onder supervisie van een huisarts, eerste hulp via de huisartsenpost, eventueel verbonden aan een ziekenhuis, en zo nodig een thuisvisite. Van daaruit kan de producttypering voor de eerste lijn verder worden uitgebreid. Samenvattend: - verzekeraars en eerstelijnszorgaanbieders onder wie de huisartsen krijgen de mogelijkheid om gezamenlijk de infrastructuur en de facilitaire ondersteuning te verwezenlijken; - heldere producttyperingen zijn noodzakelijk en - loon naar werken wordt het uitgangspunt voor de bepaling van het inkomen van de huisarts. Samen met de capaciteitsmaatregelen, biedt dit de huisartsen mijn inziens een reëel en werkzaam toekomstperspectief. Te nemen maatregelen De maatregelen die ik heb genomen en nog zal nemen, betreffen – naast de extra opleidingsplaatsen- met name wijzigingen in de systematiek van de bekostiging van de huisartsenzorg. Ze passen in het besturingsconcept voor het tweede compartiment waarbij zorgverzekeraars gebudgetteerd en 100% risicodragend zijn en waarbij onderhandelingen op lokaal niveau plaatsvinden. Dit houdt onder andere in dat verzekeraars en (samenwerkingsverbanden van) aanbieders c.q. huisartsen bij hun onderhandelingen over de kosten het gehele domein waarover zij afspraken maken (dus ook t.a.v. het voorschrijfgedrag, gebruik van het EVS en verwijsgedrag) kunnen betrekken. Invoering van de maatregelen kan daarom macro-budgettair neutraal verlopen. Afspraken om in een bepaald geval hogere kosten in de huisartsenzorg te vergoeden kunnen door de verzekeraar immers elders worden gecompenseerd via afspraken die leiden tot kostenbesparingen op andere onderdelen. Overigens impliceert het vorenstaande uitdrukkelijk niet dat de professionele en onafhankelijke oordeelsvorming van de huisarts in het geding zou mogen of kunnen komen. 1. Scheiding van inkomen en praktijkkosten Om deze ontwikkeling, waarin de regierol van de verzekeraar inhoud krijgt, te ondersteunen is het allereerst nodig, zoals ook de commissie Tabaksblat voorstelt, dat praktijkkosten en inkomen worden gescheiden. De transparantie en daarmee het zichtbaar maken van de reële onderhandelingsruimte tussen partijen worden daardoor sterk bevorderd. Ik heb dan ook op 8 november j.l. bij brief (kenmerk Z/P-2222347) het CTG verzocht aan te geven hoe aan deze scheiding vorm kan worden gegeven. 2. Lokale differentiatie De lokale partijen – huisartsen en verzekeraars - moeten beter in staat worden gesteld om maatwerk te leveren. Ik wil daarom met ingang van volgend jaar lokale differentiatie van kosten mogelijk maken. De invoering van lokale differentiatie betekent dat van geval tot geval de kosten kunnen stijgen of dalen, afhankelijk van de concrete situatie. Het totaal van de te maken afspraken zal echter op macro niveau budgettair neutraal moeten zijn. Ik wil de verzekeraars en de huisartsen dan ook uitdagen om op korte termijn met goed onderbouwde plannen te komen voor gedifferentieerde vergoedingen voor zowel de avond-, nacht- en weekenddiensten als voor de praktijkkosten. Deze voorstellen moeten zodanig worden vormgegeven dat ex ante aantoonbaar is dat op macro-niveau sprake is van budgettaire neutraliteit. ZN zal bovendien twee maal per jaar over de uitkomsten rapporteren op basis van lokale afspraken. Zoals ik hiervoor al heb aangegeven, zal het totaal van de te maken afspraken echter voor de verzekeraars budgettair neutraal moeten zijn. M.a.w. dit zal in ieder geval moeten vallen binnen het budget waarvoor hij risico draagt. Voor het onderdeel van de huisartsenzorg-sec behoeft dat dus niet het geval te zijn. 3. Facilitering van infrastructuur Het realiseren van lokale differentiatie is een maatregel met effect op de korte termijn. Op den duur wordt het vraagstuk van een adequate en flexibele financiering van de infrastructuur opgelost door de verzekeraars in staat te stellen, de gewenste samenwerkingsverbanden buiten het ziekenhuis en de toerusting daarvan financieel te ondersteunen. Zo geven zij inhoud aan hun regierol. De ervaring leert dat gestructureerde samenwerkingsvormen zonder dergelijke ondersteuning moeizaam ontstaan. Voor huisartsen kunnen samenwerkingsvormen juist een belangrijke werklastverlichting betekenen door de beheersfuncties van de huisarts over te nemen (automatisering, administratie, management, inkoop, huisvesting, werkgeverschap, etc.). De bestaande financiering van de eerstelijnszorg is, behoudens de subsidieregeling gezondheidscentra, gericht op het financieren en contracteren van zorgverleners als solisten. Om onderlinge samenwerking - zowel monodisciplinair als multidisciplinair - te stimuleren, wil ik een structurele financiering voor de infrastructuur voor alle gewenste samenwerkingsvormen in de eerste lijn realiseren (met inachtneming van de mededingingswetgeving). Zoals ik ook reeds in de Zorgnota 2001 heb opgemerkt, voldoet de huidige regeling daarvoor onvoldoende en zal deze door een nieuwe regeling op grond van de WTG worden vervangen. Daartoe heb ik op 20 november 2001 bij brief (kenmerkCSZ/EZ-2184087 )het CTG gevraagd op de kortst mogelijke termijn aan te geven op welke wijze aan een dergelijke structurele regeling vorm gegeven kan worden. Ik heb daarbij aangegeven uit te gaan van een scheiding van inkomen en praktijkkosten. Het totaal van de door de deelnemers aan het samenwerkingsverband ingebrachte praktijkkosten geldt als basis voor de bekostiging van de infrastructurele kosten. Dit vindt uitsluitend plaats op basis van een praktijkplan waarin met het oog op de bevordering van doelmatigheid ook afspraken zijn opgenomen over het behandel-, voorschrijf- en verwijsgedrag. Met die regeling kunnen verzekeraars met in achtneming van hun totale financiële mogelijkheden samenwerkingsverbanden financieren en zo inhoud geven aan hun regierol. Ik verwacht dat hiermee partijen binnen de regio op maat en naar behoefte het zorgaanbod kunnen vormgeven. Het opstellen van deze praktijkplannen zal naar verwachting nog wel enige tijd in beslag nemen. Dat betekent in feite dat de effectuering in de loop van 2002 haar beslag zal krijgen. Ook voor dit onderdeel geldt de eerder genoemde eis van budgettaire neutraliteit. Met betrekking tot door partijen aan te gane verplichtingen in de sfeer van kapitaallasten wil ik hen de mogelijkheid bieden gebruik te maken van de kennis van het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen (CBZ) voor consultatie en advisering. 