Inloggen

sluiten
Gebruikersnaam
Wachtwoord
wachtwoord vergeten?
onthoud mij
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren

Wachtwoord opvragen

sluiten
Vul hieronder uw e-mailadres of gebruikersnaam in en
wij zenden u een nieuw wachtwoord toe.
Nog geen lid?
Klik hier om u te registreren
Home


Tag cloud

RSS

callcenters

Rust op markt zorgpolis; Callcenters voor niets ingehuurd

Rust op markt zorgpolis; Callcenters voor niets ingehuurd
Nieuws

De rust is teruggekeerd op de zorgverzekeringsmarkt. Na het enorme tumult van vorig jaar, namen dit keer weinig Nederlanders de moeite om van polis te veranderen.


maandag 8 januari 2007 0 reacties | Lees verder

Kamervragen callcenters, huisartsentekort, benchmarh, physician assistent, HDS, Spoedeisende zorg, g

Kamervragen callcenters, huisartsentekort, benchmarh, physician assistent, HDS, Spoedeisende zorg, g
Nieuws Aan de orde komen; callcenters, huisartsentekort, benchmarh, physician assistent, HDS, Spoedeisende zorg, groepspraktijken.

Wat is het netto financieel resultaat van het inzetten van callcenters door zorgverzekeraars?

Callcentra in de (huisartsen) zorg zijn een betrekkelijk nieuw fenomeen. Met de invoering van callcentra kan worden bereikt dat huisartsen hun praktijkvoering efficiënter kunnen laten verlopen. Uit gegevens van zorgverzekeraars lijkt voort te vloeien dat minder beroep wordt gedaan op de huisarts. Op termijn kan dit ertoe leiden dat bij deelname van huisartsen aan een callcenterconstructie in een normpraktijk substantieel meer patiënten kunnen worden ingeschreven dan de huidige 2350. Vanzelfsprekend heeft dit financiële effecten. Welke financiële effecten optreden bij zorgverzekeraars is mij evenwel niet bekend. Dergelijke gegevens maken deel uit van de bedrijfsvoering bij zorgverzekeraars en zijn potentieel concurrentiegevoelig.

Wat zijn de oorzaken van het huisartsentekort, respectievelijk de toename daarvan?

Het tekort aan huisartsen kent diverse oorzaken. Ten eerste is er een stijgende vraag naar huisartsenzorg door toename van het aantal gehandicapten, ouderen en chronisch zieken. Ten tweede zijn er factoren die het aanbod van huisartsen in negatieve zin beïnvloeden. Het gaat om knelpunten die liggen op het terrein van de in-en uitstroom van huisartsen, alsook op het terrein van de bedrijfsvoering.

Wat de instroom betreft blijkt de opleidingscapaciteit op 473 per jaar ligt, terwijl berekeningen van het Capaciteitsorgaan aantonen dat jaarlijks 670 nieuwe huisartsen nodig zijn. Dit is gebaseerd op demografische ontwikkelingen en de toenemende behoefte aan werken in deeltijd. Ook blijkt de belangstelling voor de huisartsenopleiding terug te lopen met als gevolg onvoldoende aanmeldingen voor de huisartsenopleiding. Dit komt onder andere door de extra opleidingsplaatsen voor medische specialisten. Aan de uitstroomzijde is het beeld dat – in verband met het ontvangen van het laatste deel van hun uitkering uit het goodwillfonds (het betreft hier ongeveer 2.100 huisartsen van 55 jaar en ouder) -een onbekend aantal van hen overweegt de praktijk vervroegd te beëindigen en ander werk te zoeken. Het is echter niet de verwachting dat een grote groep huisartsen eerder stopt, maar er zijn wel indicaties dat meer huisartsen in deeltijd gaan werken.

Bij de problemen met betrekking tot de bedrijfsvoering moet worden gedacht aan de toegenomen complexiteit van de bedrijfsvoering en de nog onvoldoende mogelijkheden voor huisartsen om zich adequaat te bekwamen in bedrijfsvoering. Ook het ontbreken van voldoende gezamenlijke huisartsenpraktijken zorgt voor knelpunten aan de aanbodzijde: het aantal huisartsen dat in solopraktijk werkt of wil gaan werken neemt namelijk af.

