Inloggen

sluiten
Gebruikersnaam
Wachtwoord
wachtwoord vergeten?
onthoud mij
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren

Wachtwoord opvragen

sluiten
Vul hieronder uw e-mailadres of gebruikersnaam in en
wij zenden u een nieuw wachtwoord toe.
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren
Home


Tag cloud

Uitgelicht

Zorgautoriteit mag ANW-eis voor inschrijfgeld in tariefbeschikking houden
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) mag in zijn tariefbeschikkingen opnemen dat een huisarts ANW-zorg moet hebben geborgd om inschrijfgeld te kunnen declareren bij zorgverzekeraars,
0 reacties | Lees verder
Huisartsen hebben weinig vertrouwen in jeugdartsen
De samenwerking tussen huisartsen en jeugdartsen is verre van optimaal, zo blijkt uit een onderzoek van de afdeling Public Health en
2 reacties | Lees verder
‘Huisartspraktijken hebben onvoldoende ruimte voor stagiaires'
Ondanks het personeelstekort in de zorgsector stellen de meeste hogescholen met een opleiding verpleegkunde een studentenstop in.
1 reactie | Lees verder
Huisartsen willen meer invloed op toekomstplan Ziekenhuisgroep Treant
De Huisartsenkring Drenthe vindt dat Treant ruimte voor de kring moet maken aan tafel.
3 reacties | Lees verder
Praktijkhouders in West Friesland willen drastische aanpassingen ANW-zorg
De praktijkhoudende huisartsen en triagistes in West Friesland hebben zelf het initiatief genomen om de organisatie van de ANW-zorg in hun werkgebied drastisch te veranderen.
6 reacties | Lees verder
Problemen in de ggz sterk voelbaar in de huisartspraktijken
De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) heeft tegen de politieke fracties in de Tweede Kamer haar zorgen geuit over de problemen waar huisartsen en patiënten tegen aan lopen binnen de ggz.
3 reacties | Lees verder
Meerderheid gemeenten betaalt thuiszorg onder de kostprijs
Ruim de helft van de gemeenten betaalt een te laag tarief voor huishoudelijke hulp, zo blijkt uit onderzoek van werkgeversorganisatie BTN waarover de redactie van Zorgvisie bericht.
0 reacties | Lees verder
LHV: ‘Geen functionaris gegevensbescherming voor meeste huisartspraktijken’
Veruit de meeste huisartsenpraktijken hoeven geen functionaris voor gegevensbescherming aan te
0 reacties | Lees verder
Nascholing: NOAC's, hoe werk ik samen met apotheker en cardioloog (w.s. 2 punten)
De link naar deze gratis nascholing kunt u volgen indien u een abonnement hebt op HuisartsVandaag.
0 reacties | Lees verder
RSS

Laatste nieuws


Hay en ledenvergadering R.Schenau Enschede

Hay en ledenvergadering R.Schenau Enschede
Opinie

Beste afgevaardigden,

Wij hebben geen opiniërende RHV-vergadering meer betreffende de onderhandelingsinzet Hay, vandaar dat ik mijn mening dan maar hier debiteer:

Zolang het verschil tussen huidige norminkomen en reëel inkomen, ondanks de kleine verbetering, die de verhoging van de onkostenvergoeding heeft gebracht, dermate groot blijft, dat het gros van de huisartsen dit norminkomen nooit kan halen, is het praten over verhoging van dat norminkomen, en hoe dat te bereiken, een discussie over gebakken lucht.

Ook al zou het resultaat zijn, dat er in zijn totaliteit weer iets bijkomt, zal het verschil tussen norm en realiteit alleen maar oplopen, hetgeen een frustratiefactor van de eerste orde is. Het zal mij terugwerpen in het gevoel, dat ik het zakelijk geheel verkeerd doe, ondanks het feit dat ik me kapot werk voor die tent. (ik redt het niet met 14 uurtjes overwerk).
Kortom, mijn gevoel is dat we daarmee het huisartsenvak nou niet direct uit de bagger trekken.

De opdracht voor de LHV de komende tijd: mij en de meeste anderen in staat stellen het huidige norminkomen te halen. En als ik meer patiënten heb dan de norm, daar moet ik dan ook de vruchten van kunnen plukken. Die 250 miljoen is ons verkocht als een eerste stap. Als ik het allemaal goed begrijp wil het bestuur het hier voorlopig alweer bij laten. Neen!! Werkelijk gemaakte kosten dienen met een werkelijke kostenvergoeding te worden gehonoreerd. Niet half of voor een kwart.
Rick Schenau, Enschede.

En nu niet zeggen: dat moet je perifeer regelen. Dat is mij veel te makkelijk:
Jullie moeten het landelijk regelen, en ik moet het perifeer met mijn zorgverzekeraar uitvoeren.

Afgevaardigden, hou het kort over Hay. Gebakken lucht. Praat over niet nagekomen beloftes, openstaande rekeningen, een concreet vervolg tot 2002. Creëer eerst zelf een werkelijkheidswaarde voor zo'n rapport.


maandag 3 september 2001 0 reacties | Lees verder

Onderhandelingsruimte tijdens contractloze periode

Onderhandelingsruimte tijdens contractloze periode
Opinie


De DHV Twente, zal morgen in samenwerking met AMICON zorgverzekeraar, een persconferentie geven vanuit het AMICON gebouw in Enschede, als ik het goed heb rond 17.00 uur.

Voor de inhoud van die persbijeenkomst verwijs ik u allen graag naar de lokatie en de tijd hierboven genoemd.

Als persoon, onderdeel uitmakend van een groep Twentse huisartsen die op inhoudelijke termen een "eigen weg" verkiest, hecht ik eraan u mede te delen, dat een aantal Twentse huisartsen het plan hebben opgevat, de ruimte tot 7/8 aanstaande (de "redelijke termijn, genoemd door de DHV, waarbinnen artsen al dan niet besluiten een contract zoals dat zal worden aangeboden door AMICON al dan niet te tekenen, e.e.a. met het oog op de vakantieperiode") te zullen benutten, door, waar mogelijk, juridiese termen te toetsen voor wat betreft, het verkrijgen van een betere uitgangssituatie mbt het voortbestaan van de huisartsengeneeskundige zorg nu en in de toekomst. Kort en goed: Tot 7/8 aanstaande hebben deze dokters de tijd om te checken, of er niet meer in zit!

Deze "Check" zal plaatsvinden, middels consultatie van deskundige juristen.

Tot 7/8 a.s. is er defacto sprake van een "vage" situatie in huisartsenland, waarbij er in feite sprake is van een "contractloze periode". Volkomen onduidelijk is, hoeveel huisartsen, uiteindelijk het door AMICON aangeboden contract zullen tekenen. Te verwachten valt, dat bij steekhoudende argumentatie, welke leidt tot een beter resultaat dan thans verkregen, te benoemen als NIHIL, vele huisartsen alsnog op hun schreden zullen terug keren...

Duidelijk echter is, dat de kou voor wat betreft de huisartsenzorg nog lang niet uit de lucht is, mede gezien het feit dat door de verzekeraar op dit moment slechts ad Hoc gehandeld wordt voor wat betreft de noodzakelijk te leveren steun in "crisis-achtige" situaties. Te denken valt hierbij aan de opstelling n.a.v. de per 1/7/01, "verlaten" praktijk in Enschede, waar de verzekeraar naburige huisartsen "paait "met een "crisis-tarief " per noni (zwerver in de zorg), ter grote van het visite-tarief, zo'n 75 piek per consult (...). Als er een ramp dreigt, is er kennelijk geld...

Sjef Willemen, huisarts, niet "de woordvoerder" van de Twentse Huisartsen, wel zoeker naar een inhoudelijke


dinsdag 3 juli 2001 0 reacties | Lees verder

Dokter de Kwaadsteniet en de NONI's

Dokter de Kwaadsteniet en de NONI's
Opinie

"Volgende patiënt".
Arie de Kwaadsteniet, huisarts in één van de 'erkende' achterstandswijken van Utrecht, liet na het bijna gedachtenloos bedienen van de intercom nog even een snelle blik vallen op de 17 inch monitor die een groot deel van zijn bureau in beslag nam. Zijn His liet hem alle ongemakken van meneer Kortekaas zien, samengebald in één enkel infoscherm.
De deur van de spreekkamer ging open. Geen meneer Kortekaas, maar een voor Arie wildvreemde patiënt kwam binnen. Nog voor de man iets had gezegd herkende Arie de representant van het steeds groter wordende leger der NONI's. Niet Op Naam Ingeschrevenen hadden de eens zo geprezen maar thans verguisde ziektekostenverzekeraars deze huisartsloze mensen genoemd. In Arie's buurt hadden de laatste 9 maanden 4 huisartsen het voor gezien gehouden. Opvolgers of waarnemers waren er door het gruwelijke huisartsentekort niet te vinden. Ruim 9000 huisartsloze patiënten waren er in Arie's buurt al te vinden. Hij had een soort zesde zintuig voor NONI's. Was het de vragende blik in hun ogen, was het de envelop met medische gegevens die ze steevast bij zich droegen, Arie herkende ze meteen. Te pas en te onpas kwamen ze de praktijk binnen terwijl hij bezig was met de 2344 bij hem ingeschrevenen.

