Inloggen

sluiten
Gebruikersnaam
Wachtwoord
wachtwoord vergeten?
onthoud mij
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren

Wachtwoord opvragen

sluiten
Vul hieronder uw e-mailadres of gebruikersnaam in en
wij zenden u een nieuw wachtwoord toe.
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren
Home » Nieuws » Zorgverzekeraars »


Tag cloud

AntonMaes: 'Huisartsgeneeskunde in het nieuwe zorgstelsel'

Zorgverzekeraars
Geplaatst op vrijdag 20 mei 2011 reacties 1 reactie printen print

Een interview met Anton Maes over de publicatie van zijn boek over het niuewe zorgstelsel

AntonMaes: 'Huisartsgeneeskunde in het nieuwe zorgstelsel'

Naam: Anton Maes
Leeftijd: 57jaar
Jaren werkzaam als huisarts: 25 jaar praktijkhouder
Plaats praktijk: Dieren
Praktijkvorm: maatschap met 7 huisartsen,  vanaf augustus 2011 (na 7 jaar voorbereiding) in een HOED

Bijzondere interesse betreffende huisartsgeneeskunde: Binnen de maatschap van huisartsen heb ik de zorginhoudelijke portefeuille “ouderenzorg” en in bestuurlijke zin de portefeuille “contractering en financiën”.  Ik ben mede oprichter en nog steeds lid bestuur van Stichting de Vrije Huisarts (2001). Verder freelance medewerker bij de LHV(2005) en vanaf 2005 ook lid Bacfez (financiële economische commissie van de LHV).


Interview met HuisartsVandaag:
 

Wat was voor jou de reden een boek te schrijven over huisartsgeneeskunde in het nieuwe zorgstelsel?
Anton Maes: De bekostiging van huisartsgeneeskunde heeft al 15 jaar mijn interesse. De eerste jaren als regionaal bestuurder, de laatste 10 jaar vanuit landelijk perspectief. De aanloop en de overgang naar het nieuwe zorgstelsel heb ik zeer bewust meegemaakt . De opgedane ervaringen had ik graag ingezet voor een promotieonderzoek naar bekostiging van huisartsenzorg. Toen dat niet doorging, kwam het idee de ervaringen op te schrijven. Als afsluiting van mijn bestuurlijk actieve periode. Er is veel gebeurd de afgelopen jaren, dus is er ook veel te schrijven...

Welke wezenlijke veranderingen m.b.t.  de huisartsgeneeskunde hebben er volgens jou plaats gevonden bij overgang van het oude ziekenfondssysteem naar het nieuwe zorgstelsel?
Anton Maes: behalve de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde is eigenlijk alles veranderd. De wijziging van de bekostiging naar een gemengd tarief met gelijktijdig verandering van het zorgsysteem heeft een enorme administratieve chaos opgeleverd. Introductie van marktwerking waardoor je de NMa en prestatie-indicatoren met bonus/malusregelingen er “gratis” bij kreeg. Chronische zorg die met functionele bekostiging naar “de M&I en segment B markt” moet.  € 300 mln voor het L-EPD  om genoemde zorgmarkt open te trekken.  Problemen met contractering: hadden huisartsen in 2005 een normale onderhandelingspositie bij het contracteren, in 2010 bepalen op de “markt in transitie” 4 verzekeraars met 85% marktaandeel en overheid zonder onderhandelingen de tarieven basiszorg en M&I.  NZa pretendeert in huisartspraktijken een kostenonderzoek te houden naar de kostprijs van huisartsenzorg door de cijfers van de boekhouding te inventariseren. De kosten van door veel partijen gewenste geïntegreerde zorg worden door de NZa uit de slotconclusies van dit kostenonderzoek gehouden.  Binnen het nieuwe zorgstelsel staat een hogere praktijk omzet tegenover meer verricht werk,  binnen langere werktijden.  Dit alles is de voorlopige uitkomst.