4. Producttypering De commissie Tabaksblat heeft voorgesteld om binnen het inkomen een scheiding aan te brengen tussen een vaste component (als vergoeding voor de beschikbaarheid) en een variabele component. Ook de LHV heeft een dergelijke tariefopbouw bepleit en wel in de vorm van een gemengde uniforme structuur (gelijk voor ziekenfonds- en particulier verzekerden). Het kabinet acht het thans nog te vroeg een definitieve keuze te maken voor een nieuw honoreringssysteem. Het is bovendien niet mogelijk om in de huidige particuliere ziektekostenverzekering een gemengde tariefstructuur op te leggen. In het toekomstige verzekeringsstelsel, zoals door het kabinet ontworpen, zal dit wel mogelijk zijn. Bovendien moet een nieuw honoreringssysteem volgens de Commissie Tabaksblat gebaseerd zijn op een nieuwe omschrijving van het takenpakket van de huisarts. Ik verwijs hier naar hetgeen ik daarover in mijn brief van 29 juni jl. heb opgemerkt. Met de commissie ben ik van mening dat er op dit moment onvoldoende duidelijkheid bestaat over het takenpakket van de huisarts. Daarmee is ook de basis voor de tarifering en financiering van het inkomen van de huisarts nog onhelder. Ook de beroepsgroep zelf is zich van deze onduidelijkheid rond het takenpakket bewust, getuige het project dat LHV en NHG momenteel uitvoeren om tot een geactualiseerde functie- en taakomschrijving van de huisarts te komen. Dit project kan een goede basis vormen voor de gewenste producttypering van de huisarts. Met deze typering wil ik de lijn doortrekken die vorige jaar bij de medisch specialisten is ingezet. Een goede producttypering voor de huisarts is een goed uitgangspunt voor de vormgeving van het principe "loon naar werken" en kan een basis vormen voor de toekomstige wijze van inkomensverwerving door de huisarts. Ze vormt eveneens een goed uitgangspunt voor de contractering door de verzekeraar en voor taakdelegatie en specialisatie binnen samenwerkingsverbanden in de eerste lijn. De samenhang met de producttypering van de ziekenhuiszorg (DBC) vormt een belangrijk punt van aandacht vanwege de groeiende samenhang en integratie van het werk van de huisarts en de specialist en, meer algemeen, van extramurale en intramurale zorg. Gelet op de discussie binnen de beroepsgroep over de inkomenspositie zullen met voorrang de producten die door de dienstenstructuren worden geleverd, worden getypeerd. Vanwege deze samenhang zal ik, vooruitlopend op de omschrijving van het takenpakket, de mogelijkheid van een normatief uurloon voor de huisarts door het CTG laten onderzoeken. Zodra aan de voorwaarden van een goede producttypering en een normatief uurtarief is voldaan, kan vervolgens een hernieuwd honoreringssysteem voor de huisarts vorm krijgen. Verzekeraars behouden daarbij de mogelijkheid om de huisarts te contracteren voor het bieden van huisartsenhulp aan een omschreven populatie voor een afgesproken honorarium. De opvattingen die de Commissie Tabaksblat daarover in haar advies heeft neergelegd, neem ik daarbij als uitgangspunt. Binnen het programma Modernisering Curatieve Zorg (MCZ) wordt onder andere een systematische typering van alle producten en diensten van de zorgaanbieders in de eerste lijn uitgevoerd. Daarbij wil ik voorrang geven aan die voor huisartsen. Over de aanpak wil ik op korte termijn met LHV en ZN tot bestuurlijke afspraken komen ten einde zo spoedig mogelijk hiermee te kunnen starten. Ook het NHG en de NPCF zal ik bij de producttypering betrekken. 5. Avond-, nacht- en weekenddiensten Inmiddels is met terugwerkende kracht tot 1 juli 2001 de eerder aangekondigde algemene maatregel van bestuur van kracht geworden die de huisartsendiensten aanwijst als aparte organen op grond van de WTG. Deze amvb maakt het mogelijk tarieven vast te stellen voor de praktijkkosten die door de avond-, nacht- en weekenddiensten kunnen worden gedeclareerd. Het betreft tarieven die tot stand komen in onderhandeling tussen de zorgverzekeraar en de dienstenstructuur, zodat met individuele verschillen in regionaal gemaakte afspraken rekening kan worden gehouden. Het CTG stelt deze tarieven – uiteraard rekening houdend met wat redelijk is - vast. Omdat deze systematiek vooruitloopt op de regierol van de verzekeraars, zal het kabinet de gang van zaken en de uitkomst volgen. 6. Rol van gemeenten Ook voor de gemeenten is een belangrijke rol weggelegd bij het realiseren van een goede infrastructuur voor de eerstelijnszorg. Zij hebben diverse instrumenten om de lokale partijen te ondersteunen bij het oplossen van de problemen die er in deze zorg, waaronder de huisartsenzorg, op dit moment zijn. Ik denk hier aan instrumenten op het gebied van ruimtelijke ordening, grondbeleid, huisvesting, parkeerbeleid, vergunningenbeleid, coördinatie en op het gebied van subsidiëring. De gemeenten zijn zich steeds meer bewust van de problematiek in de eerstelijnszorg. Binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is hierover op dit moment volop discussie gaande, teneinde de gemeenten bij hun beleid te kunnen adviseren. Dit zal binnenkort uitmonden in adviezen en suggesties van die zijde aan de gemeenten om de beoogde ontwikkelingen te faciliteren. 7. Urgentie Ik wil zo snel mogelijk resultaten boeken bij het concreet oplossen van de urgente problemen waarmee de huisartsen zich geconfronteerd zien. Ook wil ik voorkomen dat in elke regio partijen ieder voor zich proberen "het wiel opnieuw uit te vinden", waardoor nodeloos tijd verloren gaat. Dit vraagt om uitwisseling van opgedane ervaringen van regio's. In mijn opdracht gaat daarom een "Taskforce knelpunten huisartsenzorg" aan de slag om in gebieden waar zich concrete knelpunten voordoen de betrokken partijen bij te staan in het vinden van oplossingen en het uitwisselen van ervaringen. Allereerst denk ik hierbij aan de grote steden. Bij de werkzaamheden van de Taskforce zal ik uiteraard de andere partijen betrekken. Het kabinet vertrouwt erop dat met dit samenstel van concrete maatregelen een deugdelijke grondslag wordt gelegd voor het behoud en de versterking van de huisarts als gezonde spil in de zorg. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dr. E. Borst-Eilers
dinsdag 6 november 2001 0 reacties | Lees verder