"Dokter, even een kleinigheid" of "Dokter, nou ik u zie, wil ik even wat vragen" waren nog de vriendelijkste verzoeken om hulp. Het kon erger, tot scheldpartijen en bedreigingen toe: " As je mij niet helpt kom ik je praktijk wel even verbouwen"!!!

Weer anderen poogden met een fles wijn of zelfgebakken taart zich een plaats in de praktijk te verwerven. Arie verafschuwde dergelijke pogingen. Een voordeel was dat de eigen patiënten nauwelijks meer mopperden in de wetenschap dat zij tenminste nog wel een huisarts hadden.

"Leonie", brulde Arie door de telefoon naar zijn assistente, " Er is weer een NONI binnen". "Wijs meneer de weg naar zijn ziekenfonds". Met een zucht rees hij uit zijn stoel op en werkte de tegensputterende NONI de spreekkamer uit. Op de gang hoorde hij de patiënt nog nasputteren tegen zijn assistente.

Hij bedacht hoe vaak dit soort incidenten zich voordeed en hoeveel verspilde energie in die onderbrekingen van zijn dagelijkse werk ging zitten. Minstens 4 maal per ochtend was het raak.

In Hagro-verband was er een tijdje over gebrainstormd maar niemand had een oplossing voor het probleem van de NONI's. Het enige advies was: vraag het uw verzekeraar, want die moet voldoende zorg inkopen. Uiteindelijk kwamen de meeste NONI’s op de EHBO van het ziekenhuis terecht met hun medische problemen.

Ook gisteravond was Arie nog naar een Hagro-vergadering geweest. Hij kwam er niet vrolijk van thuis. Op de Wittevrouwensingel zou over een half jaar weer een collega gaan stoppen. Opvolging: nul komma nul. Weer ruim 2000 man zonder huisarts. Hij kon de verantwoordelijke bewindslieden haast eigenhandig levend (langzaam, zei er dan bij) villen bij de gedachte dat voor dit soort noodtoestanden door de werkers in het veld al lang gewaarschuwd was. Maar neen hoor, capaciteitsproblemen waren lang afgedaan als geklaag zonder grond. Den Haag wist het wel. Toen het tekort aan huisartsen gierend uit de hand liep hadden diezelfde bureaucraten eerst geopperd dat iedereen de schouders er maar onder moest zetten en de normpraktijk groter mocht zijn. Door dat soort opmerkingen raakten Arie en zijn confraters nog moedelozer.

Her en der had met geprobeerd met verpleegkundigen de ontstane gaten te vullen naar Nieuwolda's model maar na een aantal missers hadden de patiënten daar geen vertrouwen meer in. De overgebleven collega huisartsen kostte het ook te veel tijd om deze In Den Haag bedachte zorgvariant te begeleiden.

Zelf boodschappen doen in de buurt was ook geen lolletje meer want hetzij een medeklant hetzij de winkelier begon steevast te vragen of meneer dokter nog nieuwe patiënten aannam. Het toppunt was wel Arie's laatste bezoek aan het postkantoor toen hij zijn rekeningen als partijpost aanbood. Nauwelijks uitgesproken over de hoogte van het verschuldigde bedrag begon de lokettiste toen ze zag dat ze een huisarts voor zich had: "Nu ik u toch spreek dokter de Kwaadsteniet, ik heb geen huisarts, kunt u mij helpen?". Zich inhoudend had Arie diep zuchtend het postkantoor verlaten.
Hij nam zich voor zijn rekeningen voortaan door telkens een ander gezinslid de rekeningen aan tante Pos te laten aanbieden. Hoewel hij beroepsmatig veel mensen sprak raakte hij toch sociaal geïsoleerd hierdoor. Ook sporten in teamverband had hij er al aan gegeven vanwege gelijksoortige opmerkingen van teamleden die ook NONI waren. Alleen wat rijden op zijn racefiets deed hij nog. Dan had hij tenminste geen last van NONI's.

" Nog 5 jaar en dan pensioen", had hij op zijn 55-e verjaardag luidkeels verkondigd maar 5 jaar is wel verdomde lang als je dag na dag moet aftellen.

Na het ochtendspreekuur met de gebruikelijke NONI-storingen kwam Leonie de stapel post brengen. Eerst de onvermijdelijke stapel briefjes, machtigingen en herhaalrecepten om te tekenen en dan de geënveloppeerde zaken. Al openscheurend maakte Arie gelijk stapeltjes: reclame, brieven van NONI's met smeekbeden om ingeschreven te kunnen worden, specialistenbrieven, tijdschriften en privépost.

Geroutineerd werkte hij zich er doorheen. Bij het lezen van een brief van het ministerie van VWS hield hij plots op. Zijn ademhaling stokte. Hij geloofde niet wat hij las.

Paniek, pure paniek brak in hem uit. "Dat is de nekslag", kwam er nog uit zijn mond. Hij poogde op te staan maar zijn benen konden hem niet meer dragen. Hij zag plots rijen vol NONI's voor zich staan, ordelijke rijen maar wel kilometers lang. Toen werd het hem grauw voor de ogen. In zijn hart raakte de prikkelgeleiding plots verstoord en gingen de ventrikels over op een razendsnel maar uiterst inefficiënt ritme. Hij zeeg in zijn stoel ineen, zijn hoofd landde hart op het bureaublad.

Razendsnel was Leonie ter plaatse. Ondanks de cursus die ze als assistente-plus gevolgd had lukt het haar niet de gevelde huisarts te reanimeren.

"Waarom, waarom? " vroeg zij zich huilend af toen haar reanimatiepogingen vruchteloos bleken. Haar blik viel op de brief van het ministerie van VWS die op het bureaublad lag.

Ze las. Ook zij geloofde niet wat ze zag maar haar hart was sterker.

"Het kabinet heeft op verzoek van de bewindsvrouwe van VWS besloten dat het huisartspensioenfonds tot nader order geen pensioen meer op 60 jarige leeftijd mag laten ingaan. Het kabinet beraadt zich op nadere maatregelen zoals het opschorten van de pensioengerechtigde leeftijd tot 65 jaar of ouder, al naar het landsbelang zulks vordert."

Die middag waren er weer 2344 NONI’s bij in Utrecht

Elke gelijkenis met bestaande personen of toestanden berust op toeval.


zondag 1 juli 2001 0 reacties | Lees verder

Brief minister VWS inzake het standpunt op hoofdlijnen over het advies van de commissie Tabaksblat

Brief minister VWS inzake het standpunt op hoofdlijnen over het advies van de commissie Tabaksblat
Overheid

27401 Zorgnota 2001
Nr. 66 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2001

1. Inleiding
Op 5 april 2001 heeft de Commissie Toekomstige Financieringsstructuur Huisartsenzorg - naar haar voorzitter ook wel aangeduid als commissie Tabaksblat - mij haar advies "Een gezonde spil in de zorg" aangeboden. Nog diezelfde dag heb ik de Tweede Kamer het advies toegezonden.
Gaarne voldoe ik aan het verzoek van uw Kamer van 27 juni jl. (VWS/01/39/LW) om u nog voor het Algemeen Overleg dat ik op 4 juli 2001 heb met de Vaste Commissie voor VWS over de huisartsenzorg en de tandheelkunde, te informeren over mijn standpunt op hoofdlijnen. Een nadere uitwerking daarvan zal ik u toezenden na afronding van het bestuurlijk overleg met partijen en nader beraad in het kabinet.

1. Huisartsenzorg in verandering
De huisartsenzorg in Nederland is een groot goed. De huisarts vervult in ons land een spilfunctie in de gezondheidszorg: bij gezondheidsklachten wendt de burger zich vrijwel steeds als eerste tot de huisarts. Door zijn brede medische kennis handelt deze meer dan 90% van deze gezondheidsklachten zelfstandig af. Voor zover specialistische of andere hulp noodzakelijk is, vormt de huisarts veruit de belangrijkste verwijzer. Vanwege zijn positie is de huisarts voor velen een laagdrempelige vertrouwenspersoon.
Mijn beleid is er op gericht, conform het advies, deze centrale positie als spil in onze gezondheidszorg ook in de toekomst, in een zich snel wijzigende omgeving, te handhaven en waar mogelijk nog te versterken.

De huisartsenzorg bevindt zich momenteel in een proces van snelle veranderingen. Tal van ontwikkelingen zijn van invloed op deze zorg. Ik verwijs voor een overzicht hiervan naar de schets die de commissie daarvan geeft in hoofdstuk 1 en bijlage 4 van haar advies. Ik deel de analyse van de commissie.