Welke concrete initiatieven worden in 2004 genomen om te zorgen dat prestatiegegevens van instellingen openbaar worden en voor alle gebruikers van de zorg makkelijk vergelijkbaar zijn? 

In de 1e lijnszorg wordt samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) een benchmark doelmatigheid huisartsenzorg voorbereid.

Op welke wijze denkt de minister de HBO-opgeleide physician assistents en praktijkverpleegkundigen in te zetten in de curatieve zorg?

Ter uitwerking van mijn standpunt op het advies van de commissie-LeGrand zal ik een Stuurgroep Modernisering van de Opleidingen en Beroepsuitoefening in de Gezondheidszorg (Stuurgroep MOBG) instellen. Deze Stuurgroep MOBG heeft tot doel om in overleg met het veld ondermeer het inzetten van nieuwe beroepen te stimuleren, zoals de physician assistant en de praktijkverpleegkundige. Momenteel wordt, met ondersteuning van het ministerie van VWS, de opleiding tot physician assistant ontwikkeld. Physician assistants en praktijkverpleegkundigen kunnen in het kader van taakherschikking bepaalde (medisch laag-complexe en routinematige) taken overnemen van huisartsen en medisch specialisten. Zij kunnen op deze wijze huisartsen en medisch specialisten ontlasten, opdat deze zich kunnen richten op meer complexe taken passend bij hun opleidingsniveau. De wijze waarop taakherschikking wordt ingevoerd in de instellingen, is naar mijn mening primair de verantwoordelijkheid van de zorginstellingen, huisartsen en medisch specialisten.

Hoe garandeert het Kabinet de kwaliteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg, met het oog op de problemen die het gevolg zijn van het huisartsentekort en de slechte bereikbaarheid buiten de reguliere uren? Welke maatregelen gaat het Kabinet nemen om het huisartsentekort terug te dringen?

De problemen rondom de kwaliteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg moeten en kunnen niet op zichzelf worden bezien en aangepakt. Huisartsen immers vervullen een belangrijke rol in de gehele eerstelijnsgezondheidszorg. Vernieuwing van de eerstelijnszorg is noodzakelijk omdat er op dit moment sprake is van een mismatch tussen vraag en aanbod. Het huidige zorgaanbod komt onvoldoende tegemoet aan de stijgende, zowel in kwantiteit als complexiteit, zorgvraag van burgers. Daarnaast past de huidige opzet van de eerstelijn niet meer bij de wensen en eisen van (toekomstige) zorgaanbieders. In het Algemeen Overleg huisartsenzorg d. d. 18 juni 2003 zegde ik toe u voor de begrotingsbehandeling in november a. s. een integrale visie op de eerstelijnsgezondheidszorg te zullen doen toekomen. Daarin wordt nader ingegaan op de maatregelen die ik reeds heb genomen en voornemens ben te gaan nemen om het huisartsentekort mede in het licht van de modernisering van eerstelijnsgezondheidszorg, op te heffen.

Ook de bereikbaarheid van huisartsenzorg buiten de reguliere uren komt in de integrale visie aan de orde. Op dit moment wordt door de Inspectie van de Gezondheidszorg in kaart gebracht hoe het zit met de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de huisartsendienstenstructuren. Naar verwachting zullen de uitkomsten van dit onderzoek in het eerste kwartaal van 2004 beschikbaar komen. Ik wil daar nu niet op vooruitlopen. Wel kan ik in dit verband opmerken dat meer en een betere afstemming en samenhang tussen huisartsendienstenstructuren en andere delen van de acute zorg (de spoedeisende hulpafdelingen van ziekenhuizen (SEH) en de regionale ambulancevoorzieningen (RAV) kunnen leiden tot een betere (eenduidige) toegankelijkheid, bereikbaarheid en betaalbaarheid van de hulpverlening in de avond-, nacht-en weekenddiensten, maar ook veel breder op het terrein van de acute zorg. In dit licht zou ik u tevens willen verwijzen naar de beleidsvisie acute zorg (Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004, 29 247, nr. 2). Overigens heb ik in verband met onaanvaardbare kostenontwikkelingen bij de huisartsendienstenstructuren het CTG een aanwijzing gegeven, die eerdaags zal worden gepubliceerd.

