Inloggen

sluiten
Gebruikersnaam
Wachtwoord
wachtwoord vergeten?
onthoud mij
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren

Wachtwoord opvragen

sluiten
Vul hieronder uw e-mailadres of gebruikersnaam in en
wij zenden u een nieuw wachtwoord toe.
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren
Home


Tag cloud

Uitgelicht

Amsterdamse huisartsen mogen kinderen weer direct doorverwijzen naar psycholoog Amsterdamse huisarts
Amsterdamse huisartsen mogen kinderen zonder tussenkomst van een derde partij blijven doorverwijzen naar een psycholoog. Dat is afgesproken na lange onderhandelingen met de gemeente,
0 reacties | Lees verder
Patiënt wint rechtszaak van farmaceut over bijwerkingen antidepressivum
Het antidepressivum Seroxat kan voor ernstige bijwerkingen zorgen en toch krijgen kinderen en tieners dit middel voorgeschreven.
0 reacties | Lees verder
Laag opgeleide patiënten bezoeken vaker de huisartsenpost
Mensen met een laag opleidingsniveau gaan vaker naar de huisartsenpost dan mensen met een hoog opleidingsniveau. Het hebben van gezondheidsvaardigheden lijkt een deel van het verschil te
1 reactie | Lees verder
Zorgautoriteit mag ANW-eis voor inschrijfgeld in tariefbeschikking houden
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) mag in zijn tariefbeschikkingen opnemen dat een huisarts ANW-zorg moet hebben geborgd om inschrijfgeld te kunnen declareren bij zorgverzekeraars,
0 reacties | Lees verder
Huisartsen hebben weinig vertrouwen in jeugdartsen
De samenwerking tussen huisartsen en jeugdartsen is verre van optimaal, zo blijkt uit een onderzoek van de afdeling Public Health en
2 reacties | Lees verder
‘Huisartspraktijken hebben onvoldoende ruimte voor stagiaires'
Ondanks het personeelstekort in de zorgsector stellen de meeste hogescholen met een opleiding verpleegkunde een studentenstop in.
1 reactie | Lees verder
Huisartsen willen meer invloed op toekomstplan Ziekenhuisgroep Treant
De Huisartsenkring Drenthe vindt dat Treant ruimte voor de kring moet maken aan tafel.
3 reacties | Lees verder
Praktijkhouders in West Friesland willen drastische aanpassingen ANW-zorg
De praktijkhoudende huisartsen en triagistes in West Friesland hebben zelf het initiatief genomen om de organisatie van de ANW-zorg in hun werkgebied drastisch te veranderen.
6 reacties | Lees verder
Problemen in de ggz sterk voelbaar in de huisartspraktijken
De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) heeft tegen de politieke fracties in de Tweede Kamer haar zorgen geuit over de problemen waar huisartsen en patiënten tegen aan lopen binnen de ggz.
3 reacties | Lees verder
Meerderheid gemeenten betaalt thuiszorg onder de kostprijs
Ruim de helft van de gemeenten betaalt een te laag tarief voor huishoudelijke hulp, zo blijkt uit onderzoek van werkgeversorganisatie BTN waarover de redactie van Zorgvisie bericht.
0 reacties | Lees verder
LHV: ‘Geen functionaris gegevensbescherming voor meeste huisartspraktijken’
Veruit de meeste huisartsenpraktijken hoeven geen functionaris voor gegevensbescherming aan te
0 reacties | Lees verder
Nascholing: NOAC's, hoe werk ik samen met apotheker en cardioloog (w.s. 2 punten)
De link naar deze gratis nascholing kunt u volgen indien u een abonnement hebt op HuisartsVandaag.
0 reacties | Lees verder
RSS

Laatste nieuws


Kritiek dienstenstructuur niet 'goedkoop'

Kritiek dienstenstructuur niet 'goedkoop'
Opinie

Peter Bugel benoemt de zwakke kanten van de HDS en lardeert dat met een voorbeeld. Ik zou dat niet "goedkoop" willen noemen: hij heeft gewoon gelijk! Natuurlijk is het begrijpelijk, dat een nieuwe systematiek van werken kinderziektes heeft. Daar zal echt wel aan gewerkt worden. In besprekingen over op te richten dienststructuren wordt, zo is mij gebleken, veel waarde toegekend aan het percentage telefoontjes, wat door de assistente "gefilterd" kan worden (dus dat daar geen directe huisartsenbemoeienis -consult of visite-voor nodig is). Hierin schuilt een potentieel risico van niet of onvoldoende onderkennen van spoedeisende zaken. Strakke en goede begeleiding van de assistente, die het telefoonwerk doet, is van groot belang.
Volgens mij is en blijft het zo, dat kleinschalig werken, gewoon in HAGRO-verband, de kans op missers kleiner maakt. De tijd zal het leren. Bovendien is het oude systeem patientvriendelijker.
Aan het eind van zijn betoog slaat Bugel natuurlijk helemaal de spijker op zijn kop. De door Paars gecreeerde schaarste aan hulpverleners en de marginale vergoeding voor mensen, die echt hard werken en veel verantwoordelijkheid dragen hebben, overigens samen met het veranderend arbeidsethos, de dienstenstructuren kunnen laten opkomen.
Op zich hoeft een HDS niet slecht te zijn, het hangt wel af van de geografie. Op het platteland is een HDS echt een verschraling van de zorg. Zo heeft de opkomst van de HDS aanzienlijk bijgedragen aan het hier en daar verdwijnen van de thuisverloskunde.

C.J. Dekker

Ander reactie column van dhr P Bügel in de Volkskrant van zaterdag 16 maart 2002


woensdag 27 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Minister Borst verstrekt de tweede kamer onjuiste informatie

Minister Borst verstrekt de tweede kamer onjuiste informatie
VPH-DVH

Door onjuiste informatie en voorstelling van zaken aan de Kamer, tav de financiering van de huisartsenzorg, heeft minister Borst de nederlandse huisartsen nog bozer gemaakt.

Tijdens het overleg tussen minister Borst en de Tweede Kamercommissie voor VWS werden gisteren de problemen in de huisartsenzorg besproken. De verschillende fracties uitten kritiek op het trage beleid van minister Borst waar het de noodzakelijke verbeteringen voor de huisartsenzorg betreft. Door de verslechterende financieel-economische situatie van veel praktijken is er een toenemend tekort aan huisartsen ontstaan in Nederland. Hoge praktijkkosten worden niet volledig gecompenseerd.. Bankinstellingen willen jonge huisartsen niet financieren bij een eventuele nieuwe praktijkvestiging vanwege de negatieve financiële perspektieven van hun klant .

In de vergadering werd met name het conflict over de honorering van de huisarts voor avond- en nachtdiensten aan de orde gesteld. De huisartsen nemen geen genoegen meer met de huidige vergoeding van zo’n 6-7euro per uur. De minister wil dit verhogen naar 20 euro per consult maar de LHV heeft 30 euro geëist.

Daar de minister de huidige betaling in het abonnementstarief daarbijan het honorarium wil aftrekken (>5000euro/jaar) blijft er slechts 10 euro per consult over.

Kennelijk om de fracties gerust te stellen, stelde mevrouw Borst dat “de 7000 huisartsen de afgelopen 3 jaar reeds 1 miljard gulden” hadden gekregen. Ofwel 424 miljoen euro. “Dat is 60.000euro per huisarts”.

Daarbij heeft de minister onjuiste informatie verstrekt. De huisartsen hebben de afgelopen jaren geen 60.000 euro maar ongeveer 18.000 euro ontvangen. Een gering aantal huisartsen kreeg daarbij nog een toelage voor praktijkondersteuning, waar het overgrote deel van de beroepsgroep nu al jaren op moet wachten. Met die 18.000 euro is slechts sprake van een gedeeltelijke compensatie van de fors gestegen praktijkkosten. De huisartsen blijven dus genoodzaakt de praktijkvoering uit eigen zak te financieren voor tienduizenden euro’s per jaar!