Veranderingen beroepsgroep
In de beroepsgroep zelf hebben zich ook veranderingen voorgedaan. Huisartsen oriënteren zich wat werktijden betreft meer en meer op hetgeen gebruikelijk is in de samenleving, om een betere balans tussen werk en privé-leven te realiseren en ook neemt onder hen de wens om in deeltijd te kunnen werken toe. De huisarts ziet zich geconfronteerd met een steeds beter geinformeerde patiënt door betere scholing en betere mogelijkheden om informatie te verwerven zoals via het internet. Daarmee is ook de bewerkelijkheid van patiënten en de tijd die gemoeid is met het consult, toegenomen. Daarbij spelen ook verkorting van de opnameduur van patiënten en extramuralisering van de zorg een rol.
Het aandeel vrouwelijke huisartsen neemt gestaag toe en bedraagt nu 25%. Het aantal huisartsen dat in een solopraktijk werkt daalt al jaren en bedraagt nu nog slechts 44%. Praktijkzoekende huisartsen wensen tegenwoordig doorgaans niet langer in een solopraktijk te werken: slechts 4% van hen heeft nog een voorkeur voor de solopraktijk (Nationaal Kompas Volkgezondheid, http://www.rivm.nl/nationaalkompas). De financieringsstructuur is echter niet op deze veranderingen aangepast.

Als gevolg van deze en andere ontwikkelingen is de werkdruk gestegen en is er een tekort aan huisartsen ontstaan, is de taak van de huisarts zwaarder geworden en ook inhoudelijk veranderd.
Onder druk van deze omstandigheden worden nieuwe eisen aan de beroepsuitoefening gesteld; eisen die een aanpassing vereisen van de structuur en organisatie van de huisartsenzorg. De oplossing wordt veelal gezocht en gevonden in samenwerkingsverbanden, in het oprichten van groepspraktijken dan wel gezondheidscentra en in professionele ondersteuning die voor de huisarts een "terugkeer" naar de kerntaken - de directe patiëntenzorg - mogelijk maakt.
De ervaringen van de afgelopen jaren hebben echter geleerd dat deze modernisering wordt afgeremd door onder meer de huidige, versnipperde en weinig transparante wijze van financiering.
Bovendien is het huidige model in essentie centralistisch: het gaat ervan uit dat op centraal (landelijk) niveau landelijk geldende regelingen worden getroffen, waardoor er geen rekening kan worden gehouden met de behoefte van partijen op lokaal of regionaal niveau "oplossingen op maat" te realiseren. Dit centralisme verdraagt zich niet met mijn visie op vraag-georiënteerde zorg en het leveren van maatwerk door regionale en lokale partijen.

Actuele problematiek
Dat vernieuwingen dringend noodzakelijk zijn is de afgelopen periode gebleken. De beroepsgroep ziet zich de laatste tijd geconfronteerd met problemen van diverse aard, zoals:
- Problemen met de vervulling van vacatures.
- Een als steeds zwaarder ervaren belasting van de diensten in de avonden, nachten en weekenden.
- Onvrede over een praktijkkostenvergoeding die te veel achter is gebleven om een moderne praktijkvoering mogelijk te maken.
- De moeizaam van de grond komende intrede van praktijkverpleegkundigen.
- Een als niet langer adequaat ervaren honoreringsstructuur.
Dit alles heeft tot spanningen geleid, zich uitend in ondermeer diverse protest-acties in de achter ons liggende maanden. Onder patiënten heeft dit tot onrust geleid over de beschikbaarheid en continuïteit van deze voor hen zo belangrijke zorgverlening.

Ik neem deze problemen bijzonder ernstig. Ze vragen dringend om een oplossing. Een oplossing die de motivatie bij huisartsen versterkt en hen weer een perspectief biedt op een bevredigende beroepsuitoefening.
Deze oplossing ligt in een samenhangend geheel van maatregelen dat de modernisering van de huisartsenzorg ondersteunt en versnelt en de capaciteitsproblemen, de hoge werkdruk en de financieringsknelpunten aanpakt. Uit de eerste reacties van partijen is mij gebleken dat met name de voorstellen van de Commissie Tabaksblat daaraan bijdragen.

Positieve ontwikkelingen
Gelukkig zijn er naast de bovengeschetste problemen ook zaken ten goede te signaleren:
Meer en meer slagen huisartsen er in aan hun onderlinge samenwerking adequaat vorm te geven, bijvoorbeeld in de vorm van Huisartsen Onder Een Dak (HOED). Meer en meer wordt ook de samenwerking met andere disciplines in de eerstelijnszorg, bijvoorbeeld in de vorm van gezondheidscentra, gevonden. Door dergelijke meer doelmatige organisatie-vormen wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de werkdruk. Ook de intrede van de praktijkverpleegkundige draagt daaraan bij en bevordert dat de huisarts zich weer meer op zijn kerntaken kan concenteren.
Ook worden op steeds meer plaatsen huisartsenposten in of in de directe nabijheid van ziekenhuizen ingericht, zodat ook voor de samenwerking met de tweedelijnszorg nieuwe en doelmatiger samenwerkingsvormen ontstaan.
Op mijn verzoek zijn partijen - vooruitlopend op een definitieve regeling van de financiering en tariefering - in het hele land voorvarend aan de slag gegaan met het oprichten van dienstenstructuren voor de avond, nacht en weekend. Ook dat draagt bij aan vermindering van werkdruk en vergroting van doelmatigheid.
Tenslotte heb ik recent ingestemd met de op verzoek van partijen door het CTG vastgestelde beleidsregel om de praktijkkostenvergoeding aan te passen.

2. Uitgangspunten voor de toekomstige aanpak
De Commissie heeft bij het opstellen van haar advies de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Vraagsturing en patiënt centraal.
- Solidariteit en beschikbaarheid.
- Bevordering van kwaliteit.
- Huisartsenzorg hoort thuis in het totale basisverzekeringspakket voor de zorg.
- De huisarts is vrije beroepsbeoefenaar.
- Partijen dragen eigen verantwoordelijkheid.
- De overheid stelt randvoorwaarden.
- Financiering is instrumenteel voor de zorgvisie.

Deze uitgangspunten onderschrijf ik. Ze zijn in lijn met mijn beleid zoals ik dat uiteen heb gezet in het Actieplan Zorg Verzekerd (Kamerstukken II, vergaderjaar 2000-2001, 27 488, nr. 1) en de beleidsbrief Modernisering Curatieve Zorg fase 2 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2000-2001, 23 619, nr. 18). Het spreekt vanzelf dat een standpunt over de huisartsenzorg niet los kan worden gezien van deze modernisering. De positie van de huisarts in relatie tot het basisverzekeringspakket komt aan de orde in de discussie over de stelselwijziging. Over de opvattingen van het kabinet over de stelselwijziging wordt u binnenkort geïnformeerd.

Bij het uitgangspunt dat de huisart vrije beroepsbeoefenaar is wil ik het volgende opmerken:
Met de commissie ben ik van mening dat de huisarts vanzelfsprekend vrij moet zijn in zijn professionele oordeelvorming en handelen. De aanduiding betekent voor mij echter geen voorkeur voor solistische praktijkuitoefening of vrij ondernemerschap. Integendeel. Huisartsen gaan meer en meer in groepsverband werken en steeds vaker werken ze ook samen met andere beroepsbeoefenaren. Er is een diversiteit aan manieren waarop de huisarts zich verbindt aan dergelijke samenwerkingsvormen, variërend van een situatie van deelname in een groepspraktijk (bijvoorbeeld een HOED) tot het aangaan van een dienstverband. De commissie wijst zelf reeds op deze veelvormigheid.

3. Maatregelen om de problemen het hoofd te bieden

4.1. Vergroten van de capaciteit
Anders dan de commissie ben ik van mening dat wel degelijk sprake is van een tekort aan huisartsen, en dat de op zichzelf terecht geconstateerde "mismatch" tussen vraag en aanbod slechts een deel van de schaarste aan huisartsen verklaart.
Al diverse keren heb ik met de Kamer over het capaciteitsprobleem in de huisartsenzorg gesproken. Wij hebben toen gezamenlijk geconstateerd dat het tekort aan huisartsen reëel is en dat in ieder geval een forse uitbreiding van de opleidingscapaciteit noodzakelijk is om dat tekort te kunnen opheffen. Ik heb middelen beschikbaar gesteld om de opleidingscapaciteit uit te breiden tot 670 plaatsen in 2004.
Wat betreft de opmerkingen van de commissie over de ramingsmodellen wijst ik op het door mij ingestelde Capaciteitsorgaan. Inmiddels zijn de eerste goede ramingen van het Capaciteitsorgaan ontvangen. Naarmate dit orgaan meer ervaring opdoet, zullen de ramingen steeds nauwkeuriger worden. Daarmee is aan het pleidooi van de commissie voor betere ramingsmodellen door mij reeds tegemoet gekomen.