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst voldoet

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst voldoet
Overheid

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), is bedoeld om de rechtspositie van de patiënt te verduidelijken en te versterken. In de praktijk beantwoordt de wet voldoende aan dat doel. Minister Borst bevestigt die conclusie uit een vorig jaar gehouden evaluatie.

In een brief aan de Tweede Kamer reageert minister Borst, mede namens de minister van Justitie, op de eerste evaluatie van deze wet, die vorig jaar werd afgerond.

Toen de WGBO in werking trad, in 1995, vreesden sommige artsen dat patiënten meer claims zouden gaan indienen. Maar uit de evaluatie blijkt dat de gevreesde ‘juridisering’ van de relatie tussen arts en patiënt is uitgebleven. De minister constateert dan ook dat de regeling in juridische zin geen aanpassing behoeft.

Het ministerie vindt het belangrijk dat zowel patiënten als hulpverleners meer weten over specifieke onderdelen van de wet en op de toepassing daarvan in de praktijk. In de komende periode zal het ministerie, samen met brancheorganisaties, hieraan aandacht besteden.

 
 
 
1.


dinsdag 6 november 2001 0 reacties | Lees verder

Hoezo "gebruikelijk" ?

Hoezo
Opinie
Hoezo "gebruikelijk" ?

04.11.'02

Oftewel: de fuik van de behulpzaamheid.

Inleiding:
Als er één begrip is, wat aanleiding geeft tot een gevoel van onmacht en beklemming onder de huisartsen, is het wel het begrip "gebruikelijk".
Wij huisartsen leveren geen medisch geïndiceerde zorg, maar "gebruikelijke zorg", wij kunnen ons handelen niet zonder meer aanpassen aan veranderde omstandigheden omdat er verwachtingen zijn gewekt door datgene, wat gebruikelijk is in ons handelen.
Alles wat huisartsen gewoon aan zorg oppikken, om dat ze het wel kunnen, maar tot een bepaald moment niet verplicht zijn, is na enige tijd gebruikelijk, en daarmee een vast onderdeel van het werk geworden.

Relaties van het begrip "gebruikelijk"

Gebruikelijk is gerelateerd aan normen (bijv.: gebruikelijk loon: WAZ-norm).
Gebruikelijk is gerelateerd aan redelijkheid en billijkheid ("ex aequo et ex bono").
Gebruikelijk is gerelateerd aan betrouwbaarheid ("bestendig.- gebruikelijk beding").
Gebruikelijk is gerelateerd aan statistische waarden.
Gebruikelijk is gerelateerd aan realiteit.

Hoe veranderen we datgene, wat gebruikelijk is?

Als partijen zaken zijn overeengekomen onder de noemer: "dat, wat gebruikelijk is in de beroepsgroep", kan er vervolgens een meningsverschil ontstaan over de inhoud van de overeenkomst.
De beroepsgroep huisartsen heeft op dit moment een meningsverschil met de overheid én de verzekeraars over de inhoud van de "gebruikelijke zorg".
Duidelijk is, dat niet de medisch geïndiceerde zorg wordt bedoeld (arrest HR dd 19-01-1973).
Wel ontstaat er een discussie over de redelijkheid en billijkheid van het overeengekomene, en hiermee is de ingang tot protest en verandering gevonden.