Hoe komt de minister dan aan die 60.000 euro per huisarts?

Zij rekent de financiering van de infrastructuur van de huisartsenposten gemakshalve toe aan de huisartsen (68 miljoen) hoewel die er geen cent van krijgen. Financiering van praktijkondersteuning (118miljoen) idem. Het geld ligt mogelijk op de plank bij de zorgverzekeraars maar komt niet bij de huisartsen terecht. Zelfs de “”20 euro” voor de ANW-diensturen is nog door geen enkele huisarts ontvangen (20 miljoen). Ook tav de zg “lokale kostencomponent” (90miljoen) waaraan de minister nog niet eens haar formele goedkeuring blijkt te hebben gegeven: het is volgens mevrouw Borst allemaal in handen van de huisartsen gekomen.

Het is ontoelaatbare dat een bewindsvrouwe zo onzorgvuldig is met de informatie aan de fractieleden. Het is niet minder beroerd voor de huisartsen met het KIR-beleid* van mevrouw Borst te maken te hebben. Tussen de drie spelers in de financiering van de huisartsenzorg wordt een onacceptabel spelletje doorschuiven gespeeld. Mevr. Borst (VWS) wijst naar Wiegel (ZN) en die weer naar de heer Scheerder (CTG) die weer terug verwijst naar de bewindsvrouwe. Een wel erg slecht functionerend triootje. De huisartsenzorg en dus de patiënt, is uiteindelijk de gedupeerde.

Het is tevens bitter vast te stellen dat het kabinet over de de financiering met 7 miljard euro voor investering in nieuwe gevechtsvliegtuigen (JSF’s) snel een politieke keuze kan maken. Aan de financiering van de (huisartsen)zorg wordt kennelijk een andere prioriteit gegeven.

* Kluitje in het riet

Hans Nobel,huisarts, Club van 100 Alphen a/d Rijn


woensdag 27 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Missers van Huisartsenposten

Missers van Huisartsenposten
Opinie Reactie naar aanleiding van column van dhr Peter Bügel in de Volkskrant van zaterdag 16 maart 2002 Spotgoedkoop Het is goedkoop om anekdotisch de missers van huisartsenposten tijdens diensten te benoemen. De vraag dringt zich op of er niet meer missers waren toen huisartsen nog dienst deden zonder die ‘poespas’ van een huisartsenpost. Het principe van de huisartsenpost was dat huisartsen normalere werktijden zouden moeten krijgen dwz. dat geen 24 uur of 36 uur na een normale werkweek nog eens gewerkt zou moeten worden maar dat nu de mogelijkheid bestaat om ‘gewoon’ 8 uur te werken met een geroutineerde iemand die klaar staat om de telefoon aan te nemen. Het is goedkoop om te verwachten van huisartsen dat zij naast hun normale werkweek nog eens klaar staan voor medische zaken waarvan het merendeel gevoed wordt door ongerustheid omdat een of andere epidemie weer eens de kop op steekt. Goedkoop is het om hem of haar maar steeds de telefoon te laten opnemen hiervoor of het nou zaterdag overdag was of midden in de nacht. Elke huisartsenpost heeft doktersassistentes die de telefoon opnemen van ’s avonds na 17.00 tot de volgende ochtend 08.00 en in het weekend. Op zaterdag komen per uur, afhankelijk van het de populatie die bediend wordt 50 tot 100 telefoontjes per uur binnen. Het aantal patiënten dat op een zaterdag gezien wordt door de dienstdoende huisartsen varieert van 15 tot 25 op zo'n zaterdag. Tot nog toe hoeven ziekenfondsverzekerden geen cent hiervoor te betalen. Over het algemeen zijn de wachtkamers net zo vol als door de week. Om al die contacten goed te laten verlopen zijn er kwaliteitscommissies opgericht die eisen stellen aan de doktersassistentes. Frequent worden cursussen gegeven om de triage zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Zeker in de beginfase staat de dienstdoende huisarts, letterlijk, achter de doktersassistente om, meestal, haar te coachen tijdens de vaak moeilijke vragen die telefonisch gesteld worden. Ook hier geldt dat steeds evaluatie plaats vindt met de dienstdoende huisarts over de gegeven adviezen. Er zijn in Nederland maar enkele posten die gebruik maken van zo'n callcentrum. De doktersassistentes van zo'n centrum worden bijgestaan door een arts die eindverantwoordelijke is. Wanneer gebeld wordt heeft elke assistente een computer voor zich staan met een programma die haar helpt om de juiste vragen te stellen om tot een juist advies te komen. Tot nog toe wordt dit betaald door een zorgverzekeraar. Goedkoop is de primaire zorg in Nederland van de huisartsen. Goedkoop ook omdat zij voor hun avond en nachtdiensten nog maar €4 per uur krijgen. Voor die €4 moet hij of zij levensbelangrijke beslissingen nemen. Stel dat de dienstdoende huisarts 200% zou uitbetaald krijgen dan betekent dat per nacht voor Nederland een kostenpost van ruim €20.000 per dag. Per jaar is ruim 7 miljoen euro. Huisartsen blijven goedkoop, spotgoedkoop! Julius Marmelstein, huisarts te Hoofddorp
maandag 18 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Huisarts en avondspreekuur

Huisarts en avondspreekuur
Opinie Het bericht van een avondspreekuur voor de huisarts heeft vele collegae geërgerd. Jammer dat het zo in de krant is gekomen. Dus even duidelijk:
De huisartsen in Parkstad denken er niet over om avondspreekuur te doen. Van Night Care vernam ik dat er op een achtergrondpopulatie van 350.000 man niet 400 burgers bellen maar 1000! Per weekeinde, echte spoed!! Dat zal nog niet overal zo zijn maar Night Care draait al een tijd en let op mijn woorden, elke dienstenstructuur zal met grote groepen consumenten (dus niet patiënten) geconfronteerd worden.
Een interniste becijferde dat van de aanlopers in het Ziekenhuis op de EHBO de meerderheid of wat ongerust of consumenten motieven had om te komen, een paar procent was internistisch.
75% van de bevolking wil avondspreekuren en ik schat dat een groot deel van de bevolking gewoon meteen geholpen wil worden. Dag, weekeind, avond, de doktoren worden daar niet goed van, maar het lukt ze niet om deze mensen te weigeren. We zijn zo populair dat dat niet lukt en filteren met computers lukt al lang niet meer. Onze fans vertellen tegen de computer dat ze bloed ophoesten of dat het kind al 5 dagen koorts heeft of kortademig is: dan kan je komen. Triage wordt al snel een hol begrip. Ik hoor van mijn klanten dat ze op hun werk vaak een bezoek aan de dienstenstructuur als een prettig extra mogelijkheid voor een doktersbezoek zien.
Mijn stelling is: wij doen al avondspreekuur, een groot deel van het ANW werk is al lang niet meer spoedeisend te noemen. Hevel dat deel over naar een voorziening die uit een aanvullende verzekering betaald wordt, maak het een inloopspreekuur met een mooi tarief.
Haal het uit de collectieve pot, alleen spoed en noodzakelijke hulp overdag horen daar thuis.
Pas de WTG aan zodat dat mogelijk wordt. Een aantal spoedartsen kan dan naar die voorziening overgeheveld worden als ze dat inhoudelijk/financieel interessant vinden.
Patiënten die alleen maar ongerust zijn kunnen verwezen worden naar die voorziening zodat medische spoed en menselijke spoed een beetje gescheiden worden. Nu is het onmogelijk mensen te weigeren tegen hun zin omdat er geen escape is en dat leidt tot flinke agressie
Wat de assistenten nu te verduren krijgen aan de telefoon is deels te wijten aan onze misvatting dat patiënten nog netjes door onze verantwoorde triage fuik willen marcheren.
Strategisch is een avondspreekuur ook handig omdat op deze wijze parallel een marktconform tarief kan ontstaan en er opwaartse druk ontstaat op het ANW tarief.
Collega's die vrezen dat er aanzuiging ontstaat vanuit de dag kan ik geruststellen: het tarief zal hoger liggen en niet binnen het collectieve deel en dat zal aanzuiging remmen.
Het spoedtarief zal dus nog hoger moeten liggen.
Inhoudelijk is het oké omdat echte spoed, snelheid en concentratie vereist die gescheiden moet worden van de grote consumentenstroom. Nu moet een meisje met een meningitis een uur in de wachtkamer zitten omdat de kleine klachten teveel aandacht eisen, die stromen moet je scheiden.
Het college van Zorgverzekeraars heeft de minister geadviseerd premie differentiatie toe te staan bij ZF-patiënten om avondspreekuren mogelijk te maken. Prima, laten we onderhand eens producten op de markt zetten. Wordt pro-actief! Er zijn genoeg producten noodzakelijk en wij moet de markt op, ook voor onszelf. Ik wil de keuze krijgen om overdag te werken tegen tarief A en 's avonds tegen tarief B en voor spoed tarief C.