Het ontbreekt bij onze beleidsmakers aan ‘helikopterview’ en men is geneigd alleen reactief beleid te maken op actuele financiële knelpunten. Welk advies zou je hebben aan onze beleidsmakers?
Anton Maes: dat de visie van “stepped care” (beginnen met goedkope behandeling en als het echt nodig is de dure) met versterking van de eerste lijn de juiste visie is, maar dat dus dan consequent ook alle beleidsmaatregelen in samenhang tegelijkertijd hiermee in lijn moeten zijn. Dus de NHG zorgstandaarden,  de zorginkoop, het toezicht, de polistekst , de contracten, de wetgeving:  alles zou in dezelfde frequentie moeten resoneren. In de praktijk gebeurt echter precies het tegenovergestelde. Onbeduidende klachten in de zorgkloof worden vermarkt in het stelsel. Niet medische argumenten spelen een belangrijke rol bij het gelegitimeerde gedrag van de zorgconsument. Voor verzekeraar geldt een 100% risicodragend van eigen meerkosten juist in goedkopere eerste lijn.  In voornamelijk voor 2e lijnskosten wordt voor € 19 miljard door verzekeraars onderling verevend. Het ordertarief laboratorium  is gemiddeld in 1e lijn € 6,50 in de 2e lijn is dit voor dezelfde diagnostiek €  13,-. Tweedelijns kosten en HDS kosten van zelfverwijzers worden gewoon betaald. Vraagsturing zou leidend zijn/worden in het stelsel, maar het is juist de minister van VWS die  de hoogte van rekenpremie bepaalt waarbinnen verzekeraars moeten opereren.   Mijn adviezen zijn:  werk met kostprijzen en doe aan maatwerking: de burger beslist mee over product en prijs, behoud met het criterium van medische noodzaak de solidariteit, versterk de nulde lijn en de eerste lijn. Alleen wat om medische redenen in de tweede lijn moet, gaat naar de 2e lijn. Bij kostprijzen gelden net zoveel  structuur- en procesindicatoren als kwaliteitsindicatoren.  En (patiënten, verzekeraars, toezichthouders, overheid, capaciteitsorgaan, zorgaanbieders) neem vervolgens alleen maatregelen die deze  processen vanuit alle hoeken in deze richting van nulde en eerste lijn faciliteren. Echt, er is een wereld te winnen! Met alleen het regelen van zorginhoudelijke LESA’s en/of LTA’s kom je er niet.  Inhoudelijk toetsen is zeker belangrijk, maar is niet de enige toets.

Met de historie van de ontwikkeling van de huisartsenzorg in het achterhoofd welk advies zou je hebben aan de volgende generatie huisartsen?
Anton Maes: ik weet niet of de jonge generatie op mijn advies zit te wachten. .. Als antwoord op je vraag: mijn belangrijkste advies is dat een huisarts een onderhandelingspositie moet hebben , deze positie moet verwerven  en behouden om het noodzakelijke gereedschap, om je werk goed uit te voeren, veilig te  stellen. Wat weten we? We weten dat de komende 20 jaar de ziektelast van belangrijke chronische ziekten van de oude dag met 40-50% gaan toenemen. We weten echter niet hoe de randvoorwaarden en wetgeving bij ons werk er over 1, laat staan over 5, over 10 of 20 jaar uit zien? Allemaal korte termijn politiek. Hebben huisartsen een onderhandelingspositie dan kunnen ze transparant duidelijk maken wat noodzakelijk is en deze uitkomst (product-prijs) ook contractueel vastleggen. Hebben huisartsen die onderhandelingpositie niet, kunnen ze dus tegen een voorstel van verzekeraars geen “nee, mits..” zeggen, dan bepalen anderen hoe huisartsen moeten werken. In die positie mag een professional nooit komen, zeker niet als deze zelfde professional vervolgens wel weer verantwoordelijk en aansprakelijk wordt gehouden voor de kwaliteit van de geleverde huisartsenzorg. Ofwel: verantwoordelijkheid  voor zorg (output) betekent dan ook bevoegdheid tot het invullen bij dit werk van de randvoorwaarden en werkorganisatie (input en troughput). Dit is mijn advies en zeker op dit moment geen gestold beleid. 

De term huisarts 2.0 doemt af en toe op. Vindt je dat we naar een nieuwe generatie huisartsen toe gaan of is het nieuwe wijn in oude zakken?
Anton Maes: de veranderingen gaan wel degelijk heel snel op E health gebied. Ik kan het amper bijbenen. De huisarts 2.0 zal met een ICT efficiency slag zeker proberen de diverse vragen van de patient 2.0 te beantwoorden. Want hoe moet het anders? We hebben een lage huisartsendichtheid, een versplinterde thuiszorgmarkt en onvoldoende hulpkrachten. Ook zijn snelle ICT verbindingen met andere hulpverleners nodig voor afstemming. Maar als er werkelijk wat aan de knikker is om te bespreken, dan geldt er toch maar 1 contact om alle signalen op pakken, namelijk het persoonlijke contact en het elkaar in de ogen kijken. Ik geloof niet dat de waarde van dat persoonlijke contact zal verminderen. 