Stellingen

Gerelateerd aan normen:
de arbeidsbelasting is buitensporig, voldoen in de verste verte niet aan de normen van de Arbeidstijdenwet.
Gerelateerd aan redelijkheid:
Het verrichtingengetal is in 17 jaar bijna verdubbeld, de geleverde prestatie kan niet meer als billijk worden gezien binnen de kaders, zoals overeengekomen in 1985.
Gerelateerd aan billijkheid:
Het is niet billijk om te veronderstellen, dat het bestaan van de WTG er voor zorgt, dat een cruciale beroepsgroep als de huisartsen zich niet staande kan houden.
Gerelateerd aan betrouwbaarheid:
Eenmaal gebruikelijk geworden, kan de huisartsenzorg zichzelf niet veranderen, zonder daarbij betrokken partijen de gelegenheid te geven om op de veranderingen in te spelen.

Gelegenheid geven

Hoe kunnen we partijen de gelegenheid geven om zich in te stellen op komende veranderingen binnen de gebruikelijke zorg?

Alles begint met de eigen visie op verandering. Daar is stevig aan gewerkt, maar nog niet omgezet in concrete daden.
Een voordeel daarbij is, dat zowel overheid als verzekeraars volmondig toegeven, dat zowel de ondersteuning als de organisatie, honorering, kostenvergoeding en arbeidsbelasting niet in orde zijn. Er is dus ( virtueel?) draagvlak voor verandering, mede gezien de opgestelde rapporten en beleidsvoornemens. Kennelijk wordt al toegegeven, dat de omvang en inhoud van het begrip "gebruikelijke huisartsenzorg"niet deugt.
In die zin is er al ruim gelegenheid gegeven om in te spelen op een verandering, maar wacht iedereen op de initiatieven uit de beroepsgroep.
Dat deze initiatieven vervolgens worden gesmoord door de WTG als limiterend element op te voeren, gaat natuurlijk voorbij aan de zin van deze wet: "Het doel van deze wet is een evenwichtig stelsel van tarieven te bevorderen". Het is uiteraard niet evenwichtig, om de poortwachterfunctie te vernietigen, en vervolgens te veronderstellen, dat er evenwicht in de tarieven kan blijven bestaan. Het getuigt ook van "politiek autisme", als wordt voorbijgegaan aan de gevolgen van een huisartsentekort zoals dat nu concreet op ons af komt. Noch bestuurlijk, noch maatschappelijk kan hier sprake zijn van verantwoord handelen.

Conclusie

Er is voldoende bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak, om een andere inhoud te geven aan de "gebruikelijke huisartsenzorg".
Het ontbreekt aan vaste wil bij de beroepsgroep, om een nieuwe inhoud van "gebruikelijke zorg" vast te stellen, aan te kondigen en uit te voeren. Wij, huisartsen, laten ons tegenhouden door ineffectieve wetten zoals MW en WTG. Daarmee doen we de bevolking geen goed.
Het ontbreekt aan vaste wil bij de overheid, om de budgetten, waar de WTG mee moet werken, bij te stellen.
Het ontbreekt aan visie bij de zorgverzekeraars, om prioriteit te geven aan ondersteuning van de huisartsenzorg. ZN kiest andere wegen: http://www.zn.nl/assets/documenten/pdf/1elijn.pdf

Gebruikelijke zorg is onuitvoerbare zorg geworden, en is daarmee niet meer reëel , en als gevolg daarvan niet meer billijk. We kunnen, gedwongen door omstandigheden buiten onze invloed , niet meer voldoen aan oude verwachtingen, en een nieuwe start maken.

Martinus Fennema



zondag 4 november 2001 0 reacties | Lees verder

Stelling over de e-maildokter

Stelling over de e-maildokter
ICT

Stelling:
De e-maildokter zou het huisartsenprobleem in Nederland kunnen verlichten. Het ware te wensen dat er veel e-maildokters in Nederland opstaan.

"Mee eens. Een e-maildokter is een noodoplossing voor het te verwachten grote tekort aan huisartsen in Nederland de komende twee tot drie jaar. Dat tekort is gecreëerd
doordat politiek, zorgverzekeraars en LHV inadequaat reageren op de diverse signalen uit de huisartsen praktijk. Het kernprobleem is: Er zijn honderden jonge huisartsen die
klaar zijn en graag willen werken, maar door de hoge kosten niet aan de slag kunnen. Daarom heb ik in het programma "Met het oog op morgen" de volgende stelling geponeerd: LHV -de landelijke vereniging van huisartsen- en Zorgverzekeraars Nederland moeten per 1 januari 2002 geregeld hebben dat kosten en inkomens van een huisartsen
praktijk van 2350 patienten, de normpraktijk, aanvaarbaar zijn. Dat wil zeggen, dat de kosten zo liggen dat een jonge dynamische en vers opgeleide huisarts op 2 januari 2002
zegt: Ik begin een huisartspraktijk, want in zo'n onderneming vol dagelijkse emoties is het voor mij gezond en leuk werken, tegen een salaris van een topacademicus. Het gaat gewoon om een goed salaris, zodat je in je dagelijks bezig zijn niet constant de zorg hebt over de kosten.
Als dit probleem wordt opgelost, zijn e-maildokters niet meer van wezenlijk belang. Maar gezien de logge bureaucratische molens is er nu de noodoplossing van de e-maildokter. In een medi-callcenter, een team van twee of drie e-maildokters, kunnen via inbellen of e-mailen veel problemen opgelost worden. De problemen die overblijven, moeten in het centrum worden bekeken. Mensen reageren positief en zeggen: er is geen ingesprektoon meer. Het recept kan gemaild worden, zonder dat men hoeft te wachten op hinderlijke
ingesprektoon. Ik wil zeker niet pretenderen dat dit dé oplossing is. Het is een noodoplossing om de disbalans tussen het tekort aan huisartsen en de groter wordende patientenstroom te kunnen behandelen. Van belang blijft dat het persoonlijke contact niet verloren mag gaan."