Bram de Wit, huisarts te Heerlen.



zondag 17 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Verpleegster met laptop en camera naar patiënt

Verpleegster met laptop en camera naar patiënt
Nieuws Over enkele jaren gebeurt het wekelijks zwachtelen van ouderen in Enschede niet meer door dermatologen in het ziekenhuis, maar gewoon thuis door de wijkverpleegster. Die wordt hiervoor uitgerust met digitale camera en laptop, waarmee ze contact legt met de behandelende arts.

Begin volgend jaar beginnen in Enschede de eerste praktijktesten met deze vorm van ‘draadloze zorg’. Dat gebeurt in Roombeek en Pathmos, omdat deze wijken als eerste worden ingericht met basisstations voor draadloze breedband communicatie. Onder voorwaarde dat de provincie Overijssel voor hetzelfde bedrag deelneemt, stelt het Enschedese college van B en W 300.000 euro beschikbaar voor het project. De Enschedese wethouder E. Helder (economische zaken) ziet veel voordelen. ‘De patiënt hoeft niet meer wekelijks naar het ziekenhuis, wachttijden worden teruggedrongen en er kan worden bespaard op de kosten van dermatologische zorg.’ Het is niet alleen de zorg voor arts en patiënt die de Enschedese gemeentebestuurders beweegt om flink in de buidel te tasten. Voor hen is vooral het werkgelegenheidsaspect doorslaggevend. Het dermatologieproject is namelijk de eerste grote klus voor WMC (Wireless and Mobile Communications-instituut), waarin in eerste instantie vijftien hoogopgeleide ex-medewerkers van Ericsson aan de slag kunnen. Het WMC voert de opdracht uit in nauwe samenwerking met het Telematica Instituut, dat gelieerd is aan de Universiteit Twente. ‘We kunnen hiermee een deel van de kennis en werkgelegenheid van Ericsson behouden. Bovendien voorkomen we hiermee dat het Telematica Instituut, waaraan flink wordt getrokken vanuit andere regio’s, verdwijnt uit Enschede.’

Het project tele-dermatologie sluit volgens Helder perfect aan bij de ambities van de gemeente op het terrein van zorg en technologie. Enschede streeft naar 450 extra banen in deze sector, waarvan 300 in zorgtechnische bedrijven en 150 in de onderwijs- en onderzoekssector. Ook wil de gemeente een zorglaboratorium, waar producten in de praktijk worden getest.

Volgens directeur J. de Waal van WMC biedt ‘draadloze zorg’ vele mogelijkheden. Door online-consulting zijn patiënten, huisartsen en specialisten niet meer locatiegebonden en kan efficiënt met de (dure) tijd worden omgegaan. Gezien de hoge eisen waaraan het draadloze breedbandnetwerk voor zorgprojecten moeten voldoen, ziet De Waal ook andere commercieel aantrekkelijke toepassingen. ‘Medegebruik, zoals thuis studeren, kan een winstgevende exploitatie van de infrastructuur mogelijk maken.’

 

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 09-03-2003


zondag 10 maart 2002 0 reacties | Lees verder

SMS-consult spoedig in onze zorg?

SMS-consult spoedig in onze zorg?
Nieuws

2e Symposium Nationaal Platform E-Health – 10 maart 2003

Het 2e symposium van het Nationaal Platform E-Health stond in het teken van het “virtuele consult”. Worden huisarts en specialist vervangen door een WebCam?
Of zijn nieuwe communicatie media enkel een aanvulling op de bestaande mogelijkheden van de telefoon en een persoonlijk consult? Veel bezoekers mengden zich in een levendige discussie. Ook bewoners van de levensbestendige woonaccomodatie van Stichting Humanitas in Rotterdam waar het platform voor de 2e keer te gast was lieten zich duidelijk horen.

Hans Becker, voorzitter van de raad van bestuur van Stichting Humanitas liet zich op onmiskenbare wijze introduceren door het gebruik van de WebCam en de nieuwe dienstverlening van VIP Solutions, het “Vippen”. Peter de Voerd geeft door middel van een WebCam en een abonnement op breedband internet ISDN of ADSL verbindingen een extra dimensie aan het begrip “virtueel consult”.

Daarna werd door Dhr. Bruno Tunderman een introductie gegeven op het gebied van virtuele call center systemen waarbij behalve telefonie ook E-Mail, Fax, Internet Chat, Voice & Video en ook de nieuwste trend van het moderne consult werd gepresenteerd: Het SMS consult! Geen toekomst visie meer, geen futuristische droombeelden maar realiteit. Met name jongeren maken massaal gebruik van SMS. Vooral pijnlijke en taboevolle aandoeningen kunnen door middel van SMS en het geneeskundige antwoord hierop een enorme aanvulling vormen op bestaande consultvormen.

Alle nieuwe communicatie technieken doen een beroep op het vertrouwen van de patient/consument. Dit wordt erkend door de heer drs. R.G.M. van Melick, voorzitter TNO Health Trust. Met name het versterken van vertrouwen en het geven van keurmerken als het QMIC keurmerk moet de consument de overtuiging geven dat de informatie die via het internet door de drager van het keurmerk juist is, verantwoord is en betrouwbaar is.

De heer drs. R. Hoekstra van Delta Psychiatrisch Ziekenhuis Rotterdam geeft praktijk voorbeelden van zijn ervaringen met e-mail en psychiatrische patienten. Geen vervanging zo meld hij nadrukkelijk. De patienten kennen we reeds en de e-mail is puur een aanvulling op de bestaande consults. Wel zo geeft hij aan is uit de schrijfstijl van de e-mail al in veel gevallen de gemoedstoestand van de patient af te lezen. Enorme tijdsbesparingen zijn al gerealiseerd en ook de patienten zijn zeer enthousiast.

Robert Van Wijk van Dokterdokter.nl tenslotte geeft een heldere kijk op wat zij inmiddels hebben bereikt via hun door TNO gecertificeerde website. Als medisch en paramedisch internetportaal is dokterdokter.nl een van de meest succesvolle met 200.000 hits per dag. Via een uitgebreide menustructuur is over een grote hoeveelheid aandoeningen informatie te vinden met medisch verantwoorde conclusies en aanbevelingen.