Denk je gezien de huidige ontwikkeling dat er nog plaats is voor een solistische huisarts, of gaan we steeds meer toe naar de huisarts als teamplayer?
Anton Maes: de laatste 10 jaar is het aantal solisten gedaald van 35% naar 18%. Van de huidige praktijkzoekende huisartsen wil slechts 2% een solopraktijk. De dalende trend zal doorzetten, verwacht ik. Ik zie wel toekomst voor een solopraktijk, mits aan de “backoffice” kant er met anderen wordt samengewerkt in de organisatie. Het is ontzettend complex geworden om binnen 62 urige werkweken (VPH+VHN)  alles zelf te moeten regelen. Daar zie ik geen toekomst meer in. Ja, de huisarts zal (dus) in een netwerk een teamplayer moeten zijn, zeker als er bij patiënten met multimorbiditeit er veel functionele uitval is. Dat heb ik in de ouderenzorg al wel geleerd: regel, om goed te kunnen samenwerken,  een lokaal netwerk op gebied van care (zorg) en een netwerk voor cure (diagnostiek en therapie).

Waarom zou de Zorgverzekeraar als schadeverzekeraar meer moeten investeren in de eerste lijn? Hoe zien ze hun financiering (return on investment: ROI) op de lange termijn terug?
Anton Maes: Verzekeraars hebben een acceptatieplicht, een zorgplicht en een verbod op premiedifferentiatie. Ze moeten goede zorg inkopen voor hun verzekerden. Zij lijden vanwege al deze plichten verlies met de kosten van het basispakket. Hun winst zit echter in het sluiten van polissen voor aanvullende zorgverzekeringen, andere verzekeringen en beleggingen. De adreslijst hebben ze al. Goede zorg inkopen betekent zorg met richtlijnen, opgesteld door de beroepsgroep, ingekocht met stepped care (zie boven). En goede zorg betekent voor mij  dat met marktordening (echelonnering)  nu juist wel (in tegenstelling tot de functionele bekostiging) wordt vastgelegd, wie, waar welke zorg hoe levert.  Het  return of investment van verzekeraars weerspiegelt zich allereerst in een steeds groter marktaandeel.  4 verzekeraars hebben na fusies meer dan 85% van de markt. Een ander, voor huisartsen minder leuk,  aspect van de ROI voor verzekeraars is het gegeven dat zij bij zorginkoop proberen het rendement bij zichzelf en het risico bij de ander te leggen. Dat begrippen als solvabiliteit of een vergoeding voor het ondernemersrisico voor verzekeraars normale begrippen zijn, maar voor een huisartspraktijk op nul zijn gezet,  is daarbij toch tekenend. Toch?

Zal met de toenemende zorgvraag de huidige koppeling tussen dag- en ANW zorg nog een haalbare kaart voor de huisarts zijn?
Anton Maes: Dat hangt van de beroepsgroep zelf af. Ook is het mogelijk dat de inkoper zelf ontkoppelt. Al dan niet op advies van de overheid. Als het arbeidspotentieel van huisartsen niet groeit, dan is de volumegroei in de huisartsenzorg 24 uur per dag natuurlijk eindig. Zoals de situatie nu is, pleit ik daarom voor krimp in plaats van groei in de ANW zorg. Een ieder kan begrijpen dat, als 80% van de ANW vragen niet spoedeisend is (Paul Giesen),  er voor € 224,5 mln (ANW budget per jaar) meer € 9.11 consulten gedaan kunnen worden dan pakweg €  80 consulten. Vervolgens zal er voor de dagzorg een optimale samenstelling van het kernteam beschikbaar moeten zijn.