4.2. Inhoud en organisatie van de huisartsenzorg
Het takenpaket van de huisartsen is de afgelopen jaren steeds omvangrijker geworden. Daardoor is geleidelijk aan de kerntaak van de huisarts: het leveren van medische, huisartsgeneeskundige zorg, steeds meer onder druk komen te staan. Dat dient te veranderen. De huisarts moet in staat zijn zich weer op die kerntaak te concentreren. Daarmee zijn het belang van de patiënt en de arbeidsvreugde van de huisarts gediend.
Daarvoor is een goede ondersteuning zowel in de eigen praktijk en/of organisatie zelf als op lokaal en regionaal niveau onontbeerlijk. Deze ondersteuning kan allereerst plaatsvinden in de eigen praktijk door praktijkverpleegkundigen. Voor het aanstellen van deze praktijkverpleegkundigen heb ik middelen beschikbaar gesteld. De introductie van de praktijkverpleegkundige verliep tot nu toe moeizaam omdat partijen over de financiering in de particuliere sector nog geen overeenstemming hebben bereikt. Een versnelling van de introductie van de praktijkverpleegkundige vind ik dan ook noodzakelijk. Ik ben dan ook verheugd dat partijen mij op 28 februari 2001 hebben bericht dat zij zich ertoe hebben verplicht om te streven naar een invulling van 38% (circa 900 praktijkverpleegkundigen) van deelnemende huisartsen per eind 2002. Wat mij betreft mag het ook sneller.
In de tweede plaats kan veel aan doelmatigheid gewonnen worden door een verbetering van de samenwerking met andere disciplines in de eerstelijn als de psycholoog, de maatschappelijk werker, de apotheker en fysiotherapeut. Op veel plaatsen in het land zie ik die hechte samenwerking met andere disciplines ook tot ontwikkeling komen, met als gevolg een snelle horizontale verwijzingsmogelijkheid.
Mijns inziens komt het gezondheidscentrum, met zijn mogelijkheden voor organisatorische en logistieke ondersteuning, het meest tegemoet aan deze noodzaak tot samenwerking. Ook allerlei andere zelfgekozen vormen van samenwerking maken echter voor de huisarts een "terugkeer" naar zijn kerntaken mogelijk.
Voorts draagt ook de komst van de dienstenstructuren voor de avond-, nacht- en weekenduren bij aan deze terugkeer naar kerntaken vanwege de ontlasting die zij voor de huisarts betekenen.

4.3. Avond-, nacht- en weekenddiensten
Van groot belang voor het verminderen van de werkdruk van de huisartsen is de totstandkoming van een landelijk dekkend geheel van diensten voor de zorg in de avond, nacht en weekenden. Een voorbeeld: wanneer in een dienstenstructuur 25 huisartsen samenwerken hoeft een huisarts gemiddeld maar 4% van de diensten te "draaien".
De tot voorheen gebruikelijke manier manier waarop huisartsen de bereikbaarheid en beschikbaarheid in de avond, nacht en weekenduren regelden, te weten via samenwerking in waarneemgroepen, wordt voor de huisarts steeds belastender mede gelet op de eisen die patiënten heden ten dage aan deze zorg stellen. Een beter op deze eisen ingestelde organisatievorm met bijbehorende financiering werden daardoor nodig.
Huisartsen gaan daarom meer en meer over tot oprichting van grootschalige diensten die de huisartsenzorg in de avond-, nacht- en weekenuren waarborgen. Daarmee wordt de kwaliteit, bereikbaarheid en continuïteit van deze zorg tegelijkertijd verbeterd.
Ik ondersteun deze ontwikkeling van harte en heb hiervoor structureel f. 150 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Inmiddels zijn forse vorderingen gemaakt: aan een aparte financieringssystematiek van de praktijkkosten van de avond-, nacht en weekenddiensten wordt hard gewerkt. Een algemene maatregel van bestuur (amvb) die huisartsendienstenstructuren aanwijst als aparte organen op grond van de WTG is in procedure en zal met terugwerkende kracht in werking treden op 1 juli 2001. Deze amvb maakt het mogelijk tarieven vast te stellen voor de praktijkkosten die door de avond-, nacht- en weekenddiensten kunnen worden gedeclareerd, zodat de beschikbaarheid van deze diensten kan worden gefinancierd. Dit zullen punt-tarieven zijn, zodat - zoals ook de commissie van belang vindt - met individuele verschillen in de regionaal gemaakte afspraken rekening kan worden gehouden.
Op mijn verzoek zijn vooruitlopend op een formele regeling van de financiering, huisartsen en verzekeraars al eerder gestart met het oprichten van ANW-diensten. De daadwerkelijke oprichting ervan is dan ook al ver gevorderd: uit gegevens die ZN mij heeft verstrekt, blijkt dat zij al in meer dan 80% van het land operationeel zijn.
Tevens hebben partijen op mijn aandrang in april jl. samen met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) regionale afspraken gemaakt over acute opnamemogelijkheden vanuit de eerstelijn. Ook dit ontlast de huisarts. De Kamer is hierover schriftelijk bericht.

4.4. Sturing en verantwoordelijkheden
De aanbevelingen van de commissie over de wijze van sturing van de huisartsenzorg en de verdeling van verantwoordelijkheden over de partijen passen goed in het beleid zoals dat is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Curatieve Zorg fase 2. Daarin staan gereguleerde marktwerking en vraagsturing centraal. Daarbij treedt de overheid meer op afstand en nemen partijen hun eigen verantwoordelijkheden. In het bijzonder betekent dit dat er meer ruimte komt voor differentiatie en lokaal gebonden oplossingen die tegemoet komen aan de uitgesproken behoeften van de (samenwerkende) huisartsen en verzekeraars om daar afspraken over te maken. Het bieden van maatwerk wordt hierdoor mogelijk.

5. Financiering

5.1. Uitgangspunten
De voorstellen die de commissie doet voor vernieuwing van het financieringssysteem van de huisartsenzorg neem ik op hoofdlijnen over. Dat betekent dat ik de volgende uitgangspunten voor een vernieuwd financieringssysteem wil hanteren:
- De huisarts ontvangt loon naar werken en naar prestatie.
- De financieringssystematiek biedt ruimte voor differentiatie.
- Ze bevat prikkels die gewenst gedrag stimuleren (bijvoorbeeld gebruik van informatie-en communicatietechnologie en Elecronisch Voorschrijf Systeem, preventieve activiteiten).
- Het systeem is transparant en eenvoudig.
- Er dient een eenvormige tariefstructuur te komen.

5.2. Het financieringssysteem
De kern van het voorstel van de commissie betekent een scheiding van praktijkkosten (box 1) en inkomen (box 2).
Omdat dit voorstel goed past in mijn uitgangspunten neem ik het in beginsel over. Met deze scheiding wordt de huidige vermenging van praktijkkosten en inkomen, die niet transparant is en voor veel problemen heeft gezorgd, beëindigd.
Scheiding van inkomen en praktijkkosten en het mogelijk maken van lokale en regionale differentiatie stimuleren een aantal wenselijk ontwikkelingen en vormen ook naar het oordeel van partijen tegelijkertijd een oplossing voor een aantal problemen die verbonden zijn aan de huidige systematiek. Ook doet ze recht aan de verantwoordelijkheden van de partijen zoals het kabinet die in een meer vraaggestuurde zorg beoogt. Ik ben van plan om over deze scheiding van inkomen en praktijkkosten op basis van overleg met LHV en ZN een uitvoeringstoets te vragen aan het CTG.
Die periode wil ik tevens benutten om meer zicht te krijgen op mogelijke problemen die kunnen optreden bij de invoering van een dergelijk systeem en hoe die zijn op te lossen.

De uitwerking die de commissie geeft aan box 2 (een scheiding in een vast en een variabel inkomensdeel) ben ik nader op zijn consequenties aan het bestuderen. Er zijn ook andere varianten mogelijk, bijvoorbeeld in analogie met de specialistenhonorering (uurhonorarium). Ik voer hierover nog overleg met partijen. In mijn uitgewerkte standpunt kom ik hier op terug.

Praktijkplan
Dat als basis voor de onderhandeling tussen huisartsvoorziening/huisarts en verzekeraar een praktijkplan beschikbaar moet zijn zoals de commissie voorstelt spreekt mij aan. Partijen zullen dit zelf ter hand moeten nemen. Zij zullen immers deze informatie nodig hebben voor een goed verloop van de onderhandelingen.

5.3. Randvoorwaarden
Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle vernieuwing van het financieringssysteem vormt het opnieuw omschrijven van het takenpakket van de huisarts. Ik ben met de commissie van mening dat er op dit moment onvoldoende duidelijkheid bestaat over de diensten en prestaties die de huisarts dient te verrichten en wat daarvan de prijs moet zijn.
Huisartsen en verzekeraars dienen daarom te komen tot een heldere omschrijving van die diensten en prestaties, welke daarvan tot het kernpakket behoren en welke niet en wat de prijs daarvan moet zijn.
De realisering hiervan vormt een belangrijk onderdeel van het project "producttypering eerstelijn" uit het programma Modernisering Curatieve Zorg.

6. Verdere aanpak
Deze brief bevat mijn standpunt op hoofdlijnen. Het bovengenoemde overleg met partijen zal nog enige tijd vergen. Vervolgens zal ik de Kamer na discussie in het kabinet een meer uitgewerkt standpunt toezenden, waarin ik ook dieper in ga op de concrete stappen die mij voor ogen staan, hoe de verantwoordelijkheidsverdeling over de betrokken partijen is en hoe ik de implementatie wil bewaken. Naar ik thans verwacht kan de Kamer dit kabinetsstandpunt na het zomerreces tegemoet zien.