Informatie: www.e-healthplatform.nl


zondag 10 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Forum

Forum
Nieuws

 

HuisartsVandaag heeft een discussieforum. Hier worden discussies gevoerd over het vak van Huisarts, Huisartsenposten, opleiding en veel meer zaken.

 

Klik hier voor het Forum van HuisartsVandaag


vrijdag 8 maart 2002 2 reacties | Lees verder

Regeling verwijsfunctie bedrijfsarts in Zfw en AWBZ

Regeling verwijsfunctie bedrijfsarts in Zfw en AWBZ
Overheid AMvB inzake Verwijsfunctie bedrijfsarts

Algemeen
Inleiding

Met dit besluit is geregeld dat geregistreerde bedrijfsartsen rechtstreeks kunnen verwijzen naar de reguliere zorgverlening in het kader van de Ziekenfondswet (Zfw). Dit houdt in dat behandelingen op basis van een verwijzing door een bedrijfsarts net als op basis van verwijzing door de huisarts of een medisch-specialist -voor vergoeding ten laste van de Ziekenfondswet in aanmerking komen. Met het onderhavige besluit is het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering hiertoe aangepast. Ook is met dit besluit een wijziging doorgevoerd in het op de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 (Wtz 1998) gebaseerde Vergoedingenbesluit particulier verzekerden.

In 2001 hebben gesprekken plaatsgevonden met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Nederlandse Vereniging voor Arbeids-en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde (KNMG), de Vereniging VNO-NCW, de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) namens de vakbonden, de Brancheorganisatie Arbo-diensten, het College zorgverzekeringen (CVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over een verwijsfunctie voor bedrijfsartsen. Daarbij bleek dat deze partijen zich in beginsel kunnen vinden in een verwijsbevoegd-heid voor de bedrijfsarts.

Vervolgens is nagegaan op welke wijze een verwijsfunctie voor bedrijfsartsen vorm zou moeten krijgen, zodat zieke werknemers snel en doelmatig verwezen worden voor diagnose en behandeling. Ten behoeve van de implementatie van de maatregelen is op 21 februari 2002 aan het CVZ een aantal vragen voorgelegd over mogelijkheden van invoering van een verwijsfunctie van de bedrijfsarts. Het CVZ heeft op 27 september 2002 in zijn rapport 'Verwijsfunctie Bedrijfsarts' gerapporteerd. In de genoemde brief van 18 november 2002 aan de Tweede Kamer is op basis van dit rapport een standpunt ingenomen over de invoering van de verwijsfunctie voor de bedrijfsarts. Met het onderhavige besluit wordt de ver-wijsbevoegdheid van de bedrijfsarts gerealiseerd.

Achtergrond en doel verwijsfunctie bedrijfsarts

Het begrip verwijzen heeft verschillende aspecten. Bezien vanuit het gezondheidszorgaspect heeft verwijzen betrekking op het doorsturen van een patiënt, indien hulpverlener A tot het oordeel komt dat de patiënt beter kan worden behandeld door hulpverlener B.
Als onderdeel van de verzekering is verwijzen geregeld als voorwaarde voor de aanspraak op sommige vormen van zorg ten laste van de Zfw of Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het onderhavige besluit heeft betrekking op dit verzekeringsaspect van de verwijzing. Alleen indien de verwijzing naar eerder bedoelde zorg plaatsvindt door een in de regelgeving genoemde verwijzer, kan de zorgverlening plaatsvinden ten laste van de verzekering. Dit impliceert dat de voorzieningen waarvoor in het kader van de verzekering het vereiste van verwijzing is gesteld, niet vrij toegankelijk zijn.

Mede uit oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing wordt de eis gesteld dat een professionele verwijzer -huisarts of medisch-specialist -beoordeelt of behandeling dan wel diagnostiek waarnaar wordt verwezen, is aangewezen. Overigens is voor een aantal nader omschreven vormen van zorgverlening geregeld dat verwijzing ook kan plaatsvinden door andere zorgverleners, zoals tandartsen, verloskundigen en verpleeghuisartsen. De wijze waarop de verwijzing tot nu toe is geregeld, belemmert de snelle toeleiding naar de reguliere zorgverlening voor mensen met arbeidsrelevante gezondheidsklachten. Bedrijfsartsen zijn gespecialiseerd in het herkennen, diagnosticeren en behandelen van dit soort klachten, maar hebben geen directe mogelijkheid tot verwijzing naar de reguliere zorgverlening. Dit betekent dat een reguliere verwijzer, doorgaans de huisarts, moet worden ingeschakeld om de verwijzing mogelijk te maken. Deze enigszins omslachtige werkwijze bevordert de snelle behandeling van de zieke werknemer geenszins. Bovendien impliceert deze aanpak een ongelijkwaardige relatie tussen huisarts en bedrijfsarts die geen recht doet aan de specifieke kennis en ervaring van de bedrijfsarts op het terrein van arbeid en gezondheid.

Bedrijfsartsen verwijzen overigens in de praktijk al wel naar zorgverleners in het private circuit, waarbij doorgaans de werkgever de kosten van de zorg voor zijn rekening neemt. Hoewel dergelijke particuliere initiatieven een prima mogelijkheid kunnen zijn voor zorgverlening aan werknemers, kan het ook een remmend effect hebben op de ontwikkeling van arbeids-en bedrijfsgeneeskunde in de reguliere zorgverlening. Het is belangrijk dat de behandeling van arbeidsrelevante klachten ook in de reguliere zorgverlening plaatsvindt en dat in dat kader meer aandacht ontstaat voor de invloed van het werk en de arbeidsomstandigheden op het ontstaan van klachten. Een rechtstreekse verwijsmogelijkheid van de bedrijfsarts kan aan de ontwikkeling hiervan bijdragen.

Regeling verwijsfunctie bedrijfsarts in Zfw en AWBZ

Zoals in de hiervoor aangehaalde brieven aan de Tweede Kamer is uiteengezet, is het de bedoeling een algemene verwijsfunctie voor de bedrijfsarts te realiseren voor diagnostiek en/ of behandeling binnen de reguliere curatieve en geestelijke gezondheidszorg. De onderhavige wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering heeft betrekking op de verwijzing naar zorg die in het kader van de ziekenfondsverzekering als verstrekking is geregeld. Voor AWBZ-behandeling in verband met een psychiatrische aandoening zal een verwijsbevoegdheid voor de bedrijfsarts geregeld worden bij een op artikel 2, vierde lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ gebaseerde ministeriële regeling. In dit besluit is voor de verwijzing door de bedrijfsarts steeds als voorwaarde gesteld dat over het verwijzen afspraken moeten worden gemaakt met het ziekenfonds. Op deze wijze krijgen ziekenfondsen een instrument waarmee zij invloed kunnen uitoefenen op het verwijsbeleid van bedrijfsartsen.

De verwijzers die tot nu toe in de (uitvoeringsregelingen van de) Zfw en AWBZ zijn geregeld, verlenen tevens zorg waarop verzekerden op grond van deze wetten aanspraak maken. Om verzekerden in staat te stellen hun aanspraken tot gelding te brengen, dienen de ziekenfondsen overeenkomsten te sluiten met personen en instellingen die de verstrekkingen kunnen leveren. Ten aanzien van deze zogenaamde medewerkersovereenkomsten zijn bepalingen vastgesteld in hoofdstuk IV van de Zfw. Via het instrument van de overeenkomst zijn ziekenfondsen in staat op het punt van bijvoorbeeld de kwaliteit en doelmatigheid van de zorgverlening, invloed uit te oefenen op de gecontracteerde instellingen en zorgverleners. Een dergelijk sturingsinstrument ontbreekt bij de bedrijfsarts, omdat deze geen zorg levert die als aanspraak is geregeld in de Zfw of AWBZ. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat ziekenfondsen niet zouden kunnen ingrijpen indien deze zich gesteld zien voor onnodig hoge uitgaven die het gevolg zijn van inadequaat verwijsbeleid van bedrijfsartsen.
Om deze ongewenste gevolgen te voorkomen, is besloten de ziekenfondsen een instrument te geven waarmee zij invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit en doelmatigheid van het verwijsbeleid van de bedrijfsarts.