Hoe zie je de rol van de NMa en de NZa binnen de huisartsenzorg, welke positie zou ze in moeten nemen? 
Anton Maes: Binnen een systeem waar de overheid  (basiszorg 2010) of de verzekeraar (M&I 2010) ononderhandelbare tarieven topdown vaststellen,  binnen zo’n systeem van 100% regulering  heeft de NMa bij huisartsen in dit segment niets te zoeken. Dan zou de NMa zich juist op  verzekeraars moeten richten ter controle of deze verzekeraars hier met markmacht en powerplay de belangen van de consument wel dient. Niet alles wat goedkoop is, is goed. Maar wie controleert in deze de toezichthouder?  Zie de parallel met de banken. De NZa ziet toe op eurorendement. Zeggen ze! Een groot deel van mijn boek gaat over de vraag hoe de betaalbaarheid van zorg te verbeteren. En ook besteed ik veel aandacht over de rol van de NZa: welke processen faciliteren zij rondom stepped care? Welke blokkeren zij?  De NZa moet allereerst om te kunnen sturen, weet hebben van kostprijzen en zou ten tweede toezicht moeten houden in welke echelons welke zorg  door welke zorgaanbieder het best rendeert. Ik mis deskundigheid bij de NZa bij beide dossiers.

Indien je kijkt naar de ons omringende landen vindt je dat de overheid juist een stap terug moet zetten op de huidige gereguleerde marktwerking binnen de zorg of moet ze juist de greep hierop versterken?
Anton Maes: Los van de Europese wetgeving, het recht op goede zorg is vastgelegd in de Grondwet. Dat betekent dat ten allen tijde de overheid een flinke vinger in de pap moet houden. Want de overheid is en blijft de enige patiënten/consumenten federatie van 16,6 mln Nederlanders.  Met een terugtrekkende overheid, daar heb ik niets mee.

Je schrijft dat het aantal prestatie indicatoren binnen de huisartsenzorg naar beneden kan en dat benchmark alleen dient voor feedback voor de huisarts zelf. Maar als inkoper van de zorg zijn juist deze gegevens van belang om investeringen meetbaar te maken? Moeten we huisartsen op hun blauwe ogen geloven? Hoe verdedig je dit naar investeerders toe, wat heb je te bieden? 
Anton Maes: Drie vragen dus. Er moet balans zijn tussen structuur, proces- en kwaliteitsindicatoren. Nu ligt de balans veel te veel op “kwaliteit”. De optelsom van alle 3 indicatoren gebruikt de huisarts voor verbetering van de eigen organisatie, noodzakelijk randvoorwaarden en betere output. Dit wordt meegenomen in de contracten.  Transparant dus. Met benchmarking kunnen huisartsen onderling vergelijken en best practice ontwikkelen. Van elkaar leren. Niets mis mee. Het gaat pas fout als andere partijen uitkomsten van kwaliteitsindicatoren (plus of min) gebruiken om zich uit te spreken of je een goede huisarts bent. Om  verantwoording af te leggen met handhaving, om verschillen inzichtelijk te maken voor meer of minder belonen in contracten,  of nog erger: bonus/malus te introduceren. Meten=weten, maar weten is niet gelijk aan meten. Zo simpel is het in de kern. Je kunt benchmarken tot je een ons weegt, maar 50% scoort altijd beter, dan de overige 50%, ongeacht het zorgniveau. Dat zou te denken moeten geven bij het (ver)oordelen.   Outcome van zorg (de doeltreffendheid) is sowieso al nauwelijks meetbaar. Een fantastische huisarts kan met een beroerde populatie heel matig scoren. En dan die dysbalans. Aan de inhoudkant regent het normeringen met gewenste zorg , aan de randvoorwaardelijke kant vormen de gemeten waarden ineens het uitgangspunt. Vreemd toch. En is bij de randvoorwaarden het criterium van “noodzaak” dus blijkbaar niet in beeld?   Kijk dat is meten met twee  maten om maar in het jargon van meten te blijven . Ik vind dat onacceptabel.  Er zijn heel veel methodes om richting verzekeraar of patiënt verantwoording af te leggen. Dat gebeurt voor het grootste deel in de spreekkamer en niet erbuiten. Maak het element van verantwoording , met behoud van balans tussen de 3 indicatoren,  nou eens onderdeel van een landelijk of regionaal tripartite overleg  (huisarts-verzekeraar-patiënt) en contracteer de uitkomst vervolgens. Investeerders met een zorghart volgen stepped care met marktordening. Ik ben ervan overtuigd dat als we in 2005 met een businesscase over de functionaliteit van de spoedlijn een module bereikbaarheid hadden afgesproken, we bvb niet 6 jaar over “bereikbaarheidsproblemen” hadden zitten te tobben, met een steeds bozere Inspectie. Gras gaat niet harder groeien door aan de sprieten te trekken, zo zegt een spreekwoord immers al.  Zonder structuurindicatoren is er geen kwaliteitsbeleid. Leuker kan ik het niet maken.