Dr. R. Mol, huisarts in Hoogvliet

Niet mee eens. De Nederlandse huisartsgeneeskunde en de wijze waarop deze in de loop der jaren gestalte heeft gekregen wordt wel een kathedraal genoemd. Een met grote toewijding gebouwd godshuis met een bijzondere architectuur en dynamiek. Een plaats waar het archetype van de arts als persoon wellicht nog het meest herkenbaar is. Waar gezorgd wordt op een menselijke maat. Een bouwwerk met een intrinsieke waarde die niet weg te denken is in onze samenleving en daarin een gezond tegenwicht biedt tegen de vele imposante gasthuizen der klinische geneeskunde.
Vergeleken daarmee zijn e-maildokters nomaden die in primitieve tentenkampen huizen.
Anonieme medici die - gespeend van elke persoonlijke kennis van, of betrokkenheid op "het object van bemoeienis" - noodverbanden leggen. Om vervolgens weer op te lossen in de tijd. Strangers in the night.
Niettemin heeft collega Mol niet echt ongelijk met zijn stelling dat IT-dokters mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het probleem van het huisartsentekort. Maar dat men het zover laat komen tekent de culturele armoede waarin wij terecht zijn gekomen. Honderdduizend (!) keer per jaar krijgt de huisarts anno 2001 te horen dat er voor zijn patiënt die acute specialistische hulp nodig heeft helaas geen plaats is in het ziekenhuis. Wat nu als die huisarts zelf het ook begeeft? Er moet echt iets gebeuren!
De charme van de e-maildokter ligt in het gebruik van nieuwe technische mogelijkheden.
En dergelijke dokters zullen -als noodoplossing - zeker in een primaire behoefte kunnen voorzien. Maar hoeveel noodgebouwtjes stonden er tien jaar later nog? Vergeleken met de marginale hulp die e-maildokters kunnen leveren zullen de "huisartsgeneeskundige supermarkten" waarvan sommige beleidsmakers nu al dromen dan als een geweldige vooruitgang gepresenteerd kunnen worden.
De instelling van e-maildokters kan de werkelijke problemen versluieren en de falende beleidsmakers een nog betere dekmantel verschaffen voor hun aandeel daarin.
E-maildokters zijn hoogstens een noodzakelijk kwaad. Nederland, let op uw zaak!

R.J. Leerling, huisarts

Bron: Reformatorisch Dagblad


zaterdag 3 november 2001 0 reacties | Lees verder

De huisarts verdwijnt

De huisarts verdwijnt
VPH-DVH Verontruste huisartsen, verenigd in de "Club van 100" hebben, op 3 november jl. in een bijeenkomst te Vianen, nogmaals en met grote nadruk hun ernstige bezorgdheid uitgesproken over het almaar toenemende tekort aan praktiserende huisartsen.

In dit verband werd o.a. stilgestaan bij de vestigingsproblematiek van huisartsen in Den Haag waar een snel groeiend tekort aan huisartsen bestaat.

Het baart de Club van 100 grote zorgen dat steeds meer oudere huisartsen vervroegd uittreden wegens de hoge werkdruk omdat het huisartsenvak uitsluitend de verantwoording kent voor 7x24uurs-zorg. Voor hen vormen de (niet gehonoreerde) avond-/nacht- en weekenddiensten een zeer grote belasting, zelfs als deze in een groter verband worden gedaan.

Tot overmaat van ramp is de toekomst in het huisartsenvak zo onzeker en zijn de financiële randvoorwaarden zo slecht, dat jonge huisartsen zich bijna niet meer (kunnen) vestigen.


De Club van 100, functionerend binnen de LHV-beroepsorganisatie, maakt zich onder meer boos over het feit dat blijkbaar niemand de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het ontstaan en de oplossing van de al enige tijd zichtbaar geworden problemen, hoewel de LHV reeds geruime tijd hiervoor keer op keer politieke aandacht heeft gevraagd.

Toch kunnen alleen de overheid en de politieke partijen beschouwd worden als de uiteindelijke verantwoordelijken. Door hen werd meer dan 10 jaar geen acht geslagen op de duidelijke geluiden van de LHV over het aankomende tekort aan huisartsen. Er was slechts oog voor financiële tekorten. De roep om het tij te keren wordt nu aarzelend beantwoord. Voor de komende verkiezingen zal de Minister en met haar de Tweede Kamer, kleur moeten bekennen aan de patiënten, hun kiezers: mogen die zelf bepalen meer geld aan de zorg te besteden of blijft de overheid huisartsen en zorgverzekeraars beknotten op de budgetten die nodig zijn voor goede zorg? De Club van 100 is er een groot voorstander van dat artsen en zorgverzekeraars de roep om meer geld voor verantwoorde zorg, gezamenlijk uitdragen naar de politiek.