Hoeveel huisartsen werken in deeltijd in ons land? Hoeveel meer moeten deze artsen werken om het huisartsentekort op te lossen?

In 2002 werkte 37% van de 7.322 zelfstandig gevestigde huisartsen in deeltijd. Bij de 617 HIDHA's (een huisarts – niet in opleiding – die voor minimaal een half jaar in dienst van een zelfstandig gevestigde huisarts werkzaam is) was dat ruim 98%. Hoeveel meer deze artsen moeten werken om soelaas te bieden tegen het huisartsentekort – verondersteld dat dit überhaupt, ook praktisch gezien, al mogelijk zou zijn - valt niet te zeggen. Dat een toename van deeltijd werken een volume effect heeft en het meer gaan werken bijdraagt aan het oplossen van het huisartsentekort, lijkt mij echter een logische gedachtegang.

Op welke wijze is de huidige bekostiging van de huisartsenzorg een belemmering voor sterke en betaalbare eerstelijnszorg?

Om een sterke en betaalbare eerstelijnszorg te realiseren is het van belang dat het bekostigingssysteem geen obstakel vormt voor beroepsbeoefenaren, om zowel binnen de eerste lijn als tussen de eerste en tweede lijn op eenvoudige wijze te kunnen samenwerken waardoor op regionaal niveau samenhangende zorgketens ontstaan. De bekostiging van de huisartsenzorg voor ziekenfondsverzekerden (abonnementstarief) geschiedt op een andere wijze dan de overige eerstelijnsberoepsbeoefenaren. In de praktijk kan het daardoor lastig zijn om de eerstelijnszorg als één geheel vorm te geven. Het huidige bekostigingssysteem huisartsen gaat ervan uit dat op landelijk niveau landelijke geldende regelingen getroffen worden. Er wordt geen rekening gehouden met de behoefte van partijen om op lokaal of regionaal niveau "oplossingen op maat" of samenwerkingsverbanden te realiseren. Samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om de beschikbare zorgverleners in de eerstelijn optimaal te benutten, opdat de huidige tekorten in de huisartsenzorg worden opgevangen. Er vindt dan tevens geen onnodige belasting van de tweede lijn plaats. Om deze redenen wordt dan ook bezien in hoeverre het bekostigingssysteem aanpassing behoeft.

Krijgen ziekenfondspatiënten die zonder verwijzing van de huisarts een beroep doen op de spoedeisende hulp in ziekenhuizen daadwerkelijk een rekening die zij zelf moeten betalen? Is bekend hoeveel geld daarmee wordt gefactureerd?

Spoedeisende hulp in ziekenhuizen is onderdeel van de ziekenfondsverstrekking medisch-specialistische zorg verleend door of vanwege een ziekenhuis. Om deze medisch-specialistische zorg ten laste van de ziekenfondsverzekering verstrekt te krijgen, is een verwijzing door een huisarts of een andere medisch specialist noodzakelijk. Deze verwijzing kan bij echte spoedeisende gevallen, dus in noodgevallen, achterwege blijven. De voorwaarde daarbij is wel dat die spoedhulp zodanig urgent was dat verwijzing door een huisarts redelijkerwijs niet mogelijk was. In de praktijk vindt in die situaties waarbij achteraf gezien geen sprake was echte spoedeisende hulp, veelal alsnog een verwijzing achteraf plaats. Hierdoor krijgen ziekenfondsverzekerden, voor zover bekend, praktisch nooit een rekening. 

Hoe kan de spoedeisende huisartsenzorg verbeterd worden als daar geen extra geld voor is?