Van het ziekenfonds wordt op dit punt een reële inspanning verwacht. In de bepalingen van het onderhavige besluit is hiertoe de voorwaarde opgenomen dat de bedrijfsarts of de arbodienst waaraan de bedrijfsarts is verbonden, schriftelijk afspraken dient te maken met het ziekenfonds van de verzekerde. Het ziekenfonds en de bedrijfsarts worden verplicht ten minste afspraken te maken over de kwaliteit en doelmatigheid van het verwijsbeleid, de wijze waarop afstemming en overleg plaatsvindt met andere zorgverleners, waaronder bijvoorbeeld de huisarts van de verzekerde, en de controle op de naleving van de afspraken. Voor alle duidelijkheid wordt op deze plaats nog opgemerkt dat deze afspraken tussen ziekenfond-sen en bedrijfsartsen geen betrekking hebben op het door de bedrijfsarts verlenen van verstrekkin-gen waarop verzekerden aanspraak kunnen maken en derhalve niet worden beheerst door de bepa-lingen in hoofdstuk IV van de Zfw.

Invoeringstraject en evaluatie

Het CVZ heeft in zijn advies inzake invoering van de verwijsfunctie van de bedrijfsarts aandacht gevraagd voor de verdere ontwikkeling van de kennis en kunde van de bedrijfsarts en een goede communicatie tussen bedrijfsarts en huisarts rond de verwijzing. Het CVZ heeft deze vereisten van verdergaande professionalisering van de beroepsgroep en goede afstemming als voorwaarden voor een succesvolle invoering van de verwijsfunctie van de bedrijfsarts benoemd. Hierbij is ook van belang dat zorgverzekeraars zich inspannen om te komen tot goede afspraken met bedrijfsartsen inzake het verwijsbeleid. Zoals in de brief aan de Tweede Kamer van 18 november 2002 is toegelicht, worden deze voorstellen van het CVZ overgenomen.

De verdergaande professionalisering van de bedrijfsartsen – via (na) scholing en richtlijnontwikkeling -ligt in eerste instantie in handen van de beroepsgroep. De NVAB heeft deze rol opgepakt en is in 2002 gekomen tot het actieplan 'De bedrijfsarts: deskundig en onafhankelijk' gericht op verdere professionalisering van de bedrijfs-arts. In het verlengde hiervan werkt het NVAB aan het ontwikkelen van richtlijnen voor de eigen beroepsgroep. Het richtlijnenbureau van de NVAB wordt tijdelijk door het ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gefinancierd. De NVAB zal verder samen met de LHV met een plan van aanpak komen om de noodzakelijke communicatie tussen huisartsen en bedrijfsartsen te verbeteren. De invoering van de formele verwijsbevoegdheid van de bedrijfsarts zal nauwgezet worden gevolgd. Daarbij zal in kaart worden gebracht op welke wijze bedrijfsartsen invulling geven aan de verwijsbevoegdheid, welke rol ziekenfondsen daarbij spelen, hoe de communicatie met andere zorgverleners, in het bijzonder de huisarts, verloopt en wat de merkbare effecten zijn van het ver-wijzen door bedrijfsartsen op bijvoorbeeld het aantal vervolgbehandelingen en op het verwijzen door andere zorgverleners. Het CVZ zal de evaluatie uitvoeren en daarbij praktijkervaringen en mo-gelijke klachten over knelpunten betrekken.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A In verband met de invoering van de verwijsbevoegdheid van de bedrijfsarts zijn aan de definitiebe-paling in het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering de definities van bedrijfsarts en arbo-dienst toegevoegd. Bij het begrip bedrijfsarts gaat het om artsen die zijn ingeschreven in het regis-ter van sociaal geneeskundigen. Deze registratie van sociaal geneeskundigen wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie (SGRC). De SGRC is onderdeel van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. Voor de definitie van arbodienst is aangesloten bij de omschrijving in de Arbeidsomstandigheden-wet 1998.

Artikel I, onderdelen B tot en met E Dit artikel regelt de verwijsmogelijkheid voor de bedrijfsarts voor de in het kader van de zieken-fondsverzekering geregelde verstrekkingen paramedische zorg, medisch-specialistische zorg en hulp door een audiologisch centrum. Daarbij is telkens als voorwaarde voor de aanspraak geregeld dat ingeval van verwijzing door een bedrijfsarts het ziekenfonds met de verwijzende bedrijfsarts of de arbodienst waaraan deze is verbonden, schriftelijk afspraken dient te hebben gemaakt over de kwaliteit en doelmatigheid van het voorschrijven, de wijze waarop afstemming en overleg plaats-vindt met personen of instellingen die aan de verzekerde zorg verlenen of kunnen verlenen en de controle op de naleving van de afspraken. Zoals in het algemeen deel van deze toelichting is aan-gegeven, krijgen de ziekenfondsen hiermee een instrument in handen waarmee zij invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit en doelmatigheid van het verwijsbeleid van de bedrijfsarts.

Artikel II Met dit besluit wordt tevens een wijziging doorgevoerd in het kader van de standaardpakketpolis. Het gaat om artikel 12 van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden, dat de vergoeding regelt van kosten van hulp door een audiologisch centrum op voorschrift van de huisarts, een kin-derarts of een keel-, neus-en oorarts. In verband met de invoering van de verwijsfunctie van de bedrijfsarts behoeft de bepaling aanpassing op het punt van de verwijzing. Omdat het stellen van dit soort verzekeringsvoorwaarden ingevolge de standaardpakketpolis in beginsel wordt overgela-ten aan de ziektekostenverzekeraars in het kader van de overeenkomst van standaardverzekering, is er niet voor gekozen de bedrijfsarts aan het rijtje verwijzers toe te voegen, maar het onderdeel dat de voorwaarde van verwijzing regelt, geheel te laten vervallen. Het Vergoedingenbesluit parti-culier verzekerden stelt de voorwaarde van verwijzing voor de vergoeding van de kosten van deze hulp niet langer verplicht, waardoor het ook niet meer in de weg staat aan een verwijsmogelijkheid van de bedrijfsarts. De voorwaarde van verwijzing voor hulp door een audiologisch centrum kan in de overeenkomst van standaardverzekering verder worden geregeld.



Ontwerptekst

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van , kenmerk , gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Financiën;
Gelet op artikel 8, derde lid, van de Ziekenfondswet en artikel 5 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998;

De Raad van State gehoord (advies van ......... (datum en kenmerk); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van ............., uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Financiën (datum en kenmerk);

Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel I Het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering wordt als volgt gewijzigd:

A Aan artikel 1 worden, onder vervanging van een punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel d, twee onderdelen toegevoegd, luidende: e. bedrijfsarts: een arts die is ingeschreven in het register van erkende Sociaal Geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Neder-landsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst; f. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder j, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.

Besluit van……………… houdende wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit parti-culier verzekerden in ver-band met de invoering van een verwijsfunctie van de bedrijfsarts 1
1 Page 2 3
2 B Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt na "door een huisarts" telkens ingevoegd: , bedrijfsarts. 2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt op voor-schrift van een bedrijfsarts, bestaat slechts aanspraak op deze zorg indien het ziekenfonds met de verwijzende be-drijfsarts of de arbodienst waaraan deze bedrijfsarts is ver-bonden, schriftelijk afspraken heeft gemaakt over de kwali-teit en doelmatigheid van de verwijzing, de wijze waarop af-stemming en overleg plaatsvindt met personen of instellin-gen die aan de verzekerde zorg verlenen of kunnen verlenen, en de controle op de naleving van de afspraken.

C Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt na "op verwijzing van de huisarts van de verzekerde" ingevoegd: , op verwijzing van een bedrijfsarts. 2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 3. Indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt op verwijzing van een bedrijfsarts, bestaat slechts aanspraak op deze zorg indien het ziekenfonds met de verwijzende bedrijfsarts of de arbodienst waaraan deze bedrijfsarts is verbonden, schriftelijk afspraken heeft gemaakt over de kwaliteit en doelmatigheid van de verwijzing, de wijze waarop afstemming en overleg plaatsvindt met personen of instellingen die aan de verzekerde zorg verlenen of kunnen verlenen, en de controle op de naleving van de afspraken.

D Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt na "op verwijzing van de huisarts van de verzekerde" ingevoegd: , op verwijzing van een bedrijfsarts. 2. Onder vernummering van het derde lid en het vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 3. Indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt op verwijzing van een bedrijfsarts, bestaat slechts aanspraak op deze zorg indien het ziekenfonds met de verwijzende bedrijfsarts of de arbodienst waaraan deze bedrijfsarts is verbonden, schriftelijk afspraken heeft gemaakt over de kwaliteit en doelmatigheid van de verwijzing, de wijze waarop afstemming en overleg plaatsvindt met personen of instellingen die aan de verzekerde zorg verlenen of kunnen verlenen, en de controle op de naleving van de afspraken.

E Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt na "is verwezen door zijn huisarts" inge-voegd: , een bedrijfsarts. 2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 3. Indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt op ver-wijzing van een bedrijfsarts, bestaat slechts aanspraak op deze zorg indien het ziekenfonds met de verwijzende be-drijfsarts of de arbodienst waaraan deze bedrijfsarts is ver-bonden, schriftelijk afspraken heeft gemaakt over de kwali-teit en doelmatigheid van de verwijzing, de wijze waarop af-stemming en overleg plaatsvindt met personen of instellin-gen die aan de verzekerde zorg verlenen of kunnen verlenen, en de controle op de naleving van de afspraken.

Artikel II In artikel 12 van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden vervalt "op voorschrift van de huisarts, een kinderarts of een keel-, neus-en oor-arts".

Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uit-gifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toe-lichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.


Bron: Regeling verwijsfunctie bedrijfsarts in Zfw en AWBZ

Links

Een betere gezondheidszorg: gewoon een kwestie van kiezen en doorpakken
ZN - In de nieuwjaarstoespraak pleit Dhr Wiegel voor uitbreiding van de verwijsmogelijkheid naar de tweede lijn. Naast de bedrijfsartsen moeten ook fysiotherapeuten kunnen verwijzen naar de 2e lijn

Bedrijfsarts mag verwijzen
Medisch Contact - Ondanks een negatief advies van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) mogen bedrijfsartsen binnenkort waarschijnlijk verwijzen voor zorg die wordt verzekerd door de ziekenfondswet of de AWBZ

De Club van 100 en de bedrijfsarts
HuisartsVandaag - Het plan van staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) om bedrijfsartsen de mogelijkheid te geven zieke werknemers door te verwijzen naar specialisten in het ziekenhuis, loopt grote kans averechts te werken

Bedrijfsarts mag doorverwijzen
AD - Via de bedrijfsarts direct naar de longarts, cardioloog of psychiater

Voorhangprocedure inzake invoeren verwijsfunctie
VWS - De in afschrift bijgevoegde brief van 18 november 2002, POG/OGZ 2.323.003, aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal kondigt de invoering aan van de verwijsbevoegdheid van de bedrijfsarts.....



donderdag 7 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Huisarts en voorschrijfgedrag

Huisarts en voorschrijfgedrag
Opinie Geachte mevrouw Kant,

Gistermiddag hoorde ik op radio 1 uw vurig pleidooi voor het recht van de patiënt op een onafhankelijk en op kwaliteit gestoeld advies met betrekking tot medicatie door de arts, die zich vooral door onafhankelijke bronnen zou moeten laten leiden. Als huisarts denk ik dat ik mij tot heden redelijk objectief heb laten informeren over farmacotherapie. Ik merk als huisarts beslist de druk die er vanuit de industrie direct en indirect op me wordt uitgeoefend, doch heb de indruk dat ik me daar redelijk tegen verweer. Van extravagante cadeaus/verdiensten was in mijn 20-jarig huisartsenbestaan nimmer sprake.

Gaarne wil ik u echter 2 andere vormen van beïnvloeding van prescriptiepatroon onder de aandacht brengen.

Ten eerste wordt mijn prescriptiepatroon soms wel beïnvloed, als ik daar goed over denk, door regelgeving vanuit centraal. Bijvoorbeeld datgene wat in een verstrekkingenpakket zit wordt uiteraard makkelijker voorgeschreven. Zo zijn, om maar wat te noemen, alle goedkope maagpreparaten tegenwoordig vrij verkrijgbaar en dus niet meer meeverzekerd, evenals de "eenvoudiger" pijnstillers. Het gaat hierbij vaak om middelen die aanbevolen worden in de "standaarden voor de huisarts" die door vriend en vijand op dit moment beschouwd worden als zeer onafhankelijk en gebaseerd op "Evidence Based Medicine". Zo'n "devaluatie" veroorzaakt nogal eens dat keuzes verlegd worden naar andere preparaten. M.a.w. je ziet dat regelgeving een oorzaak kan zijn van het afwijken van de "standaardbeleid", iets dat huisartsen de laatste tijd nogal eens wordt verweten. Regelgeving zou derhalve meer in lijn/harmonie dienen te komen met goed beleid in de zorg.
(En dat zou voor het hele beleid moeten gelden vind ik: dus een taakverzwaring voortvloeiend uit een "standaarden" zou ook erkend en gefaciliteerd moeten worden door extra budget. Het lijkt er dit moment op dat afstemming tussen bewindvoerders en standaardenmakers hierover nihil is. Een van de oorzaken van de grote problemen die er nu liggen.)

Over een andere vorm van grote beïnvloeding viel de laatste dagen meer in de media te lezen: artsen verdienen geld aan goedkoper voorschrijven ! Het blijkt hier te gaan om substantiëlere bedragen (al lijkt het verhoudingsgewijs een redelijk tot gering bedrag voor de inspanning die het vereist) en met duidelijk meetbare effecten op voorschrijfbeleid, zo valt af te leiden uit de artikelen.

Hoewel het principe nobel is te noemen, (verantwoord voorschrijven, omlaag brengen van kosten en daardoor premies) en hoewel het thans lopende project netjes en volgens huisartsenstandaarden lijkt te gaan, zie ik toch bedreigingen zowel voor huisarts als consument: Ook in deze setting krijgt de patiënt geen onafhankelijk advies .
Huisartsen zijn op dit moment oneindig veel meer afhankelijk van zorgverzekeraars dan van de farmaceutische industrie.
Als de toekomst zou brengen dat inkomen van de huisarts sterk bepaald wordt door prescriptie- of verwijscijfers kan dat ernstige consequenties hebben voor continuïteit van zorg.
Verzekeraars hebben winstoogmerk als primair belang wat uitgangspunten bij sturing kan beïnvloeden
Verzekeraars krijgen in de toekomst ook een steeds grotere vinger in de pot van de geneesmiddelendistributie en hebben dus steeds meer een dubbele pet op met alle gevolgen van dien. Ik ben daarom dan ook zeer benieuwd hoe u en uw collega-commissieleden aankijken tegen deze wijze van sturing.