Ik ben er van overtuigd dat met een gezamenlijke inzet en de genoemde maatregelen het mogelijk is het elan in de huisartsenzorg weer te versterken, zodat de huisarts zijn belangrijke rol als spil in de zorg kan blijven vervullen en patiënten zich verzekerd weten van de beschikbaarheid en continuïteit van zijn zorg.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers


vrijdag 29 juni 2001 0 reacties | Lees verder

Contracteren en behoud van zorgaanbod

Contracteren en behoud van zorgaanbod
Opinie Beste collega's

De kwaliteiten die nodig zijn om op een deskundige en bevlogen wijze huisartsengeneeskunde te beoefenen en die welke een verantwoorde financieel-economische bedrijfsvoering mogelijk maken kunnen wij niet in ons verenigen.

Dit hebben we altijd geloochend door tegen heug en meug onze belangen toe te vertrouwen aan in deeltijd werkende amateurs in plaats van aan goedbetaalde professionals uit de verschillende relevante vakgebieden.

Onverkort bleven we geloven dat taakuitbreiding zowel in de breedte als in de diepte met de daarbij horende taakverzwaring en kostenstijgingen zouden worden gecompenseerd door middel van inkomensverhoging en aanpassing van onkostenvergoeding.

Vage toezeggingen waarvan de meeste al museale waarde hebben zonder ooit te zijn geëffectueerd werden dankbaar aangegrepen om stijgende onlustgevoelens in de kiem te smoren.

Gespeend van enig zakelijk inzicht doken we als hongerige wolven op zorgvernieuwing, zorgverplaatsing, transmuralisering, verpleeghuissubstitutie, preventief werk, tijdrovende protocollen, onbetaalde verrichtingen uit het aanvullend pakket enz. enz.

Direct beginnen, niet zeuren over randvoorwaarden was het motto: het patiëntenbelang werd er immers mee gediend?

Capaciteits- en financieringsproblemen van andere sectoren werden zonder enig overleg op ons afgewenteld.

De ene na de andere ongunstige beleidsmaatregel rolde over ons heen en we lieten ons als schapen naar de slachtbank leiden: het bestuur in Utrecht distantieerde zich nadrukkelijk van collega's die het geniep doorzagen en in actie kwamen.

Zo zitten we dan nu met een stuwmeer van onaanvaardbare ontwikkelingen en een D.B. dat zich in allerlei bochten wringt om de zaak onder controle te houden maar steeds meer inboet aan geloofwaardigheid.

Verbaal komt het allemaal krijgshaftig over maar de onderhandelingsresultaten zijn bedroevend slecht: zelfs het bedrag achter de komma krijgen we niet binnen.

Waarom ging het allemaal mis na de toch wel duidelijke besluitvorming in de A.L.V.?

Hebben we professionele onderhandelaars ingezet?

Waren er duidelijk geformuleerde en goed onderbouwde doelstellingen?

Bestond er consensus over minimaal te realiseren onderhandelingsresultaten?

Was er een transparant stappenplan waarlangs het onderhandelingsproces zou verlopen? Was er een goed schema met betrekking tot het inzetten van dwangmiddelen?

Was het traject juridisch goed dichtgetimmerd?

Werd de achterban voldoende geïnformeerd en betrokken bij de besluitvorming?

Het nu accepteren van de 250 miljoen is het aller-allerbelabbertste wat we kunnen doen: we hebben dan geen enkele onderhandelingspositie meer en de collega's, inclusief bestuursleden die werkelijk nog geloven dat op aanvaardbare termijn andere zaken zullen worden rechtgetrokken hebben weinig lering getrokken uit de gebeurtenissen van de afgelopen decennia en blijven volharden in een uiterst naïef droomscenario.

Want wij kunnen wel uitgaan van de rechtvaardigheid van onze aanvullende eisen maar het publiek en de politiek hebben daar een heel andere opvatting over: 70 miljoen geboden, en uiteindelijk na een geweldige verhoging tot 250 miljoen aanvaard en nu weer beginnen te zeuren over nog meer: jongens, nou moeten jullie toch echt even ophouden.

Reken maar dat het spelletje zo gespeeld gaat worden.

En de pershyena's zullen zich eveneens massaal tegen ons keren.

De gemiddelde Nederlander is veel minder goed op de hoogte van de achtergrond van onze eisen dan wij denken en hopen.

Nu afblazen van acties nadat het bestuur gefaald heeft de door de A.L.V. geformuleerde eisen te concretiseren en er vervolgens weer mee beginnen nadat uiteindelijk tot iedereen is doorgedrongen dat we opnieuw bij de poot genomen zijn is praktisch onmogelijk.

De enige manier om nog te redden wat er te redden valt is het afblazen van het D.B. voorstel.

Wanneer het bestuur daarop besluit terug te treden dan zij het zo: de chaos die daarop ontstaat kan op zichzelf best gunstig uitpakken: wanneer in één jaar tijd 2 besturen naar huis worden gestuurd is het andermaal duidelijk dat het echt bloed- en bloedserieus is, dat we vastbesloten zijn schoon schip te maken en geen genoegen nemen met iets anders dan het oplossen van alle knelpunten in één keer.

En dan moet de ene actie over de andere heen gaan rollen: laat ze maar dreigen met de meest afgrijselijke procedures, dat is allemaal leuk en aardig en wettelijk hebben ze waarschijnlijk het gelijk aan hun kant maar: we doen het gewoon niet meer!

Vergeet in godsnaam niet dat we een ijzersterke positie hebben: de huisarts is voor de Nederlandse gezondheidszorg onmisbaar en tevens onvervangbaar, VWS en ZN weten dat beter dan wie ook.

En reken maar dat er dan veel meer mogelijk blijkt dan we nu durven hopen.

En waar praten we nu eigenlijk over: een premieverhoging van 150 gulden per Nederlander levert al een bedrag waar wij mee uit de brand zijn: 2,7 miljard.

En wat is dat nu voor een gesmeerd lopende huisartsengeneeskunde, niemand hoeft daar over te piepen: de bevolking heeft al decennia voor een prikje op de eerste rang gezeten.

Daarnaast moet dan gezorgd worden voor een professioneel bestuur dat is opgebouwd uit vertegenwoordigers uit de relevante vakgebieden dat geen ad hoc beslissingen meer neemt buiten de A.L.V. om zonder dat daar een duidelijke visie aan ten grondslag ligt.

En natuurlijk ook geen persberichten meer laat uitgaan zonder (een vertegenwoordiging van) de afgevaardigden te hebben gepolst of daar draagvlak voor is.

Deze bestuurders mogen aan de andere kant niet zijn verkokerd in hun discipline en moeten een duidelijke affiniteit met ons vakgebied hebben: anders zou het afbreukrisico te groot zijn.

Aanvaardt het bestuur een negatieve beslissing van de A.L.V. dan zal ondersteuning vanuit de ledenraad nodig zijn om het vertrouwen te herstellen, vergeet niet dat het huidige financiële rampenscenario van de huisartsen een gezamenlijke verantwoordelijkheid van afgevaardigden en bestuur is.

Marinus 't Hart



dinsdag 26 juni 2001 0 reacties | Lees verder

Niet alleen

Niet alleen
Opinie

Het is wellicht goed te weten dat de Bornse huisartsen , collega de Rijk, Sjef Willemen en vele anderen niet alleen staan in hun mening en vasthoudendheid daarin.
Het is ook voor mij bijzonder teleurstellend dat de LV van de LHV zich zo gemakkelijk schikt in de in mijn ogen schofferende benadering van ZN.

Sinds 1 januari 2001 heeft geen enkele huisarts een contract met welk ziekenfonds dan ook, hooguit stilzwijgende verlengingen onder voorbehoud. Kan iemand mij uitleggen waarom tariefsaanpassingen in het contract over 2001, dus een contract met ingangsdatum 1 januari 2001, pas per 1 juli mogen
worden geëffectueerd ?

Kan iemand mij uitleggen waarom dit nog steeds een "onderhandelingsresultaat" wordt genoemd, terwijl het hier een éénzijdig dictaat betreft ?

Kan iemand mij uitleggen waarom eventuele nabetaling door zorgverzekeraars over het eerste half jaar onmogelijk is ?

Kan iemand mij uitleggen hoe huisartsen dit jaar een genormeerd inkomen kunnen verdienen als de genormeerde onkosten niet eens worden vergoed ?

Kan iemand mij uitleggen wat ik verkeerd doe als mijn praktijkkosten over de afgelopen 3 jaren gemiddeld 243.000,= hebben bedragen ?

Kan iemand mij uitleggen waarom ik de forse stijging van de AOV- premie ook dit jaar na onderhandelingen (...) voor tenminste de helft uit eigen zak moet betalen ?