De Club van 100 heeft bijzonder veel waardering voor de enorme inspanningen die achterblijvende huisartsen zich getroosten om patiënten, uit leegstaande praktijken, zo goed en zo kwaad als het gaat nog zorg te leveren, maar wijst erop dat het op zich nemen van dergelijke noodzorg, niet bijdraagt aan een structurele oplossing van de problemen. Door een voorspelbaar domino-effect, kunnen deze problemen eerder nog vergroot worden.

De Club van 100 roept de eindverantwoordelijken voor de levering van huisartsenzorg op, hun verantwoordelijkheid te nemen en de problemen nu bij de wortel aan te pakken.

De Minister wordt daarbij dringend verzocht te stoppen met haar beweringen en suggesties dat de problemen m.b.t. de continuïteit van huisartsenzorg, door haar krachtig zouden zijn of worden aangepakt. Haar wordt met klem geadviseerd op korte termijn structureel gelden vrij te maken voor de financiering van de huisartsenzorg.

Voor de Club van 100 is het niet acceptabel dat de zwaksten in de samenleving, van wie de gezondheidstoestand nu al achter blijft, de eerste slachtoffers zijn van het door de overheid gevoerde beleid.

De Club van 100 spoort de zorgverzekeraars aan om de extra gelden ter beschikking te stellen die onontbeerlijk zijn om de huisartsen te honoreren en in staat te stellen de van hen verlangde continue zorg [7x24uur] te organiseren en te leveren, zolang de overheid de financiering niet beschikbaar stelt.

De Club van 100 roept de zorgverzekeraars op gezamenlijk op te trekken om de overheid en de politiek te dwingen de problematiek rond de continuïteit van huisartsenzorg nu serieus ter hand te nemen.

Daarnaast adviseert de Club van 100 het NPCF om zich als nationale patiënten-belangenorganisatie, actiever op te stellen en zich meer rekenschap te geven van wat het voor de patiënt concreet betekent, geen huisarts meer te hebben. In dit kader heeft het geen zin de huisarts als doel van kritiek te beschouwen daar die immers voor de mogelijkheden van goede zorgverlening volledig afhankelijk is van het budgetaire kader van de overheid. Een passend honorarium voor het leveren van 24-uurszorg is daarbij volgens de Club van 100, een absolute voorwaarde.

De Club van 100 doet tenslotte een dringend beroep op alle huisartsen in Nederland, om per 1 januari 2002 geen contracten van zorgverzekeraars te accepteren die geen uitzicht bieden op een structurele opossing van de problemen, zoals de grote uitstroom van huisartsen en de vrijwel opdrogende instroom van nieuwe praktijkvestigingen.

Immers, beter geen contract dan een slecht contract!!.

Vianen 3 november 2001

Club van 100

Woordvoerder:

Dr. Hans Kemeling, huisarts

Dr. Roel Leerling, huisarts

Dr. Robert Mol, huisarts


zaterdag 3 november 2001 0 reacties | Lees verder

Manifest van de club van 100

Manifest van de club van 100
VPH-DVH Huisartsgeneeskunde: een prachtig vak!

Huisartsen houden van hun vak en zetten zich daar krachtig voor in.
Naar mensen luisteren over hun problemen, hun gezondheid, zonder aanziens des persoons. Mensen die bereid zijn een deel van hun geschiedenis aan hun huisarts toe te vertrouwen.
Het in staat zijn door medische opleiding en ervaring mensen bij te staan in het maken van soms ingrijpende keuzes. Het erbij betrokken zijn als kinderen worden geboren. Maar ook wanneer hun ouders sterven. Het kunnen praten over dood gaan. Bereid zijn zorg te verlenen als 's nachts de benauwdheid toeslaat.
Deze ervaringen maken dat huisartsen hun vak, een prachtig vak vinden. Een vak met een uiterst belangrijke maatschappelijke betekenis voor de bevolking van ons land.

Feiten

De huisartsen in Nederland maken zich achter ernstige zorgen.
Het feit dat het huisartsentekort de somberste verwachtingen gaat overtreffen.
Het feit dat daardoor de sociaal zwakkeren het zwaarst getroffen worden.
Het feit dat er daadwerkelijk een tweedeling in de zorg ontstaat, deels al is ontstaan.
Het feit dat jonge huisartsen nu eenmaal andere ideeën over werktijden en werkklimaat hanteren, meer gemotiveerd zijn voor part-time werken.
Het feit dat bij pas afgestudeerde huisartsen, door hun onzekere toekomst, sprake is van een nog steeds doorgaande vestigingsstaking.
Het feit dat de toch al uitzonderlijk hoge werkdruk eerder toe dan afneemt.
Het feit dat mede daardoor, de uitstroom van (veelal oudere) huisartsen, die kiezen voor vervroegde uitkering door het goodwillfonds, een grote omvang zal aannemen.
Het feit dat in verstedelijkte gebieden de uitloop van huisartsen dramatisch is.
Het feit dat daardoor de belasting van de achterblijvende collegae dermate groot is, dat er gevreesd moet worden voor een domino-effect.
Het feit dat de huisarts een verliesgevend bedrijf heeft.
Het feit dat er geen enkel uitzicht is op een verantwoord ondernemingsklimaat.
Het feit dat de huisarts zijn vak dolgraag wìl maar niet meer in stand kàn houden.
Het feit dat de overheid en zorgverzekeraars niet van zins lijken de gerezen problemen structureel op te lossen.