Huisartsen zijn van een ‘loondienstverband’ binnen het oude ziekenfondssysteem nu ondernemers geworden binnen het nieuwe zorgstelsel. Is dit een rol die bij hun past en is de beroepsgroep daar wel klaar voor?
Anton Maes: Met een stelsel van gereguleerde concurrentie kan het twee kanten op: meer overheidsregulering of meer liberalisering in een markt met concurrentie. Een ondernemer kent de risico’s en het rendement van beide systemen. Ik denk dat huisartsen dit wel kunnen plaatsen en inschatten. Echter om de omstandigheden te creëren die een beperking van risico’s en een verhoging van rendement geven, dat valt zeker niet mee.  En laten we eerlijk zijn, zorg budgetteren en grenzen stellen zijn niet de sterkste kanten van de huisarts. We zijn erg lief.  Eigenlijk vind ik het geen punt van discussie: stuur als huisarts actief je vak mee in de goede richting. Op alle fronten. En dat kan, als het over de randvoorwaarden gaat,  beter als ondernemer dan in loondienst. 

Kostprijsberekening voor de huisartsenzorg gebeurt nu vanuit het totaal Budget Kaderzorg en niet door een berekening te maken van de werkelijke kosten voor het leveren van goede toekomstbestendige huisartsenzorg anno 2011. Maken we dat als huisartsen wel goed zichtbaar aan onze onderhandelingspartners? Welke rol zou onze vakbondsvereniging de LHV hierin moeten nemen? 
Anton Maes: Ik besteed in mijn boek 4 hoofdstukken en 3 bijlagen aan kostprijsberekening. Niemand in Nederland kent helaas de kostprijs huisartsgeneeskunde. Overigens ik ook niet hoor. Er zijn vele vragen te beantwoorden: bijvoorbeeld:

•     Wat zijn bottum up berekend met normering de noodzakelijke praktijkkosten? Wat kost innovatie?
•     Wat mag een huisarts verdienen? Wat is het ondernemersrisico?
•     Wat zijn voor een huisarts (en dus ook voor de patiënt!!!) veilige werktijden?
•     Hoe komt het dat de CTG/NZa de tariefformule waarbij het wijzen op meer productie in de basiszorg het gevolg niet een beloning is, maar juist een tariefdaling? Vreemd toch, maar dit gebeurt al wel 40 jaar…. (geen drukfout: veertig jaar)

Bekostiging en tariefstelling vormen de laatste stap,  om bij wat in het contract wordt afgesproken over de levering van huisartsgeneeskunde,  in te vullen. En zij zijn uiteraard niet de eerste stap. Ofwel, als er (nu) wordt gesproken over een “kernteam” in de huisartspraktijk is het eerst de taak de functionartis en fte van dit kernteam in te vullen. Daarna weten we (pas) de kostprijs. Als er wordt gesproken over geïntegreerde eerstelijnszorg of over ketenzorg brengen we de tijd van samenwerking en overleg  in beeld. Pas als we deze tijdsinvestering weten, berekenen we de kosten. Etc.  Ik vind dat de beroepsgroep (LHV, NHG, VPH) zelf de bouwstenen voor de kostprijsberekening moet aanleveren.  Met het pakken van de juiste puzzelstukjes uit de juiste puzzeldoos is een puzzel maken geen kunst. Maar, met geen puzzelstukjes een puzzel maken, dat is  onmogelijk.