Kan iemand mij uitleggen waarom ik meer dan 2250 uren buiten kantoortijd en boven op de normale werkzaamheden dienst doe voor fl. 8000,= , d.w.z. voor fl 3,55 per uur en dat onze kinderoppas een hoger uurloon heeft, en dan ook nog zwart cq netto ?

Kan iemand mij uitleggen waarom de loodgieter voorrijdkosten mag berekenen en ik niet ?

Kan iemand mij uitleggen waarom het overschot in de kas van de zorgverzekeraars niet mag worden gebruikt om onze nood te lenigen ?

Kan iemand mij uitleggen waarom zorgverzekeraars dit overschot niet aan huisartsen maar wel aan voetbalclubs met skyboxen mogen besteden ? ( met toestemming van ZN en instemming van hun verzekerden?).

Kan iemand mij uitleggen waarom ludieke, maar ook harde acties zoals drie dagen staken zo weinig heeft opgeleverd ? (komt onze boodschap eigenlijk wel over?)

Kan iemand mij uitleggen waar de aantrekkingskracht voor nieuwe instromers in ons vak vandaan moet komen als we nu niet échte onderhandelingsresultaten boeken.

Ik zie met spanning uit naar antwoorden op mijn vragen !

24 juni 2001

Jan Koning , huisarts in Hengelo GLD.


zondag 24 juni 2001 0 reacties | Lees verder

Een groot maar weinig onderkend gevaar

Een groot maar weinig onderkend gevaar
Opinie

De discussie over de problemen in de huisartsenwereld is door enkele waarnemende en praktijkzoekende huisartsen de laatste tijd met toenemende aandacht gevolgd. Deze discussie en verschillende gegevens analyserend komen er een aantal kernproblemen aan het licht. Voor alle duidelijkheid hebben wij deze problemen op een rijtje gezet. Daarin hebben we geprobeerd zo volledig mogelijk te zijn.
1)      Te hoge werkdruk veroorzaakt door o.a.
a)      Toegenomen medische consumptie bij de individuele patiënt.
b)      Toegenomen oneigenlijke medische consumptie tijdens de avond-, nacht- en weekenduren.
c)      Vergrijzing.
d)      Langere consultduur door gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en cultuur bij een deel van de nog steeds toenemende allochtone populatie in bepaalde gebieden.
e)      Taakverschuiving van intramuraal naar extramuraal.
f)        Toenemende tekorten in het aantal praktiserende huisartsen.
g)      Hogere eisen die aan de huisartsenzorg worden gesteld door:

i)        De regering/beroepsgroep zelf zich bijvoorbeeld tonend in verplichte nascholing, kwaliteitsjaarverslag, verplichte klachtencommissie.
ii)       Patiënten.
iii)     Tuchtcommissie zich tonend in steeds strengere uitspraken die suggereren dat de onzekerheidsmarge waarmee een huisarts noodzakelijkerwijs altijd werkt steeds kleiner wordt.

h)      Personeelstekorten in andere delen van de zorg leidend tot meer werk in de huisartsenzorg (bijvoorbeeld wachtlijstbemiddeling).

2)      Te lage praktijkkostenvergoeding en een niet bij de tijd passend honorarium.

a)      De belangrijkste oorzaak hiervan is het feit dat de regering de 1e lijnsgezondheidszorg enerzijds als maatschappelijke voorziening beschouwt ( de gezondheidszorg is voor iedereen toegankelijk en van hoge kwaliteit), anderzijds als een goed te sturen economisch product (de zorg moet goedkoop blijven). Het meest treffende voorbeeld van deze ambivalentie uit zich in het gelijktijdig bestaan van een CTG en een NMA. De gevleugelde woorden van eind jaren tachtig, meer doen met minder geld, hebben hun maximale betekenis in de huisartsenzorg gekregen.
b)      Ook de ziektekostenverzekeraars lijken absoluut niet oprecht bereid om meer geld te steken in de huisartsenzorg. Dit is ook niet in hun directe belang. Zij willen net als de regering voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Het zijn uiteindelijk commerciële organisaties die er alle belang bij hebben om zoveel mogelijk gedaan te krijgen voor zo min mogelijk geld. De winstmarge is dan simpelweg hoger.

3)      Ernstige afname van het plezier in en de voldoening van het vak door bovengenoemde problemen. Zo is bijvoorbeeld de huisarts meer en meer bezig met allerlei, oneigenlijke,  secundaire zaken zoals bijvoorbeeld wachtlijstbemiddeling. Gelijktijdig ziet hij of zij het inkomen dalen, de werkdruk stijgen en zowel de regering als de patiënten steeds meer eisen stellen.

4)      Statusverlies door bovengenoemde problemen. Dit verlies is zowel binnen de medische professie zichtbaar als daarbuiten.

Het is nu juist deze combinatie van problemen die de huisartsenzorg ernstige schade berokkent. Dat het slecht gaat met de huisartsen toont zich in het feit dat er steeds meer collega’s overspannen raken in met name de grote stad en dan vooral in bepaalde wijken en het feit dat ook steeds meer collega’s overwegen om vervroegd met pensioen te gaan. Maar tegelijkertijd dreigt er ook gevaar met betrekking tot de toestroom van nieuwe huisartsen. Zo behoeft men geen analyticus te zijn om te concluderen dat voor de meeste hierboven genoemde problemen bedroevend weinig oplossingen klaarliggen en dat sommige problemen alleen door een wonder op korte termijn kunnen worden opgelost. Daarbij komt het feit dat de huizenprijzen de laatste jaren exorbitant gestegen zijn, waardoor het voor een startende huisarts vrijwel onmogelijk is zowel een praktijk als een behoorlijk huis te financieren bij de huidige vergoedingen. Bovendien zijn bepaalde wijken gekenmerkt door een achterstandspopulatie waarvan men weet dat dit ook niet een van de makkelijkste patiëntengroepen is. Kortom de praktijkzoekende huisarts wordt geconfronteerd met een hoeveelheid aan problemen waarvan de oplossing ver weg lijkt te zijn. Het is voor iedere huisarts, dus ook voor praktijkzoekende huisartsen,  weinig  aantrekkelijk om in een situatie te gaan werken waarin de werkdruk hoog is en het werkplezier laag. Als het dan ook nog financieel bijna niet meer haalbaar is door alleen al de hoge kosten in de grote stad dan is de keus voor deze groep huisartsen waarschijnlijk ook snel gemaakt. De bedragjes die we er van de minister en ZN bij hebben gekregen zijn volstrekt onvoldoende om de bovengenoemde problemen op te lossen. Nu afwachten onder het motto een half ei is beter dan een lege dop zal deze groep van praktijkzoekende huisartsen alleen maar eerder doen besluiten om hun heil in een andere sector te gaan zoeken. Verder zal het langer laten voortduren van alle problemen in de huisartsenwereld  alleen tot een snelle verdere afname leiden van het aantal kandidaten voor de huisartsenopleiding. We verliezen per dag meer aan aantrekkingskracht op basisartsen. Sommige opleidingsinstituten krijgen hun klasjes nu al niet eens meer vol. Hoe dachten we de opleidingen uit te breiden als er geen kandidaten te vinden zijn? Want wie gaat nu nog beginnen aan een opleiding voor een vak waarover je al enige jaren hoort dat dit vak steeds slechter wordt betaald, steeds minder wordt gewaardeerd in immateriële zin en waar de werkdruk hoog is, als je met een luttele 1,2 of 3 jaar opleiding meer, een in alle opzichten veel beter gewaardeerde en betaalde specialist kan zijn.

Kortom het huisartsenvak wordt steeds onaantrekkelijker voor basisartsen en startende huisartsen. Dit is een sluipend gevaar dat naar ons idee veel groter is dan men zich realiseert blijkens het weinige wat erover wordt geschreven en de mening van de LHV om nu maar weer aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Alsof daar zoveel bereikt is de laatste tijd. Slechts als we ons gezamenlijk (zowel kandidaat huisartsen, praktijkzoekende, waarnemende en gevestigde huisartsen) op dit moment inzetten tegen de teloorgang van dit overigens naar onze mening in essentie zeer leuke vak, dan kunnen we het tij misschien nog enigszins op tijd keren.


Het belangrijkste is echter dat iedereen ziet dat er nu iets moet gebeuren en niet weer over een half jaar. De waardering voor ons vak (zowel materieel als immaterieel) moet nu aan het veranderen slaan en niet over nog eens…..hoeveel jaar meer!
Anja Vloemans            Lydia Voorkamp            Ramon Naarden
vrijdag 22 juni 2001 0 reacties | Lees verder

Reactie op Amicon uit Borne

Reactie op Amicon uit Borne
Opinie 17.06.'01

Geachte heer Everts,

We waren onaangenaam en aangenaam verrast door uw mededeling in de Tubantia van afgelopen zaterdag 16 juni. Dit artikel geeft ons nu de mogelijkheid om op uw uitlatingen te reageren.