Deze feiten maken, dat het huisartsenvak op dit moment een allerminst begerenswaardig vak is voor afgestudeerde basisartsen en jonge huisartsen.

Club van 100

De Club van 100 is een groep onafhankelijke huisartsen, die zijn grote zorg wil uitspreken over het bedreigde (voort)bestaan van hun vak. Maar ook een groep die de handen ineen heeft geslagen en verregaande maatregelen niet schuwt, om een gezondere toekomst af te dwingen.
Een groep, die weliswaar loyaal is aan de beroepsvereniging LHV, maar zich onvoldoende vertegenwoordigd weet door het huidige bestuur en het ondersteunend apparaat, in zijn zorg over het uitblijven van effectieve maatregelen ter verbetering van het toekomstperspektief van de huisartsenzorg.
Een groep, die zich heeft gerealiseerd, dat het huidige tripartite-overleg tussen zorgverzekeraars, overheid en LHV-bestuur niets in zich heeft om het tij te keren.
Een groep die zich realiseert dat zorgverzekeraars, patiënten en huisartsen, weliswaar met verschillende oogmerken, een gemeenschappelijk doel, namelijk goede huisartsenzorg voor elke Nederlander, nastreven, maar dat dit doel door de huidige ontwikkelingen alleen maar verder buiten bereik komt.

Maatregelen en aanbevelingen

De Club van 100 heeft op 3 november besloten de volgende maatregelen en aanbevelingen naar buiten te brengen:

  • Huisartsen zijn klokkenluiders.
    Patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en huisartsen dienen de handen ineen te slaan om een adequate financiering van de huisartsenzorg mogelijk te maken met het oog op het voortbestaan van de toegang tot de huisartsenzorg voor alle Nederlanders, 365 dagen per jaar, 24 uur per dag. De verantwoordelijkheid om dit mogelijk te maken ligt structureel bij de overheid en de volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer.

  • Beter geen contract dan een slecht contract.
    In de huidige situatie is elk nieuw contractvoorstel, waarbij wordt uitgegaan van levering van 7x24-uurs huisartsenzorg voor iedereen, een ondermijning van de toch al financieel wankele positie van de huisarts.
    * De Club van 100 raadt ieder huisarts in Nederland aan per 1 januari a.s. geen contract met een zorgverzekeraar aan te gaan zolang de grote discrepantie tussen het van de huisarts verlangde en het de huisarts gebodene blijft bestaan. Dit advies is gebaseerd op verkregen juridische adviezen en wordt mede ingegeven door de overtuiging dat wèl tekenen een oplossing van de problemen eerder belemmert dan dichterbij brengt.
    * Huisartsen moeten zich voorbereiden op een langdurige contractloze periode. Ingewonnen juridisch advies voorziet in concreet daarbij te nemen stappen. Goede contracten maken het mogelijk dat jonge huisartsen zich vestigen in stedelijke gebieden en op het platteland.

  • De Club van 100 roept iedere huisarts op om op regionaal niveau, zo mogelijk in RHV/DHV verband, de regionale zorgverzekeraar van deze voornemens en consequenties op de hoogte te stellen en daarbij na te gaan of een gezamenlijk optreden met Zorgverzekeraars tegen de verantwoordelijke overheid, mogelijk en wenselijk is.

  • De Club van 100 realiseert zich dat ongewilde angst, onvolledige informatie en onvoldoende inzicht in de opvattingen van de zwijgende achterban, de strijd-baarheid en daadkracht van de beroepsgroep hebben ondermijnd. Zij zal binnen de verschillende RHV's en DHV's uitdragen dat er een succesvol model voorhanden is dat op korte termijn kan worden ingevoerd, waarbij een faciliterende organisatie de communicatie vanaf de basis (bottum-up) gestalte moet geven. [Model Zuid-Limburg]

  • Noodgedwongen wordt gebruikelijke zorg ongebruikelijk.

  • De Club van 100 roept op om na een redelijke periode van aankondiging en voorbereiding, de "gebruikelijke zorg" in ANW-diensten, noodgedwongen op te geven. Uitblijven van fatsoenlijke honorering voor dit intensief en moeilijk deel van het huisartsenwerk, is een groot onrecht dat voldoende instroom van jonge huisartsen, voldoende mogelijkheden om geleverde arbeid in tijd te compenseren en het creëren van een effectief "ouderenbeleid" , belemmert.

  • Het niet honoreren van de ANW-diensten is een tijdbom onder de huisartsenzorg in het algemeen én onder de alom gestimuleerde en in ontwikkeling zijnde, grootschalige dienstenstructuren in het bijzonder. Na een aankondigingsperiode van 6 maanden, zullen huisartsen bij het achterwege blijven van een adequate honorering voor dit onderdeel van hun werk, stoppen met de daaraan thans nog verbonden taak van levering van huisartsenzorg tijdens de ANW-diensten.

  • Nederlands recht mag niet strijdig zijn met Europees recht.
    De recente AmvB m.b.t. de dienstenstructuren, kan niet misbruikt worden om contracten met zorgverzekeraars af te dwingen. O.i. is dit strijdig met Europees recht. Op grond van dezelfde AmvB worden startende en functionerende CHPs door de Club van 100 opgeroepen in de begroting expliciet de post huisartsen-honorarium op te nemen en daarbij uit te gaan van marktconforme tarieven.