Je bent voorstanders van gemengde financiering maar veel huisartsen willen terug naar de oude ziekenfonds bekostiging vanwege de eenvoud. De aanvraag van bekostiging buiten de basiszorg om is een complex gebeuren geworden voor huisartsen met veel extra administratieve belasting. Blijft dit nog een haalbare kaart? 
Anton Maes: De nostalgie naar het abonnement deel ik niet. Herhaalreceptuur, POH-S, innovatieprojecten, straks de M&I (2012?), alles in een abonnement. En niet of nauwelijks onderhandelbaar! Een abonnementstarief is “ideaal” om te budgetteren. Als er een permanente stijgende zorgvraag is naar huisartsgeneeskunde (zie boven) dan is voor de minister een abonnement voor huisartsen het middel om het budgetkader te bewaken. Dat verzin ik niet, maar dat was 1 van de uitkomsten van de Brede Heroverweging Studiegroep Begrotingsruimte (commissie Gerritsen, april 2010) om te bezuinigen. Daar staat verder , “de gezondheidsuitkomsten zullen transparant worden gemaakt zodat de zorginkopers die kunnen betrekken bij het niveau van het abonnementstarief” Met andere woorden een abonnement en daarnaast een prestatiebekostiging! Nee, ik kies huisartsenzorgbreed voor een gemengd tarief. Bevat de juiste prikkels. Het is natuurlijk wel zo dat,  als bij een gemengd tarief het macrokostenbudget huisartsenzorg stijgt en dit “reflexmatig” het jaar erop wordt gevolgd door een tariefkorting, het hele gemengde systeem ook feitelijk functioneert als een abonnement systeem. We moeten niet naïef zijn. Er zijn bij een gemengd systeem natuurlijk wel meer lasten van declaratieverkeer. Het “digitale kwartje” als compensatie hiervoor in 2006 en 2007 had natuurlijk nooit mogen verdwijnen.

Denk je dat je boek een plaats verdient binnen de huisartsenopleiding? 
Anton Maes: Dat hoop ik van wel. Ik ben zelf meer dan 12 jaar huisartsenopleider geweest. De huisartsenopleiding is vooral gericht op inhoud, motivatie en zelfreflectie. Prima hoor, daar is niets mis mee.  Maar om een goed praktijkhouder te zijn,dat  vraagt ook andere kennis en deskundigheden. Ik hoop dat mijn boek voor een deel in die behoefte kan voorzien. Want mijn boek gaat dus juist niet over de inhoud en zelfreflectie. 

Vindt je de huidige ontwikkeling van de financiering van de huisartsgeneeskunde naar de toekomst toe een hoofdpijndossier of uitdaging voor de huisarts?
Anton Maes: Daar kan ik alleen een persoonlijk antwoord op geven. Als financiering voor mij een hoofdpijndossier zou zijn, dan zou ik dit niet 15 jaar hebben volgehouden. Ik vind het leuk uit te pluizen hoe dingen in elkaar zitten.  Dit is met deze insteek, met mijn ervaringen en mijn contacten, dit boek over de context van de huisarts geworden. Met dank aan velen. En bij het beschouwen van het beleid in de gezondheidszorg: kijk eens hoe de geldstromen lopen en je vindt de argumenten, de leugens, maar ook de oplossing hoe het beter kan. Ik ben geen bestuurder. Besturen is teveel het domein van wheelen, dealen en compromissen sluiten. En ik heb eigenlijk,  als bepaalde zaken duidelijk zijn,  helemaal geen zin om compromissen te sluiten.

Boek/E-boek: “huisartsgeneeskunde in het nieuwe zorgstelsel”

Auteur: AACM Maes (huisarts)

Uitgever: Reed Business bv uit Amsterdam

ISBN: 9789035233294

Verkoopprijs boek: € 39,50

Uitgiftedatum: 15.06.2011 (verwacht)



Tags: anton maes:

Voeg een nieuwe reactie toe



Reacties

Geplaatst op vrijdag 20 mei 2011
profielnaam
Blijft de vraag hoe de huisartsenzorg weer wel een onderhandelingspositie krijgt.
Word nu lid van HuisartsVandaag en profiteer van extra voordelen!

Altijd toegang tot het laatste nieuws
Reageer en communiceer met andere huisartsen
Dag- en dienstwaarnemingen, vacante praktijken en vacatures
Links naar gratis geaccrediteerde nascholingen
Dagelijks uitgebreide nieuwsbrieven

[Klik hier om u aan te melden]

Advertentie



Categorieën

Laatste reacties

Publieke Poll

Met welke stelling ben je het eens, mijn opinie over de NHG accreditatie is:
Moet worden afgeschaft, te veel werk te weinig opbrengst
Moet in sterk afgeslankte vorm gehandhaafd blijven
Moet in de huidige vorm elk jaar plaatsvinden
Moet in de huidige vorm minder vaak plaatsvinden
Geplaatst: 13-03-2017 Bekijk alle

HuisartsVandaag +Plus

Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Kantooruren

Word lid en kom in contact met collega's