Onaangenaam omdat het een wel erg goedkope manier was om uw mening te ventileren over de terechte salaris- en onkostenvergoeding onderhandelingen van één van uw belangrijkste zorgverstrekkers, de huisartsen. Bovendien probeert u ons via het medium van de krant in een negatief daglicht te zetten door er een thema, de zorg in de avond- nacht- en weekenduren, uit te lichten.
Dit thema baart uw verzekerden grote zorgen als dit voor 1 juli a.s. niet goed geregeld wordt. Er zijn weinig huisartsen die het als een vergroting van hun werkgenot ervaren om de diensten te doen, de belasting en druk om ieder moment naar een spoedeisend geval te kunnen worden geroepen, het ongemak voor de partner en kinderen, etc. etc. De meeste huisartsen ervaren wel dat zij de aangewezen groep zijn, die deze zorg kan leveren, en weten dat het bij het vak hoort.

Zoals u waarschijnlijk al weet, het werd de afgelopen tijd meerdere malen door de huisartsen naar voren gebracht, nemen de huisartsen ongeveer 90 % van de zorgvragen voor hun rekening. Dit kan bestaan uit het geven van advies en voorschrijven van neusdruppels bij een verkoudheid tot het constateren van een hartaanval, en verwijzen naar het ziekenhuis, en alle andere klachtjes en kwalen die hier tussen liggen.
Als een dergelijk scala van klachten in het ziekenhuis aangeboden gaat worden, zal de speciale expertise ontbreken om reële vragen van onnozele te onderscheiden. Voor de patiënt is een dergelijke vraag wel in ieder geval aanleiding om hulp te zoeken. In een ziekenhuis zal in ieder geval er meer aanvullend onderzoek gebeuren, dat natuurlijk fors kostenverhogend zal werken.

U stelt dat de huisartsen drammen door te dreigen deze diensten niet meer te willen uitvoeren. Het tegendeel is waar; de huisartsen zijn zoals gezegd eigenlijk de aangewezen groep artsen die genoemde zorg kunnen leveren, voelen zich ook moreel verplicht ten opzichte van hun patiënten goede zorg te leveren, ook in de avond- en nachturen. We zijn tot 1 juli bovendien contractueel gebonden aan afspraken, die door uw medewerkers worden aangeboden.
De individuele huisarts kan zich vaak niet verweren door het gebrek aan expertise over de contracten, het overzien van de individuele financiële gevolgen bij het niet aanvaarden van het contract De tijd en middelen die hem of haar ontbreekt om zich erin te verdiepen en te onderhandelen.
U stelt daar tegenover juristen en andere medewerkers, die zich uitsluitend met deze problematiek kunnen bezighouden. Voor de huisarts, die overdag zijn patiëntgebonden activiteiten heeft, een zeer ongelijke positie. Dat deze situatie al geruime tijd bestaat, is u aan te rekenen. Juist u had in de afgelopen 20 jaar met verbeterde contracten kunnen komen om de vergoeding op een adequaat niveau te brengen en houden. Waarschijnlijk had u andere prioriteiten, hierover meer hieronder.

We zijn wel aangenaam verrast dat u aanbiedt om fl. 7000,-- op jaarbasis op onze vergoeding in te houden, waarvoor we 1020 uur vrije tijd terug krijgen (uitgaand van 1 avond/nachtdienst per week
(15 uur) en 10 weekenddagen (24 uur) per jaar). Het zal voor de patiënten fijn zijn dat ze voortaan een
uitgeslapen dokter op het ochtendspreekuur treffen, die niet meer vermoeid is door het doen van de avond- en nachtdienst.
Het is fijn via uw uitlatingen in de krant bevestigd te zien dat wij, academici ( circa 10 jaar universitaire opleiding) in de diensten dus ongeveer 7 gulden per uur betaald krijgt. Voor dat bedrag mogen ook de partners van sommige huisartsen op dienstavonden en -weekenden verplicht in huis blijven om aanwezig te zijn de telefoon aan te nemen als de huisarts een visite moet maken.
U bespaart dan (voor de 255 Twentse huisartsen) 1.785.000,00 gulden. Dit geld, door de verzekerden opgebracht, kunt u inzetten om andere artsen te bewegen om 365 dagen in het jaar, iedere avond en nacht en alle weekenden, de zorg voor uw 500.000 cliënten te verzorgen.
We zijn benieuwd wie u voor dit fantastische bedrag kunt strikken om deze zorg te leveren. Wij begrijpen dat u de verzekerden naar de ziekenhuizen in de regio wil laten gaan, we hopen voor u dat de ziekenhuisdirecties de zorg in de avond en nacht voor uw verzekerden kan en wil overnemen. Als er
door allerlei kwaaltjes en onnozelheden, die nu door de huisarts worden opgevangen en die dus niet in de dure tweede lijn komen, wachttijden bij de EHBO ontstaan, zal het een kwestie van tijd zijn dat een wel reëel en ernstig probleem een patiënt door de verstopping op de Eerste Hulp fataal wordt.
Door niet meer te betalen voor de diensten, die wij dan niet meer hoeven te doen, ontlast u ons tevens van een voor ons belangrijke verantwoordelijkheid.

In geval van ziekte, vakantie of andere onmogelijkheid de diensten te doen, is de huisarts verplicht zelf voor vervanging te zorgen. Een waarnemer voor bovengenoemde tijden kost de huisarts rond de
30.000,-- per jaar, gesteld dat er een waarnemer gevonden kan worden die op basis van het LHV-normtarief wil werken, tegenwoordig worden allerlei opslagen geëist of andere voorwaarden gesteld. In het andere geval worden de collega-huisartsen met een verzwaring van hun werklast geconfronteerd.
Ik ken geen enkele ondernemer die zich een dergelijk verliesgevende activiteit, of het risico daarop, langer dan een paar weken kan veroorloven of wil volhouden. Zoals u weet, is de verzekering die dit risico afdekt, voor de meeste huisartsen met meer dan 300% gestegen. We zijn blij dat u ons in de gelegenheid stelt dit risico af te stoten.

U schrijft dat u geen geld heeft voor het verhogen van deze kostenpost. Wij kunnen er een paar voor u verzinnen:
- de skyboxen en sponsoring van FC Twente. We hebben ooit gehoord dat u FC Twente voor 5.000.000 sponsort. We weten eigenlijk niet welke zorg uw verzekerden voor dit geld van de voetbalvereniging krijgen, en trouwens, de recente publiciteit rond de huisartsen geven u een veel grotere gratis naamsbekendheid.
- de gigantische overheadskosten van gebouwen
- de overtolligheid van onbekwaam controlerend personeel, etc. etc.

We begrijpen dat u het vervelend vindt dat u een deel van de ziekenfondspremie niet meer kunt aanwenden voor bovengenoemde activiteiten,maar misschien denken uw verzekerden, die de zorg behoeven en daar voor betalen, daar anders over ? Misschien kan de sponsoring van FC Twente wat minder nu ze pas een speler (Jan Hesseling of Vennegoor) voor 20 miljoen verkocht hebben.

Tenslotte zult u ons voor de rechter dagen als we de patiënt direct voor de geleverde zorg willen laten betalen. Het is in Nederland toch vrij gewoon dat voor een geleverde prestatie betaald moet worden. In goed vertrouwen sturen de meeste huisartsen eenmaal per kwartaal een nota, door allerlei factoren kan het zijn dat hij voor een consult in het begin van het kwartaal pas aan het eind van het volgend kwartaal betaald krijgt. Een van deze factoren is de logge bureaucratie van de verzekeringsmaatschappijen die ervoor zorgen dat een huisarts pas laat uitbetaald wordt. Wij hebben nog nooit van onze bakker of supermarkt (ook vrije ondernemers) het aanbod gekregen om het brood en boodschappen drie maanden later te mogen afrekenen, laat staan dat we het in ons hoofd halen om daarover een kort geding aan te spannen.

Wij wensen u sterkte met het organiseren van de avond- en nachtzorg voor uw verzekerden.
We hopen dat u geen schadeclaims en rechtszaken van patiënten zult gaan krijgen als u niet aan de zorgplicht voor uw verzekerden kunt voldoen of dat er door gebrekkige alternatieven calamiteiten ontstaan.

De huisartsen in Twente staan zeker niet afwijzend tegen het doen van avond- en nachtdiensten, zoals u suggereerde in het artikel, wel tegen de vergoeding die er tegenover staat. Als voor een voetbalspeler 20 miljoen betaald kan worden, kan er ook geld gevonden worden om een goed georganiseerde en capabele groep zorgverleners te belonen voor het werk dat ze verrichten.
Het is maar waar u de prioriteiten legt, ook na 1 juli.


Met vriendelijke groet,


HAGRO Borne

PS Wij vroegen ons nog af welk telefoonnummer uw verzekerden na 1 juli kunnen draaien in het geval van een snotneus, vergeten medicatie, beroerte of hartaanval ?



zaterdag 16 juni 2001 0 reacties | Lees verder

Brief aan de Graaf D66

Brief aan de Graaf D66
Opinie Aan Tweede Kamer der Staten-Generaal,
t.a.v. Mr. T.C. de Graaf,
Postbus 20018,
2500 EA Den Haag.