Met vriendelijke groet,

Rim Posthumus, huisarts te Goes



woensdag 6 maart 2002 0 reacties | Lees verder

Brief aan Minister Borst

Brief aan Minister Borst
Opinie Aan: DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
MEVROUW DR. E. BORST-EILERS
POSTBUS 20350
2500 EJ ’s-GRAVENHAGE

Betreft: uw reactie dd. 19-02-2002
Kenmerk: CZ/EZ/2258014
Goes, 25-02-2002.
Geachte mevrouw Borst,

In uw reactie op mijn brief dd. 15-12-2001 geeft u een opsomming van maatregelen, waarmee u aangeeft dat in de afgelopen periode veel is bereikt om de ontstane problemen in de huisartsenzorg op te lossen.

Omdat veel van de door u opgesomde maatregelen reeds bij mij bekend waren op 15/12 j.l. en een aantal daarvan niet stroken met de werkelijkheid die wij in het werkveld ervaren, meen ik er goed aan te doen om op een aantal van deze maatregelen te reageren, om nog eens te verduidelijken wat wij bedoelen als we het hebben over de zorgwekkende situatie waarin onze huisartsenzorg zich momenteel in vele opzichten bevindt, alsmede waarom wij menen dat u verantwoordelijk bent voor deze situatie.

Voorts mis ik in uw brief een reactie op datgene wat ik in mijn brief van 15/12 j.l. een “contractencircus” noemde en ook daarover wilde ik nog enkele opmerkingen plaatsen en u om reactie vragen.

Kort reagerend op de door u geschetste maatregelen:

Compensatie AOV premies
U suggereert in deze alinea dat de gestegen AOV premies per 01-07-2001 volledig zijn gecompenseerd. Dit is ronduit misleidend. De AOV premiestijgingen zijn slechts tot 2001 gecompenseerd. De aanzienlijke stijging m.i.v. 01-01-2001 (in veel gevallen met meer dan 50%) is ondanks uw toezegging niet gecompenseerd.

Grootschalige dienstenstructuur
Met u achten wij de ontwikkeling van grootschalige dienstenstructuren in het grootste belang om werkdruk te verminderen. Zeer zorgelijk vinden we echter de ontwikkeling dat het er op veel plaatsen op lijkt dat veel huisartsen de “slaven” van hun eigen centrale huisartsenposten dreigen te worden. Om u enkele voorbeelden te geven:
- In hun pogingen om een reële honorering van ANW-diensten te realiseren blijken die huisartsen die reeds verplichtingen zijn aangegaan met een CHP eerder geneigd toe te geven aan voorstellen van inferieure kwaliteit vanuit de dreiging dat ze anders het voortbestaan van hun CHP op het spel zetten.
- Er is een grote kans dat CHP’s misbruikt zullen gaan worden als relatief goedkope voorziening bij de oplossing voor continue zorg voor niet op naam ingeschrevenen (“NONI’s” ). Een steeds kleinere groep huisartsen zal dan in deze structuur steeds vaker en voor steeds meer mensen dienst moeten doen. Van vermindering van werkdruk is dan uiteraard geen sprake meer.
- CHP’s zijn behoorlijk dure instellingen met zeer hoge (lees: slecht concurrerende) tarieven waar huisartsen zelf behoudens een verminderde werkdruk niets wijzer van worden. Op dit moment wordt per CHP door het CTG zo’n tarief bepaald, maar de AMvB voorziet in een “normering” binnen afzienbare tijd. In Zeeland (dunbevolkte regio met 4-5 kleine CHP’s), merken we dat, ondanks het feit dat we streven naar een supraregionale organisatie om de kosten zoveel mogelijk beheersbaar te houden, we als CHP toch relatief duur zullen blijven ten opzichte van grotere CHP’s. Ik neem aan dat dat ook voor andere dunbevolkte gebieden in Nederland geldt. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat deze gebieden na “normering” drastisch zullen moeten bezuinigen of dat huisartsen, zoals de laatste jaren nogal eens gebruikelijk is geweest zullen moeten opdraaien voor een eventueel tekort. Eerlijker zou het zijn om inderdaad te erkennen dat zorg in dunbevolkte gebieden relatief meer kost.

Verhoging praktijkkosten
De € 15.000,- extra per normpraktijk per jaar ingaande per 01-07-2001 bleek in 2001gelukkig net voldoende om de dat jaar de enorm gestegen AOV premie van te betalen (zie eerder).
Een in onze ogen goed onderbouwd rapport van Deloitte & Touche, nota bene mede op uw verzoek tot stand gekomen, is zonder onderbouwing uwerzijds terzijde geschoven.
Ook al zou de AOV premieproblematiek met terugwerkende kracht worden opgelost is het door u beschikbaar gestelde budget voor compensatie van de verhoging van de praktijkkosten niets meer dan een druppel op een gloeiende plaat, zoals uit bovenvermeld rapport blijkt.
Huisartsen betalen nog steeds een flink deel van hun praktijkkosten uit eigen zak.
Nieuwe vestigingen blijken in sommige delen van het land niet financierbaar !!. Dit alles is in de loop van uw bewindsperiode ontstaan.

Meer huisartsen
Op dit moment zijn zo’n 80 praktijken huisartsloos. Naar verwachting zal dit aantal nog voor het jaar 2010 oplopen naar 1000 praktijken. Naar schatting zullen dan 2,5 tot 3 miljoen Nederlanders geen huisarts hebben. Dit alles ondanks (!!) de uiteindelijk door u goedgekeurde capaciteitsverhoging. Dus: terecht dat de capaciteit is verhoogd, maar veel te laat. Hoe denkt u in de komende tijd de zittende huisartsen dusdanig te faciliteren in hun dagelijks werk en bij initiatieven opdat zij de door u zo geroemde spilfunctie in de zorg kunnen behouden?

Verhoging salarissen HAIO’s
Goed en terecht voor de HAIO’s. Het budget dat hiermee gemoeid mee betrekken in onderhandelingen met huisartsen over praktijkinkomen vind ik wat echter wat ver gaan.

Herijking norminkomens

We nemen dit gegeven voor wat het waard is. Op dit moment kunnen we niet anders constateren dat het boven de markt blijft zweven op een moment dat de problemen groot zijn. Het lijkt dus een politiek antwoord. Uw toch wat laatdunkende opmerkingen over het rapport Hay dat de LHV (ook weer mede op uw aangeven) heeft laten vervaardigen zijn voor ons niet erg hoopgevend.

Rekening houden met lokale verschillen
Praktijk en uw woorden spreken elkaar in diverse opzichten tegen:
- Hierboven schetste ik al waar we met de ontwikkeling van onze CHP tegenaan lopen: de AMvB geeft aan dat regionale verschillen slechts tijdelijk zullen zijn. Men streeft naar normering van de tarieven.
- Voor dit jaar leken o.a. de erkenning van de lokale kostencomponent en NMa-regelgeving mogelijkheden te gaan bieden voor contracteren op maat. Van Zorgverzekeraars ontvingen wij tot op heden slechts standaard contractvoorstellen(, zij het dat elke verzekeraar er een eigen standaardcontract op nahoudt). Ik kom hierop later nog terug.