  • Alternatieve vormen van contractering, bijvoorbeeld alleen voor de huisartsenzorg binnen kantoortijd, met een contractloze voorziening tijdens ANW-diensten, dienen nadrukkelijk tot de mogelijkheden te behoren en kunnen regionaal worden uitgewerkt. Hoewel de huisartsenzorg thans nog 7x24 uur per week tot de verantwoordelijkheid van de huisarts behoort, kan niemand van de individuele huisarts verlangen dat deze voor het thans geboden inkomen per patiënt, persoonlijk 7x24 uurs-zorg levert of op zijn/haar kosten kan doen leveren. De Club van 100 wijst overigens op de paradox: de gevestigde huisartsen worden niet gehonoreerd voor ANW-diensten. Jonge huisartsen willen zich mede niet vestigen omdat zij in dienstenstructuren tussen de 1200 en 2000 gulden per nacht kunnen verdienen zonder enige investering of kosten (ondernemerssores). Een half jaar werken levert zo tussen de 150.000 en 300.000 gulden op. Het huidige honoreringssysteem houdt het probleem van het huisartsentekort in stand en zal dat in de toekomst bij ongewijzigd beleid, in versterkte mate doen.

  • De Club van 100 heeft besloten dat huisartsen die, in de strijd om hun vak verder gaan dan de landelijke koepelorganisaties, in eigen kring met raad en daad zullen worden bijgestaan.






    Vianen 3 november 2001

donderdag 1 november 2001 0 reacties | Lees verder

Het is niet gebruikelijk

Het is niet gebruikelijk
Opinie Mocht er een nieuwe UvO worden opgezet, dan zijn daarin enkele elementen van cruciaal belang, zoals 24-uurs zorg en 'gebruikelijke zorg'. Als de beroepsgroep datgene, wat we nu doen, als gebruikelijke zorg definieert, door geen duidelijkheid te scheppen in dat opzicht, kan dat haar weerslag hebben op de komende IO's.
Wat is gebruikelijke zorg, met het oog op veroudering van de beroepsgroep?
Voor 'gebruikelijk' is ook 'vanzelfsprekend' te lezen, waarmee meer accent wordt gelegd op gewoontes, waarbij een vraagteken kan worden geplaatst.

  • het is niet gebruikelijk, dat huisartsen dermate worden overbelast, dat hierdoor vervroegd wordt uitgetreden. dit is schadelijk voor de continuïteit van zorg, een zeer goed argument.
  • het is niet gebruikelijk, dat huisartsen meer zorg dienen te leveren, als de omvang stijgt door toedoen van derden (verzekeraars met extra polissen, ziekenhuizen met extra verrichtingen, en volgend jaar wellicht met
    lucratieve DBC's?, veranderende cliëntèle met vraagtoename).
  • het is niet gebruikelijk, dat de huisartsenpraktijk fungeert als balie voor de verzekeraar, dit gaat ruim voorbij de informatieplicht, nodig voor uitvoering van de verzekering.
  • het is niet gebruikelijk, dat de huisartsen zonder tariefstelling meewerken aan overlegstructuren buiten hun dagelijkse werkzaamheden.
  • het is niet gebruikelijk, dat huisartsen naast hun dagelijks werk tijd kwijt zijn aan onbezoldigde neventaken in de praktijk, te weten administratief, IT-werk, personeelsmanagement, etc.
  • het is niet gebruikelijk, dat de doktersassistentes extra taken vervullen zonder de juiste honorering als DA+, welke in de praktijkkostenvergoeding behoort te zijn opgenomen.
  • het is niet gebruikelijk, dat huisartsen de standaarden uitvoeren voor het tarief van de basiszorg.
  • het is niet gebruikelijk, dat huisartsen bij de huidige werkdruk morele verplichting voelen, om meer cliënten aan te nemen dan 2350.
  • het is niet gebruikelijk, dat HAGRO's continuïteit van zorg garanderen buiten de praktijkpopulatie van gevestigden.
  • het is niet gebruikelijk, dat 24-uurs zorg wordt aangenomen, als daarmee de normatieve belasting van de huisarts wordt overschreden.
  • het is niet gebruikelijk, dat huisartsen zonder ondersteuning van LHV en DHV moeten contracteren.

Als gebruikelijke zorg voldoende begrensd is, kunnen we praten over aanname van meer werk onder voorwaarden: inzet van de creativiteit van de beroepsgroep tegen voldoende vergoeding. De creativiteit verhoudt zich
lineair met het honorarium, de uitwerking lineair met de kostenvergoeding.

Martinus Fennema, huisarts te Hoogezand-Sappemeer


zaterdag 27 oktober 2001 0 reacties | Lees verder

Word nu lid van HuisartsVandaag en profiteer van extra voordelen!

Altijd toegang tot het laatste nieuws
Reageer en communiceer met andere huisartsen
Dag- en dienstwaarnemingen, vacante praktijken en vacatures
Links naar gratis geaccrediteerde nascholingen
Dagelijks uitgebreide nieuwsbrieven

[Klik hier om u aan te melden]

Advertentie



Categorieën

Laatste reacties

Publieke Poll

Met welke stelling ben je het eens, mijn opinie over de NHG accreditatie is:
Moet worden afgeschaft, te veel werk te weinig opbrengst
Moet in sterk afgeslankte vorm gehandhaafd blijven
Moet in de huidige vorm elk jaar plaatsvinden
Moet in de huidige vorm minder vaak plaatsvinden
Geplaatst: 13-03-2017 Bekijk alle

HuisartsVandaag +Plus

Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen

Word lid en kom in contact met collega's