13-06-2001.

Geachte Heer de Graaf,

Namens een groep van ongeveer 100 kritische- en bezorgde Nederlandse huisartsen schrijf ik u deze brief.
Enige weken geleden heb ik aan premier Kok mijn persoonlijke bezorgdheid geuit over het nog lang niet opgeloste probleem tussen huisartsen, overheid en zorgverzekeraars.
Bij velen van ons heerst nog altijd de mening, dat deze partijen (LHV, minister Borst en ZN) de gevolgen van het niet oplossen van dit probleem bijzonder onderschatten.
Donderdag 21 juni a.s zal te Utrecht door de leden van de LHV zeer waarschijnlijk besloten worden om ons voorlopig tot 1-1-2002 te conformeren aan de volgens het bestuur van de LHV maximaal behaalde resultaten van de recente besluitvorming tussen de drie partijen.
Wij als "club van 100" zijn het hier absoluut niet mee eens, met name daar velen van ons reeds verscheidene jaren veel geld uit privekas betalen teneinde onze praktijken draaiende te houden. Ook de verhoging, soms met 300 a 400%, van de arbeidsongeschiktheidspremie per 1-1-2001 dient uit deze middelen betaald te worden.
Daarbij worden wij volgens de huidige maatschappelijke normen absoluut onderbetaald voor de avond-, nacht- en weekenddiensten, tot op heden altijd goed georganiseerd en van uitstekende kwaliteit.
Feit doet zich daarbij voor, dat de huidige jonge garde huisartsen niet staat te trappelen om een norm-praktijk te gaan bemannen, mede in verband met de hierboven genoemde problematiek. Men wacht liever af.

Uit naam van de "club van 100" zou ik u willen vragen of een persoonlijk gesprek met u in Den Haag op korte termijn mogelijk is.
Doel hiervan is om u te vragen om bij Minister Borst meer begrip en wijsheid te bewerkstelligen teneinde het in Nederland met veel intentie, empathie en zorgvuldigheid uitgevoerde beroep van huisarts, de spil en middenvelder van onze gezondheidszorg, te behoeden voor spoedig uitsterven.
De consequenties hiervan zijn voor de burger en de meeste politici niet te overzien en volgens ons kan er in de tweede helft van 2001 nog veel gered worden.
Daarna niet meer!

In afwachting van uw antwoord, teken ik,

met groet,

Dr. R. Mol, huisarts, Hoogvliet.


woensdag 13 juni 2001 0 reacties | Lees verder

'Ontzorging'brief aan Achmea

'Ontzorging'brief aan Achmea
Opinie Open brief aan Achmea Zorgverzekeraars Uw reclame spotje op de TV vond ik heel leuk. De groenteboer op de hoek lijdt een kwijnend bestaan. Totdat hij besluit spruitjes te gaan verkopen. Dan gaan de zaken (te?) goed. Er zit veel humor in. De boodschap verschijnt aan het slot in beeld: “Achmea ontzorgt”. Het doet mij denken aan mijn geboortehuis, een woning boven een groentewinkel op een hoek in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Na jaren ben ik er laatst nog eens gaan kijken. Alles was natuurlijk anders. De groenteboer zat er al lang niet meer. Nu zit er een fysiotherapiepraktijk. De kleine winkels leggen het loodje omdat we het anders willen. We hebben een alternatief om onze spullen te kopen: het grootwinkelbedrijf. Ook in de Rotterdamse wijk waar ik als huisarts werk, moesten de kleine buurtwinkels sluiten. De huisartsen kwam dat goed uit, inmiddels zitten alle vier de praktijken in een winkelpandje. De buurt gaat verder achteruit en er moet gerenoveerd worden. Ook de buurtwinkels staan steeds meer leeg en moeten weg. Een collega is de huur opgezegd. Ze gaat voor onbepaalde tijd in een “Portacabin” want….. in de plannen voor de wijk is nergens rekening gehouden met huisartsen. Is het eigenlijk nog wel nodig rekening te houden met huisartsen? Willen de zorgverzekeraars en overheid nog wel huisartsen? Een jaar geleden werd het vertrek van een huisarts zonder opvolger in de pers gebracht in de hoop dat dat aan een oplossing zou bijdragen. Dat hoeft niet meer, de pers komt vanzelf wel. Alleen moeten er wel meer praktijken in een wijk of dorp vacant zijn om in de krant te komen. Verdwijnen de praktijken omdat we als klanten gewoon wat anders willen? “Ik hecht niet aan het pluche” en wil best openstaan voor nieuwe vormen van zorg, maar ik zie ze niet verschijnen. Nederland “ontzorgt”. Opname stops, niet door gebrek aan dokters of mogelijkheden, maar bij gebrek aan verpleging (“het verzorgen van zieken”). De thuiszorg dan. Als je het geluk hebt dat er wijkverpleging voor je is, komt er iemand met een tijdsbudget. Voor een prik staan zoveel en voor een wasbeurt zoveel minuten en dan wegwezen. Geen tijd meer voor een kopje koffie of een luisterend oor, en dat was nu juist 80% van de zorg en de helft van de genezing. Ja Nederland “ontzorgt”. Wat betekent eigenlijk dat nieuwe woord “ontzorgen” dat u in uw reclame campagne gebruikt? In de Van Dale kan ik het niet vinden. Wel een ander nieuw woord “onthaasten”, dat betekent “van zijn dringend karakter ontdoen, het kalmer aan doen”. Een ander woord is “ontzuiling” (“het teniet doen of –gaan van de verzuiling”). Is de ontzorging de toekomende tijd van ontzuiling? Is ontzorgen het teniet doen of –gaan van de zorg? “Achmea ontzorgt”. Ja, dat vind ik inderdaad. Voor de huisarts functioneren uw kantoren demotiverend. Het ziekenfonds Zilveren Kruis Achmea heeft in december vorig jaar van alle Rotterdamse huisartsen het contract opgezegd, zodat patiënten straks per 1 juli niet meer het gemak en de zekerheid van een abonnement op de dokter hebben. Ze moeten zelf gaan betalen en het geld van u terugkrijgen. U heeft uw verzekerden, met bijna een maand nog te gaan, nog niet ingelicht. Of bent u er zo zeker van dat alles voor die tijd nog goed komt? De praktijkkostenvergoeding in de regio is nog steeds te laag en daarmee vraagt u de artsen de zorg aan uw verzekerden uit eigen zak te subsidiëren. Dat kan nooit lang goed gaan. Samen met de overheid staat u op de kant toe te kijken hoe de huisartsenzorg verdrinkt. Het enige wat u doet is samen ruzie maken wie de reddingslijn zal betalen. Uw reclamebureau had vast een andere betekenis van “ontzorgen” in gedachten: “Als klant van Achmea hoef je je nergens zorgen over te maken”. Als dat inderdaad zo is doe ik een beroep op de nagedachtenis van een van uw vaderen, het AZR, een ziekenfonds met een socialistisch hart, bij wie ik als werkstudent nog verzekerd was (daarna bent u met geld, winst en aandeelhouders in aanraking gekomen). Voorts claim ik uw vorige slogan “eerst de mensen dan de regels”, waarmee u de sfeer van bewogenheid wilde uitstralen. Tenslotte herinner ik u, namens uw verzekerden, aan artikel 8 van de ziekenfondswet, waarin staat dat de beschikbaarheid van zorg, een taak van het ziekenfonds is. Om al deze redenen daag ik u uit: verschuil u niet langer achter bureaucratie en Den Haag, neem uw verantwoordelijkheid en garandeer heden en publiekelijk dat uw verzekerden per 1 juli niet zelf hoeven te betalen en publiceer een plan van aanpak dat ervoor moet zorgen dat elke verzekerde binnen een redelijke termijn huisartsenzorg kan ontvangen. Dan heeft u het recht te zeggen te “ontzorgen”, zoals u uw reclamebureau het bedoelde. Jan-Arie van Wijngaarden huisarts in Rotterdam
woensdag 6 juni 2001 0 reacties | Lees verder

Word nu lid van HuisartsVandaag en profiteer van extra voordelen!

Altijd toegang tot het laatste nieuws
Reageer en communiceer met andere huisartsen
Dag- en dienstwaarnemingen, vacante praktijken en vacatures
Links naar gratis geaccrediteerde nascholingen
Dagelijks uitgebreide nieuwsbrieven

[Klik hier om u aan te melden]

Advertentie



Categorieën

Laatste reacties

Publieke Poll

Met welke stelling ben je het eens, mijn opinie over de NHG accreditatie is:
Moet worden afgeschaft, te veel werk te weinig opbrengst
Moet in sterk afgeslankte vorm gehandhaafd blijven
Moet in de huidige vorm elk jaar plaatsvinden
Moet in de huidige vorm minder vaak plaatsvinden
Geplaatst: 13-03-2017 Bekijk alle

HuisartsVandaag +Plus

gevraagd
gevraagd
gevraagd
gevraagd

Word lid en kom in contact met collega's
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen

Word lid en kom in contact met collega's