Praktijkverpleegkundige
In Zeeland komt de praktijkverpleegkundige niet van de grond. Onze verantwoordelijke Zorgverzekeraar CZ zegt voor 2002 voor de huisartsen boven de Westerschelde (plm. 110 FTE huisartsen) een totaal budget t.b.v. invoering van de praktijkverpleegkundige van € 120.000, - (zijnde 3 FTE praktijkverpleegkundige) beschikbaar te hebben. Reden: onvoldoende zuinig voorschrijven van de huisartsen. Onderbouwing? . In onze praktijken heeft geen meting plaatsgevonden. Nog los van het feit van de idiotie dat kosten voor regulier werk terugverdiend dient te worden uit voorschrijfgedrag. Al jaar en dag houden we ons in onze regio aan FTO-afspraken m.b.t. verantwoord voorschrijven en volgen we onze standaarden. De werkdruk is er niet minder door geworden. We zien met lede ogen aan dat de zorg voor de steeds grotere groep chronische patiënten in onze praktijken (Diabetes Mellitus / COPD / Decompensatie) beneden die maat blijft van wat onze standaarden ons eigenlijk voorschrijven. En overal om ons heen schieten samenwerkingsverbanden tussen ziekenhuizen en thuiszorginstellingen als paddestoelen uit de grond die mogelijk dit soort vormen van categorale begeleiding gaan overnemen. Is dit soms een door u gewenste ontwikkeling?
Over demotivering van huisartsen gesproken.
Dit alles is regelgeving die mede onder uw verantwoordelijkheid tot stand is gekomen.
Als u de huisarts daadwerkelijk als spil ziet van onze gezondheidszorg, dan dient u die huisarts ook in staat te stellen met voldoende middelen om diens werkzaamheden naar behoren te laten uitvoeren, en wel structureel.

Onvoldoende honorering, onvoldoende tegemoetkoming in de praktijkkosten bij sterk toegenomen werkdruk en onvoldoende mankracht hebben reeds tot veel onrust in de huisartsenwereld geleid.
Maar als klap op de vuurpijl is daar nog eens het “contractencircus” bovenop gekomen: een bont, onoverzichtelijk, tijdrovend en kostbaar spel voor zowel huisartsen als verzekeraars, met een woud aan verschillende regelingen en voorwaarden, dit alles in de naam van de zogenaamde marktwerking, onder de vlag van de NMa met grote gevolgen voor vestigingsbeleid en contractering.
Het enige dat u bij deze vernieuwing hebt ondernomen is het vaststellen dat partijen resultaat moeten behalen binnen de thans geldende budgetten en onder handhaving van een maximumtarief waarvoor geen huisarts meer een verantwoorde een praktijk kan runnen heden ten dage.
Ruim 7200 huisartsen zouden elk afzonderlijk met 23 landelijk werkende Zorgverzekeraars tot een overeenkomst moeten komen. E.e.a. heeft reeds geleid tot een enorme extra administratieve belasting.
Verzekeraars zijn niet bij machte om op individuele of zelfs regionale eisen van huisartsen in te gaan en stellen hun eigen voorwaarden op. Huisartsen worden vervolgens geconfronteerd met 23 contracten die van elkaar verschillen in looptijd/voorwaarden en tarieven. De chaos ten top, waarvan geen enkel weldenkend mens de ratio kan aangeven.
Van enig sturend beleid is in deze setting uiteraard geen sprake, om nog maar te zwijgen over de gevolgen van dit alles voor de bedrijfs-/praktijkvoering van huisartsen.

Tevens is in de huidige NMa - regelgeving de positie van menig samenwerkingsverband uiterst onzeker:
vijf collega huisartsen en ikzelf hebben onze praktijken negen jaar gelden ondergebracht in een HOED. We vormen een zogenaamde kostenmaatschap. Volgens NMa regelgeving zijn we te groot om gezamenlijk met een verzekeraar te onderhandelen. Om voor gemeenschappelijke rekening te mogen onderhandelen zouden we een volledige maatschap moeten gaan vormen.
Vooralsnog weigeren wij ons om ons aan die NMa – regelgeving te conformeren.
Wij zijn uiteraard erg benieuwd hoe u over deze materie denkt omdat u zich in het nabije verleden erg positief over de HOED – constructie hebt uitgelaten.

Contractering staat momenteel onder druk, zoals ik u al eerder schreef omdat veel huisartsen van mening zijn dat er geen overeenkomsten meer gesloten moeten worden tegen tarieven die een verantwoorde praktijkvoering onmogelijk maken. Op dit moment heeft dan ook een zeer groot deel van alle huisartsen nog geen enkel contract afgesloten. Als er geen passende voorstellen worden gedaan, zullen er zo het er nu naar uitziet veel huisartsen toe overgaan hun zorgaanbod te heroverwegen. Een definitieve uitholling van de huisartsengeneeskunde lijkt dus zeer nabij. Dit in navolging van de uitholling van de rest van de zorg in Nederland, dat hoort tot de welvarendste landen ter wereld !

Concluderend gaat het ons inziens dus niet goed met de huisartsenzorg in Nederland.
Er is veel ongerustheid, onrust en onvrede door bovengenoemde misstanden.
Huisartsen willen niets liever doen dan doen waarvoor ze zijn opgeleid: patiënten behandelen. Uiteraard wel tegen een passende beloning en een adequate kostenvergoeding en liefst met zo min mogelijk administratieve beslommeringen. In zo’n setting kan ook worden meegedacht aan oplossingen voor problemen waar we zeker voor komen te staan. Ook regelgeving zou nu al moeten worden aangepast om flexibel in te kunnen springen met het capaciteits - probleem dat aan het ontstaan is.
De ontwikkelingen van de laatste jaren zijn hieraan volledig contrair.
Oplossingen van de laatste tijd zocht men steeds vaker in het creëren van steeds weer nieuwe lapmiddelen die de complexiteit van de praktijkvoering verder hebben doen toenemen, waardoor het vestigingklimaat steeds onaantrekkelijker wordt, en die steeds meer collegae demotiveren om nog langer door te gaan.

Ik kan niet anders vaststellen dat veel van de hierboven geschetste problematiek is ontstaan onder Paars beleid en uw verantwoordelijkheid, dit ondanks de antwoorden in uw brief van 19-02.
Om uitholling van de zo door u geroemde huisartsenzorg in de komende jaren te voorkomen is ons inziens ingrijpender actie uwerzijds op korte termijn geboden.
Als u met de kennis die u heeft en de geluiden die u vanuit het veld hoort werkelijk meent te kunnen zeggen dat er veel is bereikt en het daarbij laat doet dat bij ons het sterke vermoeden rijzen dat u het niet echt meent dat u de huisarts als spil in zorg wilt behouden, ofwel dat u de problemen willens en wetens doorschuift naar een volgend kabinet.

In dat verband zal ik een kopie van deze brief, vooral ook met het oog op de aanstaande verkiezingen, toezenden aan de vaste kamercommissie van VWS, t.a.v. van de leden, opdat dit ook bij hen kan bijdragen tot een beter beeld van de problematiek.

Uw antwoorden zie ik uiteraard weer met veel belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
R. Posthumus, huisarts.



dinsdag 26 februari 2002 0 reacties | Lees verder

Word nu lid van HuisartsVandaag en profiteer van extra voordelen!

Altijd toegang tot het laatste nieuws
Reageer en communiceer met andere huisartsen
Dag- en dienstwaarnemingen, vacante praktijken en vacatures
Links naar gratis geaccrediteerde nascholingen
Dagelijks uitgebreide nieuwsbrieven

[Klik hier om u aan te melden]

Advertentie



Categorieën

Laatste reacties

Publieke Poll

Met welke stelling ben je het eens, mijn opinie over de NHG accreditatie is:
Moet worden afgeschaft, te veel werk te weinig opbrengst
Moet in sterk afgeslankte vorm gehandhaafd blijven
Moet in de huidige vorm elk jaar plaatsvinden
Moet in de huidige vorm minder vaak plaatsvinden
Geplaatst: 13-03-2017 Bekijk alle

HuisartsVandaag +Plus

gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd

Word lid en kom in contact met collega's
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen

Word lid en kom in contact met collega's