Uit een inventarisatie begin 2001 door zorgverzekeraars bleek dat in totaliteit voor het opzetten van grootschalige dienstenstructuren voor geheel Nederland een bedrag van € 68 miljoen noodzakelijk is. Het Kabinet heeft op basis daarvan ingestemd met de verhoging van het kader met € 68 miljoen en heeft daarnaast nog eens extra € 45 miljoen op macro basis beschikbaar gesteld voor de bekostiging van het honorariumdeel van in de dienstenstructuur deelnemende huisartsen. Via het CTG vernam ik bij brief van 15 april 2003 dat er bij de dienstenstructuren forse overschrijdingen zijn en dat er grote verschillen bestaan in kosten die niet verklaard kunnen worden door een verschil in grootte. Omdat het beginsel van een sobere en doelmatige uitvoeringsorganisatie van de door de dienstenstructuren te leveren huisartsenzorg kennelijk niet is nageleefd, heb ik het College voor Zorgverzekeringen in augustus 2003 verzocht op korte termijn te onderzoeken op welke wijze ziekenfondsen efficiënt sturing kunnen geven aan de dienstenstructuren. De achterliggende gedachte daarbij is dat het zaak is dat ziekenfondsen werk maken van een doelmatige zorginkoop en zich ervoor inspannen over de uitvoering van de dienstenstructuren goede afspraken te maken. Ziekenfondsen gaan hier momenteel zeer verschillend mee om, hetgeen verschillende uitkomsten – onder andere financieel – tot gevolg heeft. De resultaten van het onderzoek zullen zij dan ook moeten benutten bij de (toekomstige) inrichting van de eigen doelmatige zorginkoop. M. a. w. extra geld is niet aan de orde. Overigens heb ik CVZ tevens gevraagd genoemd onderzoek te willen plaatsen in het perspectief van een betere regionale afstemming en samenhang tussen de avond-, nacht-en weekenddiensten (ANW-diensten), de spoedeisende hulpafdelingen van ziekenhuizen (SEH) en de regionale ambulancevoorzieningen (RAV). Die samenhang kan immers ook leiden tot efficiencyvoordelen en dus betaalbaarheid van de hulpverlening in de ANW-diensten. Bovenstaande is opgenomen in de aanwijzing aan het CTG over huisartsendienstenstructuren die eerdaags in het Staatscourant zal worden gepubliceerd (Besluit VWS oktober 2003, Z/ P-2420993, houdende aanpassing en normering in bekostiging van huisartsendienstenstructuren). 

Wanneer worden de effecten van de inzet van PA's en NP's in de huisartsenpraktijk geëvalueerd?

De evaluatie naar de effecten van de inzet van PA's en NP's in de huisartsenpraktijk start bij de aanvang van de twee experimentele opleidingen in november 2003 en zal worden afgerond één jaar nadat de opleidingen zijn voltooid.

De opleiding tot NP duurt 24 maanden en de opleiding tot PA 30 maanden. Er is in de evaluatie voorzien in tussentijdse (halfjaarlijkse) rapportage's.

Hoeveel groepspraktijken van huisartsen zijn in 2002 en 2003 tot stand gekomen? Hoeveel geld is daarin vanuit de overheid gestoken? Is het juist dat deze ontwikkeling stokt? Is het juist dat dit komt doordat de overheid de geldkraan heeft dichtgedraaid? Zo ja, hoe denkt de minister dat deze ontwikkeling wel doorgang vindt?

Op 1 januari 2002 waren er in totaal 4.681 huisartspraktijken. Daarvan was 63% solopraktijk, 26% een duopraktijk en 11% een groepspraktijk. Op 1 januari 2003 waren er 4.631 praktijken waarvan 62% solopraktijk, 26% duopraktijk en 12% groepspraktijk. Van overheidswege zijn geen extra middelen beschikbaar gesteld voor de vorming van groepspraktijken van huisartsen.

 

Bron: VWS


woensdag 19 november 2003 0 reacties | Lees verder
Word nu lid van HuisartsVandaag en profiteer van extra voordelen!

Altijd toegang tot het laatste nieuws
Reageer en communiceer met andere huisartsen
Dag- en dienstwaarnemingen, vacante praktijken en vacatures
Links naar gratis geaccrediteerde nascholingen
Dagelijks uitgebreide nieuwsbrieven

[Klik hier om u aan te melden]

Advertentie



Categorieën

Laatste reacties

Publieke Poll

Met welke stelling ben je het eens, mijn opinie over de NHG accreditatie is:
Moet worden afgeschaft, te veel werk te weinig opbrengst
Moet in sterk afgeslankte vorm gehandhaafd blijven
Moet in de huidige vorm elk jaar plaatsvinden
Moet in de huidige vorm minder vaak plaatsvinden
Geplaatst: 13-03-2017 Bekijk alle

HuisartsVandaag +Plus

Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Kantooruren
Diensturen
Diensturen
Diensturen
Diensturen

Word lid en kom in contact met collega's